VakantieTop50.nl - De beste vakantiesites van dit moment

'World Canoe Expedition deel 1'

Wereldreizigers doen verslag vanaf de Filippijnen

Na twee weken duiken op het eiland Boracay gaat de 'World Canoe Expedition' van start. Voor de komende zes weken varen we met onze Ally weg van het toerisme naar onbekende eilandjes. Een tocht over zeeën, waar stromingen, golven en haaien het duo niet terug doet deinen. 'Toch... als ik soms terugkijk, verklaar ik ons voor gek !' zegt Tristan.

Oversteek naar het onbekende
Voordat we met onze geplande kanotocht naar de noordelijker gelegen Carabao en Tablas Islands vertrekken, moeten we eerst wachten totdat de lichte typhoon, die momenteel op komst is, is overgewaaid. Na drie dagen is de storm voorbij en slaan we eten en water voor een paar dagen in. Op het moment dat we de Ally naar het strand dragen zijn wij voor de verandering 'de toeristische attractie'. Menig mond valt open als we vertellen dat we naar Santa Fe op Tablas Island gaan, zo'n twee dagen peddelen van hier. "Why don't you go by banka(1), it's only 50 peso". We kunnen ze niet laten begrijpen dat we dit voor ons plezier doen. "Waarom beklimmen mensen bergen ?", dat is net zoiets. Een Duitser, die hier volgens zeggen al dertien jaar komt, vertelt ons over de sterke stroming en de hoge golven die er tussen Boracay en Carabao Island zijn. Dit weten we echter al omdat we tijdens een van onze proeftochten eerder in deze passage hebben gevaren. Daarom maken we de oversteek ook tussen de getijdenstromingen door en hebben we ons vertrek van de windsterkte af laten hangen. Wat we echter nog niet weten is dat er, volgens hem, acht meter lange, zeer hongerige, haaien leven, er gevaarlijke draaikolken zijn en dat de bewoners van Carabao Island vriendelijk lijken maar niet te vertrouwen zijn. Het is ons al snel duidelijk dat deze man nogal van overdrijven houdt of ons gewoon wil proberen te imponeren met zijn stoere praatjes. We weten dat er haaien leven want die hebben we een aantal dagen geleden tijdens het duiken zelf gezien, maar dat is wel op dertig meter diepte. We weten ook dat de film 'Jaws' hier niet is opgenomen, dat er geen schepen door draaikolken of wat voor reden dan ook zijn vergaan en dat er geen kannibalen of koppensnellers meer op Carabao Island leven. De hoogste tijd dus om te vertrekken. Via de westelijke kustlijn van Boracay varen we naar de top van het eiland. De wind komt vanuit het oosten, dus de eerste zes kilometer varen we in de luwte. Voordat we langs de kliffen, in het noorden van het eiland, varen en aan de oversteek beginnen, spannen we het spatzeil op een strandje over de Ally en trekken onze zwemvesten aan. De overtocht blijkt in het begin mee te vallen, totdat we halverwege in kruisgolven terecht komen: Dit is als er golven van verschillende kanten tegen elkaar opbotsen en een onvoorspelbare, vaak rollende golf, laat ontstaan. Het is net alsof we op een wildwater rivier varen en kunnen de kano dan ook maar met moeite in koers houden. Golven slaan stuk op het spatdek en we gaan nog maar langzaam vooruit. Als we de kruisgolven voorbij zijn, hebben we de golven half van achteren, waardoor we minder peddelslagen hoeven te geven om toch snel vooruit te komen. We zijn nu ruim over de helft en het is nog zo'n twee kilometer tot Carabao Island. We landen bij een klein strandje waar een tiental kinderen spelen. We vragen de ouders of we hier even kunnen zwemmen en uitrusten. We delen wat snoep aan de kinderen en sigaretten aan de mannen uit. Voor het eerst maken we de ontspannen Filippijnse sfeer mee. Kinderen rennen in hun blootje rond en verdringen zich om ons en de kano heen. De ouders lachen en kijken toe vanuit de schaduw of komen nieuwsgierig aan de kano voelen. We varen verder langs de kust en genieten van het alleen zijn, de vrijheid en weg van het toerisme. Aan het eind van de middag komen we bij een piepklein dorpje uit. Men spreekt hier geen woord Engels en met tekeningen en gebaren proberen we uit te leggen dat we hier onze tent op willen zetten om de nacht door te brengen. "Wat bedoelen die gekke blanke ... niemand kan toch een huis in zo'n klein bootje meenemen ?!". Men gebaart ons mee te komen en bieden ons een slaapplaats in een leegstaand huisje aan. Een van de dorpsjongens is vereerd met zijn nieuwe westerse vrienden en klimt in een palmboom om een aantal kokosnoten voor ons te plukken.

