|
'World
Canoe Expedition' De
voorbereidingen
Wereldreizigers
vertrokken
Na
terugkeer van zijn eerste reis besloot Tristan R. Raggers
het wat avontuurlijker aan te pakken. Hoe kwam hij op het
idee om de wereld per kano te verkennen en hoe kreeg hij
het voor elkaar om in twee maanden een gesponsorde expeditie
op te zetten: De 'World Canoe Expedition'. Een geweldig
plan, dat op de eerste plaats, want wie gaat er tegenwoordig
voor ruim een jaar met een kano op pad?
De vertrekdatum staat al vast, een race tegen de klok voor
sponsors en ... het team.
Inspiratie
door Mekong Delta tour
Om 06:30 word ik door de hotelbediende gewekt. Ik heb voor
vandaag met Vô Hûng Dûng, een Vietnamese
visser, afgesproken waar ik gisteren mee in contact ben
gekomen. Hij heeft me beloofd om de drijvende dorpen op
de Tiên Giang rivier in de Mekong Delta vanuit zijn
bootje te laten zien. Ik kleed me aan, spoel een nieuw diarolletje
in mijn fototoestel en loop naar buiten. Ik ga bij een klein
eetstalletje tegenover het hotel zitten, zodat ik Dûng
aan kan zien komen terwijl ik mijn noedelsoepje naar binnen
slurp. Terwijl de laatste noedels nog aan mijn kin bungelen
word ik door Dûng op mijn schouder geklopt. Hij komt
nogal gehaast over. Ik vraag of ik hem wat te eten of drinken
aan kan bieden, maar hij maakt een afwijzend gebaar. Hij
zegt dat ik snel mee moet komen want zijn boot ligt al klaar.
Ik overhandig de stalhouder mijn verschuldigde 23 cent en
volg Dûng door de smalle straatjes naar een afgelegen
steiger. Er liggen hier wel veertig bootjes op een kluitje,
vol met mensen en handelswaar. Via een loopplank van bootjes
komen we uiteindelijk bij die van D_ng terecht. Je zou deze
een beetje met een kano kunnen vergelijken, maar zijn dan
van hout gemaakt en liggen lager op het water. Dûng
heeft zijn vrouw meegenomen die als roeister fungeert, zodat
hij mij het één en ander, in zijn gebrekkige
Engels, uit kan leggen. Het is ongelooflijk hoe druk het
op het water is. Tussen een wirwar van honderden bootjes
loodst ze ons met het grootste gemak overal doorheen. Na
een kwartiertje varen komen we uit bij het drukste gedeelte
van de rivier. In het midden ligt een hele groep met boten
aan elkaar vastgeketend. Tientallen bootjes met handelslieden
drommen zich, als wespen, om het drijvende dorp heen. Rijst,
vis, groenten en fruit worden in overvloed te koop aangeboden.
Als we vlakbij zijn heb ik een perfecte uitgangspositie
om foto's van het gehele schouwspel te maken. Net op het
moment dat ik af wil drukken word ik door Dûng geattendeerd
op een vrachtschip met kokosnoten die langs komt. Deze veroorzaakt
een golfslag die juist zo kritiek voor deze kleine bootjes
is. Met een zeer handige peddelbeweging weet Dûng
zijn vrouw de golven aardig uit het bootje te houden en
kunnen we onze tocht richting de drijvende markt vervolgen.
Hoe dichter we bij de markt komen des te drukker het op
het water wordt. Eenmaal bij de markt is het zo druk dat
we gewoon vast komen te zitten. De veertig meter brede rivier
is als een tapijt bedekt met bootjes. Naast ons biedt een
jong meisje mij haar ananassen te koop aan en aan de andere
kant word ik door een oude vrouw aan mijn shirt getrokken
of ik haar gekookte eieren wil kopen. Als ik drie bootjes
verder kijk word ik zelfs door een man gewuifd die met een
cobra staat te zwaaien die hij aan mij wil verkopen. Gefascineerd
kijk ik naar de wirwar van de handel. Wat een pracht en
wat een geluk dat ik deze man tegen ben gekomen. Ik zie
nu een stukje Vietnam dat ik zonder Dûng en zijn boot
nooit zou hebben gezien. Ik voel me hier thuis op het water
want het doet me weer terugdenken aan de tijd dat mijn ouders
nog een boot hadden en aan de vele kanotochten die ik in
Europa heb gemaakt. Ik fantaseer hoe het zou zijn om hier
met mijn eigen kano te varen. Terwijl het bootje langzaam
met de meute mee wordt gevoerd blijft het idee in mijn hoofd
ronddwalen. Op de terugweg nodigt Dûng me uit om bij
hun te eten. We slaan een zijtak van de rivier in en varen
langs het huis waar Dûng met zijn gezin woont. Het
huis staat helemaal vrij op het water. Onder zijn huis blijkt
dat hij een houten kooi heeft gemaakt waar hij aal in kweekt.
