VakantieTop50.nl - De beste vakantiesites van dit moment

'World Canoe Expedition deel 2'

Wereldreizigers doen verslag vanaf de Filippijnen

We gaan op zoek naar verborgen meren en duiken in een oude krater waar we bizarre ontdekkingen doen. Vervolgens slaan we voor twee weken mondvoorraad in en en kanoën naar de eenzaamheid van onbewoonde paradijzen in de Zuid-Chineze zee. We peddelen, vissen, slapen op verlaten stranden en gaan op zoek naar een oud Japans oorlogswrak dat net onder de zeespiegel verborgen ligt.

Verborgen paradijs
We blijven een aantal dagen in Coron om tot rust te komen en de kano te repareren. Tijdens de golvennachtmerrie is het uiterste van de kano vereist en zijn er een aantal plastic verbinding stukjes gescheurd. We hebben geen reserve bij ons maar met een beetje vindingrijkheid en een stevige vislijn weten we een stevige noodoplossing aan te brengen. We trekken veel aandacht bij de vissersmannen en informeren meteen naar de stromingen, het tij, eilandjes en verborgen plekjes in het gebied. We krijgen de tip over een aantal vulkanische meren die op Coron Island verborgen liggen. Lake Cayangan is hier de mooiste van. Ze waarschuwen dat het echter moeilijk te vinden is en we krijgen een uitgetekende routebeschrijving mee, hoe we er kunnen komen. We besluiten er morgen eens een kijkje te gaan nemen.

Coron Island kent veel verborgen lagoons waar het water glashelder is en je tot diep het mooi gekleurde koraal en de vissen kunt zien. Als we bij de juiste lagoon terechtkomen en de beschreven weg volgen, meren we de kano bij een groep rotsen en volgen het pad over de bergkam. Na een half uurtje lopen komen we uit in een waar paradijs. Het meer is turkoois van kleur en tussen de hoge scherpe kalkstenen rotsen groeien bomen en struiken met, voor mij onbekende, bloemen. Doordat Lake Cayangan een vulkanisch meer is dat in de loop der jaren door het regenwater is ontstaan, is het water zoet en een stuk warmer dan in vergelijking met de zee. Omdat we hiervandaan maar een klein deel van het meer kunnen zien en het pad hier ophoudt, besluiten we de kano op te halen en over te dragen. Geen makkelijk karwei, daar het pad heel smal en onregelmatig is en we regelmatig met de Ally in de dichte begroeiing blijven steken. Er is hier geen strandje waar we de kano gemakkelijk ter water kunnen laten. We moeten hierdoor met de kano over een omgevallen boomstam balanceren, voordat we deze ter water kunnen laten. Voorbij de eerste bocht blijkt het meer veel groter dan verwacht en zijn er verschillende aftakkingen die naar andere kleinere meertjes leiden. Direct vanuit het water rijzen de scherpen kalkrotsen tot hoog boven ons uit. Omdat we helemaal ingesloten zitten en er geen zuchtje wind staat, is het water spiegelglad. Het water zo helder, dat als ik over de rand van de boot hang, ik wel zo'n dertig meter naar beneden kan kijken. We doen onze snorkels en maskers op en springen in het water. De boot kunnen we hier gewoon laten drijven, deze kan toch nergens heen. Zo stijl en scherp als de rotsen het water uitrijzen, zo stijl vervolgen ze ook hun weg onder water. Er zwemmen hier gigantische vissen. De vissers mannen kunnen hier namelijk niet met hun outriggerbootjes(1) komen, waardoor de natuur hier niet uit zijn evenwichtige verband is getrokken.
Dit is zonder uitzondering een van de mooiste plekjes waar ik ooit geweest ben. We zijn hier op een plaats waar geen ander bootje kan komen en geen pad de geheimen en de schoonheid van dit verborgen meer blootgeeft. Een absoluut paradijsje waarvan ik hoop dat het voorlopig zo onontdekt blijft.