Het dorpje begint de volgende ochtend al vroeg te leven. Op het moment dat wij vertrekken zijn de meeste vissers al uitgevaren. De zee is rustig en er staat weinig wind. We varen kilometers langs hoge kliffen met af en toe een klein strandje. Het eiland kent niet veel bewoners, slecht een enkele keer komen we een vissersbootje van de dorpelingen tegen, waar we afgelopen nacht bij in het dorp hebben geslapen. Op de kop van het eiland is een dorpje waar we aanmeren. Aan een visser op het strand proberen we met gebaren te vragen of de oversteek naar Santa Fe een probleem zal zijn: "No prob-bel-lem, no prob-bel-lem", is zijn antwoord. De oversteek is langer dan van Boracay naar Carabao Island, maar de zee is zo rustig dat het inderdaad geen enkel probleem geeft.

Vissersboot zonder vangst
De volgende bestemming is de Calamian Group in Noord Palawan. Om hier te komen moeten we eerst naar Mindoro. Dit eiland ligt echter te ver weg om de oversteek per kano te maken. In de havenplaats Odionga, zo'n twee dagen peddelen van Santa Fe, vertrekt een grootte outriggerboot(1) naar Mindoro. Als we hier aankomen nemen we een jeepney(2) naar San Jose dat aan de andere kant van het eiland ligt en waar boten naar Palawan vertrekken. In San Jose beginnen we te informeren wanneer er een boot naar Coron, in Noord Palawan, vertrekt. In tegenstelling met wat ons is verteld, blijkt er helemaal geen regelmatige passagiersverbinding vanaf San Jose naar Palawan te gaan. De reden hiervoor is dat de zee in deze straat vaak onvoorspelbaar en te gevaarlijk voor de kleine bootjes is. Daarbij staat er een sterke stroming die naar de Zuid Chinese Zee leidt en er, in geval van afdrijven, voor honderden kilometers geen land meer te bekennen is. Met al deze informatie valt ook de oversteek met onze Ally, volgens de veiligheidsmaatregelen van ons persoonlijke kano handboek, af. Alleen de oversteek met een grootte passagiersboot vanuit Manilla zou verantwoord zijn. Nu hebben we alleen de pech dat deze maar één keer per week vertrekt en dat was gisteren. Ik krijg het idee om het eens bij de grote vaart te proberen. Het blijkt dat er die avond een grote olietanker vanuit Manilla binnenkomt die de volgende ochtend naar Puerto Princesa vertrekt. We zouden eventueel met dit schip mee kunnen. Puerto Princesa ligt echter wel op Palawan, maar veel te veel naar het zuiden. Het zal dagen kosten om dan weer terug naar Coron te reizen. We besluiten terug naar de haven te gaan en aan de vissers te vragen of iemand naar Coron gaat waar we eventueel mee aan boord kunnen. Bobby, onze tricycle(3) chauffeur die ons naar de haven brengt, blijkt erg behulpzaam als we hem ons probleem voorleggen. Bij de vissersboten helpt hij ons met vertalen. Na een lange tijd van rondvragen, komen we uiteindelijk bij een boot aan die vannacht om vijf uur naar Lungaon vertrekt. Lungaon is een klein vissersdorpje op Busuanga Island, hetzelfde eiland waar Coron ook ligt. De kapitein is er op dat moment niet maar één van zijn bemanningsleden zegt dat we om 02.00 uur terug moeten komen. We nodigen Bobby, als dank voor zijn hulp, bij het avondmaal uit en vragen of hij ons vannacht weer naar de haven wil brengen en kan helpen met vertalen.
Als Bobby ons bij het hotel op komt halen, heeft hij een vriend meegenomen. Hij legt uit dat het hier 's avonds niet veilig is, dat er vaak mensen worden overvallen en hier niet alleen durft te komen. We gaan terug naar het strandje waar de vissersboot voor anker ligt. Als wij er geen problemen mee hebben om de nacht verder op het dek te slapen heeft ook de kapitein er geen probleem mee als we met hem meevaren. We hoeven er zelfs niets voor te betalen. Om 05.00 uur wordt de rest van de bemanning wakker. Ze staan eerst raar te kijken als ze ons zien omdat ze nog nooit eerder blanke passagiers mee hebben genomen. Wij trekken dan ook alle aandacht en worden snel in de groep opgenomen. Helaas wordt er op deze tocht niet veel gevist omdat ze op weg naar hun thuisbasis zijn. Lungaon is maar een klein dorpje waar niet meer dan vijftig vissers wonen. Omdat Coron aan de andere kant van het eiland ligt en er geen weg over het eiland naar dit dorp loopt, biedt onze kano de ideale oplossing. De vissers kijken met grote verbazing hoe wij uit onze tas zo'n grootte boot weten te bouwen. In eerste instantie kijken ze maar wantrouwend naar de lichte constructie, maar als we ze laten zien hoe je de boot moet bevaren, raken ze overtuigd en staan ze te dringen om het zelf eens uit te proberen. "Daar moet op gedronken worden !", zeggen ze. Er worden meteen enkele flessen Tanduay rum tevoorschijn gehaald en worden er een aantal vissen op het vuur gaar gebakken. Het duurt niet lang of we zijn te zat om de peddels nog serieus vast te pakken en beginnen de volgende dag pas met de tocht naar het zuidelijker gelegen Coron.