In vijf maanden tijd groeien deze beesten uit tot kolossale
vissen waar, voor Vietnamese begrippen, een fortuin mee
wordt verdiend.
Tijdens het eten is het zijn vrouw niet toegestaan mee te
eten. Nadat zij ons een stuk zelf- gekweekte aal, wat zeewierachtige
groente, rijst en een zeer sterk -door Dûng zelfgestookt-
drankje heeft voorgeschoteld, gaat ze in een hoekje een
visnet zitten repareren.
Als dank voor hun gastvrijheid bied ik geld aan maar daar
willen ze niets van weten. Omdat ik ze toch graag mijn dank
wil betonen, geef ik Dûng mijn T-shirt. Hier staat
een Nederlandse tekst op, waarvan hij al eerder heeft laten
blijken dat hij die wel mooi vindt. Eenmaal terug in mijn
hotel bedenk ik dat ik dit soort tochten zeker vaker wil
gaan doen, maar dan wel met mijn eigen kano.
Terug
van weggeweest
Onder een licht gestommel, dendert de trein door het Duitse
landschap. Ik staar naar buiten en zie hoe het licht glooiende
landschap steeds meer tot die typische Hollandse vlakte
veranderd. De egaal bruine koeien maken plaats voor de zwart/wit
gevlekte melkproducenten en tussen het verkeer dringen zich
steeds meer Nederlandse kentekenplaten. Nog een paar kilometer
en we passeren de grens. Ik denk aan het moment dat ik mijn
familie en vrienden weer zal zien. Hoe zal dat zijn nadat
ik vijf maanden van huis ben geweest? Vijf maanden lang
ben ik alleen maar met mensen opgetrokken die ik nog nooit
eerder had ontmoet. Mensen vanuit alle delen van de wereld:
Medereizigers, inboorlingen, emigranten en de plaatselijke
bevolking. Al deze maanden ben ik niet langer dan tien dagen
op een vaste plek gebleven. Steeds was ik onderweg naar
nieuwe plaatsen, op zoek naar nieuwe belevenissen. Het enige
contact dat ik met thuis had ging per brief, telefoon of
fax die ik eens in de twee weken verstuurde. Echt persoonlijk
was deze communicatie meestal niet. Telefoongesprekken vanuit
Vietnam, China en Mongolië worden vaak door de almachtige
receptionist of telefonist zo opgeschroefd dat deze communicatievorm
voor een lowbudget reiziger een godsvermogen kost. Vaak
kon ik noodgedwongen dan ook niet meer zeggen dan: "Alles
goed ... ik zit nu in Q..I..A..O..T..O..U.... groot communicatieprobleem
met de bevolking in China ... slaap nu in een hotel voor
90 cent .... tot over twee weken". Hierdoor verstuurde
ik meestal een faxbericht. Binnen een kort tijdsbestek kan
je zo meer en duidelijker informatie overbrengen.
Mijn gedachten worden onderbroken als ik de eerste Nederlanders
in de trein hoor stappen. Ik verbaas me nu eigenlijk pas
hoe weinig Nederlanders ik onderweg tegen ben gekomen, vooral
omdat de Hollanders als zo'n reislustig volkje worden beschouwd.
In de afgelopen vijf maanden heb ik buiten een paar zinnetjes
Maleis, Thais, Chinees en Russisch die ik ter plaatsen heb
geleerd eigenlijk alleen maar Engels en af en toe wat Frans
in Vietnam gesproken. En zelfs nu nog, nu ik in de trein
naar Nederland zit, spreek ik Duits met twee Berlijnse meisjes
die tegenover mij zitten.
Ik verlang er steeds meer naar om straks mijn eigen taaltje
weer te kunnen spreken, of ik het nog niet verleerd zal
zijn. Ik had al een voorproefje van vijf minuten toen ik
in Berlijn naar huis had gebeld om door te geven hoe laat
de trein het perron van Amsterdam Centraal binnen zal komen.
Als het goed is staat mijn familie me straks voor het station
op te wachten.
De trein is de grens inmiddels allang gepasseerd. Hoe dichter
ik bij huis kom des te zenuwachtiger ik word. Ondanks de
comfortabele treinbanken kan ik mijn draai niet vinden.