Golvennachtmerrie
Als we de baai uit varen nemen de golven meteen fors toe. De golven lijken niet alleen hoger omdat we nu in een veel kleiner bootje zitten, ze worden ook steeds hoger omdat we momenteel in het springtij zitten: Een extra hoge tij die ontstaat als het volle maan is.

Ondanks we nu toch wel zo'n beetje aan al die hoge golven zijn gewend en weten dat de Ally heel veel kan hebben, begint het gedonder pas echt als we voorbij Dinaran Island zijn. De golven worden nog hoger en komen links van opzij waardoor het moeilijk is om de kano goed op koers houden. Telkens weer, worden we door zo'n enorme golf omhoog gestuwd, waarna we op de top een angstig overzicht over de volgende golfsituatie hebben. Vervolgens verdwijnen we weer in een diep dal waarin we door miljoenen liters water ineen zijn gesloten. We hebben het gevoel alsof we het notendopje in een golfslagbad zijn. Het spatdek is nu echt onmisbaar want er slaat veel water over ons heen, binnen de kortste keren zijn we doorweekt. Pas nu komt het er echt op aan dat we goed op elkaar kunnen vertrouwen, dat we in een hoog tempo de juiste peddelslagen geven, dat we tegelijkertijd tegengewicht geven en hierdoor niet uit balans raken en omslaan ... kortom, dat er gewoon keihard gewerkt moet worden om ons en de Ally hier heelhuids uit te krijgen. Ik moet er niet aan denken dat we juist hier om zullen slaan. Aan de kust is geen zandstrandje of aanlegmogelijkheid te bekennen, alleen hoge kliffen waar de golven met grof geweld op stuk worden geslagen. Nooit zullen wij de kano en onszelf in veiligheid kunnen brengen als het hier, op deze plek, fout zou gaan. Golven op zich zelf zijn niet zo erg en hoge golven hoeven ook geen probleem te vormen, althans ... zolang het glijdende golven zijn. Rollende golven zijn een veel groter gevaar voor zo'n klein bootje. Een rollende golf van één meter kan veel meer schade veroorzaken dan een glijdende golf van vier meter. Gelukkig heb je rollende golven meestal alleen bij de branding. Vier meter hoge glijdende golven lijken wel eng, maar ook nu bewijst het weer dat we er met de nodige inspanning toch goed doorheen komen.
Een paar honderd meter verder komen we in een stroom van kruisgolven terecht en dat is nou net waar het probleem weer ontstaat. Door de verschillende stromingen die in de Sulu Zee heersen, ontstaan er ook golven die uit verschillende richtingen komen. We zijn dit ver schijnsel al eerder tegengekomen in de passage tussen Boracay en Carabao Island, maar die waren niets vergeleken met dat golvennest waar we nu in zitten. Deze golven zijn absoluut van waanzinnige omvang, zeker 4 a 4,5 meter hoog waarvan alleen de top omslaat. We kunnen het in de verte al aan zien komen ... "Goede God", denk ik, "Moeten wij daar met onze Ally doorheen, hoe moeten we deze golven in hemelsnaam doorkruisen ?". Het witte schuim van de omslaande golven komt steeds dichterbij, waarna deze direct wordt gevolgd door twee andere golven die er veel te dreigend uitzien. Weer duiken we diep weg tussen de muren van de kolossale waterreuzen. Alles bij elkaar lijkt het een eeuwigheid te duren voordat we weer omhoog worden geduwd en ons noodlot af moeten wachten. Vlak voor ons breken twee golven op elkaar. We varen over het wilde witte nalatende schuim. Waar en hoe de volgende golf gaat komen valt heel moeilijk in te schatten. Pas op het moment dat de golf samenkomt kan je zien waar de golf om zal slaan. Verder is het adem inhouden en bidden want er valt zonder krachtige motor weinig te omzeilen.

Steven stoot me aan ... "Moet je dat zien ... ach ... nee !! ... Er rollen twee gigantische golven op elkaar in. Hoe dichterbij we zijn des te groter ze lijken. Precies op het moment dat de twee golven samenkomen en omslaan zijn wij op dat ene plekje waar we nou net niet horen te zijn. We zien het aankomen ... "Dit gaat fout !", zegt Steven ... "ja, dit gaat fout !" ... shit .... shit ..... oooooohhhhhh ssshhiit .........ssssshhhhiiiiiiitttttbbbBBRROOEEMMMM!!!!
Er is geen ontkomen meer aan, de golf slaat precies op de kano. Even lijkt het alsof we om dreigen te slaan maar een wonder houdt ons overeind. Het lukt ons om in balans te blijven. "Pffffoe !", we slaan een kreet van opluchting. Het is net alsof dit het klapstuk van het hele schouwspel was want vanaf dit moment wordt alles een stuk rustiger. Althans ... 'wat' rustiger want ik voel me nog steeds vaak onaangenaam als we weer in zo'n huizenhoge golf verdwijnen. De kruisgolven zijn we gelukkig voorbij en varen nu de Coron-passage in: De passage tussen Busuanga en Coron Island. We hebben de golven nu in de rug waardoor we vanzelf steeds verder de passage in deinen en alleen nog maar bij hoeven te sturen. Terwijl de adrenalinekick nog steeds door ons lichaam stroomt, kunnen onze armen eindelijk weer een beetje tot rust komen. De golven worden nu steeds lager en het water rustiger, totdat we ons uiteindelijk op spiegelglad water bevinden en langs de paalwoningen de haven van Coron binnenvaren. Bij aankomst trakteren we onszelf op een heerlijk vismaal en een fles Tanduay rum, waar we een toost brengen op de arme vissers die op deze wateren hun rijst moeten verdienen.

Tekst en foto's: Tristan R. Raggers en Steven Spaink

 

© copyright by www.onwalkabout.nl



Vergroot de omslag / bekijk het artikel

Gepubliceerd in KanoSport in
augustus 1996
 
print dit artikel    

Gesponsord door:
Tiekano, Nomad, Kajak centrum Arend Bloem, Teva en Cheasapeake Trading (Tilly Hats).

----------------------------------------
Lees ook de andere reisverhalen van onze expeditie in KanoSport:

- introductie artikel
- de voorbereidingen
- deel 1: Filippijnen 1
- deel 2: Filippijnen 2
- deel 3: Overstromingen in
   Downunder
- deel 4: Mangrove en Sahara
- deel 5: Lake Tinaroo
- deel 6: de laatste tocht
----------------------------------------
Wil je meer reisverhalen van het Onwalkabout team lezen, klik dan hier voor het overzicht.
----------------------------------------
Lees het testverslag van de Ally 16,5 Down River
Meer weten over de kano waarmee Tristan R. Raggers en Steven Spaink op reis zijn geweest, lees het testverslag van de Ally 16,5 DR.
----------------------------------------
Begrippen:

(1) Banka/Outrigger: Boot met aan elke kant een bamboe zijspan om de boot in evenwicht te houden, zodat deze niet om kan slaan.

(2) Jeepney: Kleine bus die helemaal met glimmend metaalwerk, felle kleurtjes en lampjes is versiert.

(3) Tricycle: Driewielig motor-voertuig die als taxi fungeren.