Ik voel mijn hart in mijn keel bonken en mijn handen zijn
bezweet. Als een klein kind wijs ik naar alles wat me bekend
voorkomt; de koeien, de tulpenvelden en de windmolens. De
trein rijdt het station binnen en stopt op het perron. Ik
pak mijn rugzak en zwiep hem, met een inmiddels vertrouwde
zwaai, op mijn rug ... "Tja ... de reis zit er op",
denk ik. Ik wijs de twee Duitse meisjes de weg naar het
VVV-kantoor en ga op zoek naar mijn familie. Als ik het
station uit loop word ik verblind door een aantal flitsen
van een fototoestel. Tussen de mensenmenigte door zie ik
mijn familie staan. Het ontvangst is zeer uitbundig. Verschillende
malen word ik geattendeerd op mijn gebruinde huid, mijn
uitgebleekte haar en mijn nieuwe kleding die onderweg stukje
bij beetje zijn gekocht. De vragen vliegen om mijn oren:
"Hoe is het om weer in Nederland te zijn, hoe is het
om je eigen taal weer te spreken, wat heeft deze reis de
meeste indruk op je gemaakt, wat vond je het mooist? Terwijl
ik honderduit vertel valt het op dat ik heel soms naar Hollandse
woorden moet zoeken of uit gewoonte een Engels woord zeg.
Mijn reis loopt definitief ten einde als ik de volgende
ochtend wakker word. Het ontgaat mij heel even dat ik weer
in mijn eigen bed lig. Als ik beneden kom, bemerk ik dat
er niemand in het huis is. Het is weer vreemd om thuis te
zijn, je vergeet dat ook hier alles gewoon doorloopt en
iedereen 's morgens gewoon weer naar zijn werk moet.
Het
plannen van de expeditie
Nadat alle verhalen zijn verteld en de dia's zijn bekeken
begin je na te denken wat er nu moet gebeuren. Op dat moment
zie ik mijn beste vriend, Steven, weer. Hij heeft momenteel
vakantie maar nog geen vaste reisplannen. We besluiten een
week in de Belgische Ardennen te gaan kanovaren om zo ook
wat bij te kletsen. Hij vraagt ook naar mijn verdere plannen
en ik vertel dat ik graag een jaar naar Australië wil.
Dit continent heeft al sinds lange tijd, om onverklaarbare
redenen, een grote aantrekkingskracht op mij. Steven zegt
dat hij daar ook wel heen zou willen, "Waarom gaan
we dan niet met zijn tweeën?" vraagt hij. Het
klinkt als een uitstekend idee maar ik zou wel eens op een
andere manier willen reizen, iets origineels, per kano bijvoorbeeld
... een manier van reizen waardoor je een land op een heel
andere wijze leert kennen. Het lijkt ons leuk om met een
kano naar verschillende landen te gaan.
Al snel komen we op het onderwerp wat voor kano dit dan
zou moeten zijn want een vijf meter lange kano is een beetje
moeilijk om in het vliegtuig of de bus mee te nemen: "Ik
weet van mijn oom dat hij een opvouwbare kano heeft, ik
zal het eens aan hem vragen".
Tijdens een dia-avond van mijn afgelopen reis vertelt mijn
oom over de Ally, een Canadese vouwkano naar Noors ontwerp,
een kano die ook hij zelf op het oog heeft. Deze kano weegt
slechts zeventien kilo en is samen met een draagstel als
rugzak te vervoeren. Hij geeft mij het adres van Tiekano
in de Bergschenhoek; de importeur van deze kano. Het weekend
daarop gaan Steven en ik langs bij het kanobedrijf. Zonder
enig idee te hebben hoe deze kano er uit ziet staan wij
verstelt over de constructie en compactheid van de kano
en hoe degelijk en stevig het materiaal is. We worden goed
voorgelicht en krijgen een video te zien over hoe je de
kano in elkaar moet zetten en hoe allround hij te gebruiken
is, ook op wild water. De Ally bestaat uit een Aluminium
buizensysteem dat als een soort van tent in elkaar wordt
gezet. Het buitendoek is van een soepel soort pvc gemaakt
dat zo stevig is dat het niet verder uitscheurt als er eenmaal
een gat in zit. Bij de Down River (DR) uitvoering is de
bodem dikker dan bij de normale uitvoering. Aan de binnenkant
wordt op de bodem een dikke schuimrubber mat gelegd dat
tussen het buitendoek en het buizenframe klemgedrukt wordt.
Deze zorgt ervoor dat je niet door de bodem heen kunt trappen,
de bodem zacht aanvoelt wanneer je op je knieën zit
en belangrijker nog, dat het de boot een groter drijfvermogen
geeft (zelfs onzinkbaar maakt) en het water tegenhoud indien
je een gat in je boot vaart. Na de video mogen wij de kano
zelf in elkaar zetten en kunnen er een stuk mee varen. Verguld
van blijdschap om het feit dat wij de voor ons geschikte
kano hebben gevonden, rijden wij terug naar huis. Ondertussen
beginnen we met het uitstippelen van een reisroute. Omdat
Australië het continent is waar we heen willen, informeren
we bij het reisbureau over het goedkoopste ticket. Dit blijkt
met Philippine Airlines, met een tussenstop in de hoofdstad
Manilla. "Waarom dan niet voor een aantal maanden stoppen
in de Filippijnen", denken we. De Filippijnen bestaat
uit meer dan 7000 eilanden, dat zal dus zeer geschikt zijn
om een aantal mooie tochten te varen. Als ik hier verder
over informeer en boeken over lees blijkt er weinig over
bekend te zijn om hier met een kano rond te peddelen. Via
zeekaarten komen we er achter dat hier echter best goede
mogelijkheden voor bestaan, een leuke uitdaging naar het
onbekende dus.
Eind januari blijkt de beste vertrektijd te zijn. Dan maken
wij alle feestdagen en onze verjaardagen nog met de familie
mee, maar vooral is dit het beste reis/kano jaargetijde
voor de Filippijnen. De cyclonen zijn dan een beetje uitgeraasd,
het regenseizoen is voorbij en het is dan nog niet zo heel
warm. Dit betekent echter wel dat we over twee maanden al
moeten vertrekken.
Race
tegen de klok
Hoe komen we tot die tijd aan voldoende geld, zowel om te
reizen als voor de uitrusting ? We komen op het idee om
te proberen of bedrijven ons met de uitrusting willen sponsoren.
Als dit, samen met mijn extra avondbaantje en het verkopen
van Steven zijn auto's zal lukken, dan hebben wij voor een
jaar reisgeld bij elkaar. De rest van het geld kunnen we
in Australië met behulp van ons werkvisum dan wel bij
elkaar verdienen.
Het voordeel is dat we een geweldig plan hebben want wie
gaat er tegenwoordig nou voor ruim een jaar met een kano
op pad. Ik ken niemand en heb er ook nog nooit over gelezen.
Mensen zijn dan ook heel enthousiast als we vertellen wat
we van plan zijn. We besluiten om een brief naar Arij van
de Kooij, eigenaar van Tiekano, te sturen waar we ons plan
over de expeditie in voorleggen. Een expeditie die we vanaf
nu de 'World Canoe Expedition' zullen noemen. Kort daarop
worden we voor een afspraak uitgenodigd. Arij is vanaf het
begin al heel enthousiast en wil ons graag een Ally 16,5
DR vouwkano en de bijbenodigde uitrusting ter beschikking
stellen; dezelfde kano waarvoor we hier al eerder zijn geweest.
Omdat de Ally net twee jaar op de Nederlandse markt verkrijgbaar
is, zal dit meteen een goed testverslag voor hem zijn. De
kano krijgen we al vrij snel in ons bezit, zodat wij kunnen
oefenen met het in elkaar zetten, de gewicht/balansindeling
in de rugzak en zijn vaargedrag. Het spatdek is echter niet
voorradig en moet bij de fabrikant in Noorwegen worden besteld.
Aangezien de feestdagen er tussen zitten zal het allemaal
krap aan worden, daar onze vertrekdatum op 24 januari al
is vastgesteld. Een race tegen de klok voor ons en de sponsors
dus. Ondertussen zijn wij buiten ons werk om nog steeds
druk bezig met het maken van een routeplanning, het aanwerven
van meer sponsors, het bekendmaken aan de media dat de expeditie
snel van start gaat en tal van andere voorbereidingen zoals
betaalmogelijkheden in de diverse landen, verzekeringen,
vaccinaties, paspoorten, visa's, communicatie afspraken
en natuurlijk de voorbereidingen voor het geven van een
groot afscheidsfeest.
In de laatste weken komen we in contact met Nomad die ons
een tent, slaapzakken, slaap matjes en een complete kledingoutfit
geeft. Tegelijkertijd komt ook het spatdek en twee framerugzakken
van het merk Bergans -dezelfde fabrikant als van de kano-
binnen. Vier dagen voor vertrek worden we gebeld door 'Kayakcentrum
Arend Bloem' in Wormer. Via een interview met ons dat in
de Telegraaf is verschenen, zijn ook zij over de expeditie
aan de weet gekomen en willen ons spontaan een Magellan
GPS 3000 satelliet navigatie systeem en twee horloges ter
beschikking stellen. Zelfs de dag voor vertrek kunnen wij
nog even snel naar Den Haag op en neer rijden om twee paar,
door Teva gesponsorde, sandalen op te halen. Het meeste
is dus allemaal nog net op het laatste moment in orde gekomen.
Een race tegen de klok die we met z'n allen gewonnen hebben.
Eindelijk
is het dan zover, op 24 januari vertrekken wij voor onze
expeditie. De hele uitrusting is compleet, alle papieren
zijn in orde, de route is uitgestippeld, er zijn goede afspraken
met diverse bedrijven en het thuisfront gemaakt en er is
een geweldig afscheidsfeest geweest.
Tekst
en foto's: Tristan R. Raggers en Steven Spaink
|