Zeepaardjes en melkwater
Even voorbij Lake Cayangan ligt een andere lagoon waar we op ontdekkingsjacht gaan. Volgens onze zeekaart moet ook hier ergens een meer verborgen liggen. Er lijkt echter niet veel te zijn, totdat we een soort van natuurlijk poortje tussen de kalkrotsen zien, wat onze nieuwsgierigheid opwekt. We meren de kano bij een uitstekende rots en klimmen over de rotsen. Deze zijn vlijmscherp en waarschijnlijk komt dat door een vroegere vulkanische uitbarsting. Niet veel later komen we bij het meer uit. Vanaf een hoge rots hebben we een mooi uitzicht over het meer. Ook hier is het water vrij helder maar lijkt het na een meter of tien troebel te worden. Vanaf de rots springen we zo'n zes meter lager het meer in. Het water is ontzettend warm, nog veel warmer dan in Lake Cayangan. Onze nieuwsgierigheid wordt versterkt door de troebele laag en de naam die dit meer draagt: Baracuda Lake. Misschien doet dit meer zijn naam wel eer aan. Omdat het al laat begint te worden, besluiten we morgen terug te komen.
Bij een duikschool huren we een duikuitrusting en peddelen terug naar Baracuda Lake. Met duikuitrusting en al, klimmen we over de scherpe rotsen. Dit moet met de grootste voorzichtigheid gebeuren zodat we de uitrusting niet beschadigen. In het water meten we een temperatuur van 28 graden. Naarmate we dieper gaan neemt de temperatuur geleidelijk toe. Als we op veertien meter diepte zijn, komen we in de troebele laag terecht. Het is een soort melkachtige substantie die ontstaat op de scheidingslijn van het zoete regenwater dat op de bovenlaag drijft en het, zwaardere, zoute water dat d.m.v. een onderstroom door een grot vanuit zee binnenkomt.
Twee meter dieper bevinden we ons in de zoute onderlaag en wordt het water weer helder. Het water wordt steeds warmer, waardoor ik een beetje benauwd gevoel krijg, alsof we in een sauna zitten. Op 32 meter diepte bereiken we de bodem en meten we een temperatuur van 41 graden. De bodem bestaat uit een dikke modderlaag dat is ontstaan door het vulkanische verschijnsel. Als ik mijn arm erin steek voelt het glibberig en warm aan.
Er is heel weinig leven onder water te bekennen. Slechts een handvol lelijke vissen proberen iets voedzaams uit een paar zielige bosjes zeewier te knabbelen. De grotachtige rotsen zijn bedekt met een dikke bruine laag van modder en zwavel waar weinig vrolijks uit valt te halen en over barracuda's, daar hoeven we al helemaal niet meer op te hopen. Toch is deze duik absoluut de moeite waard, vooral als we vlakbij de rotsen een bijna doorzichtig organisme aanschouwen. Als we dichterbij komen, blijkt dat het een ... een zeepaardje, het is een zeepaardje !
Als we weer richting de oppervlakte zwemmen neemt de temperatuur van het water af en lijkt 28 graden voor enkele seconde ineens ijskoud aan te voelen. Als we de melkachtige laag doorkruisen is het alsof we als een vliegtuig boven het wolkendek uitkomen. Ineens is de blauwe lucht en de zon weer zichtbaar.

Typhoon op komst
Nadat we bij de vissers nauwkeurig over de stromingen en eilandjes van de Calamian Group hebben geïnformeerd en de route en alle coördinaten hebben uitgestippeld, slaan we voor twee weken voedsel en water in. We plannen om vanuit Coron naar de kleine onbekende eilandjes in de Gutob Baai te varen. Deze eilandjes komen uit in de Zuid Chinese Zee en zijn de meest westelijke gelegen eilanden van de Filippijnen. Het zijn een twaalftal eilanden waar de meeste onbewoond van zijn of waar enkel wat Tagbanua's wonen: Semi-nomaden met negrito bloed (soort van dwergnegers).
De eerste dag varen we tot Apo Island. Het hele gebied tussen Busuanga Island en Apo Island bestaat uit mangrove wat tijdens eb, door de lage waterstand, ontoegankelijk is en we tot de volgende morgen moeten wachten. Omdat het mangrove bos een doolhof van kleine slootjes is, vinden we de juiste doorgang pas als er een klein vissersbootje uit komt varen. Halverwege komen we een ander bootje tegen die te diep steekt en in de modder vast is komen te liggen. Ook hij moet wachten tot het water weer stijgt.
Via de duikschool in Coron zijn we achter de coördinaten van een oud Japans oorlogswrak gekomen dat net onder de zeespiegel verborgen ligt. Volgens de kaart moet dat vlakbij Lusong Island liggen. Met onze G.P.S. (Global Position System): Navigatie systeem via de satelliet, gaan we op zoek naar de exacte plaats. Als de G.P.S. aangeeft dat we er vlak boven moeten zijn springen we met onze snorkels in het water en gaan op zoek naar het wrak. De G.P.S. blijkt vrij nauwkeurig want het wrak ligt er maar enkele meters vandaan. Het schip is niet zo heel erg groot en de reden dat hij net onder de waterspiegel ligt is omdat hij vlakbij land is gezonken. De boegpunt steekt naar boven en is heel goed te zien, maar de bodem loopt hier schuin af waardoor de kont van het schip een stuk dieper ligt en alleen met een duikuitrusting is te bereiken. Omdat het wrak er al vanaf de tweede wereldoorlog ligt, zijn er in de loop van de jaren veel koralen op het metaal gegroeid wat veel vis aantrekt. De felle zon zorgt ervoor dat het koraal prachtig opkleurt en ook de grote variëteit van vis steekt prachtig af tegen de sombere kleuren van het verroeste metaal.

Als we langs Manglet Island varen, worden we vanaf de kant door een blanke gewuifd. Als we aan wal gaan blijkt de man een Amerikaanse zeebioloog te zijn die hier een onderzoekscentrum op heeft gericht. Hij neemt uitgebreid de tijd om ons van alles over zijn onderzoeken naar het klonen van schelpdieren uit te leggen en leert ons welke schelpen in dit gebied eetbaar zijn. Pas als we Calumbuyan Island voorbij zijn, komen we in de Gutob Baai. De zee is hier vrij rustig en door de beschutting van de vele eilandjes hoeven we niet bang voor stromingen te zijn die ons naar open zee af zullen laten drijven. De eilandjes liggen elk niet meer dan een aantal kilometers van elkaar vandaan en zien er allemaal even aanlokkelijk uit met hun parelwitte stranden ... althans, dat lijkt het. De meeste stranden mogen er van ver af dan wel mooi uitzien maar van dichtbij blijken het meestal koraalstrandjes te zijn. Doordat de vissers hier in het verleden dynamiet gebruikte om te vissen, is bijna al het koraal verwoest en spoelt dit aan op de stranden. Wat eens dus paradijselijke oorden waren, zijn nu eilandjes met stranden waar je met blote voeten niet meer kunt lopen omdat het bezaaid ligt met scherpe stukken dood koraal.
Maltatayoc Island is nog een van die onbewoonde eilandjes dat over een mooi zandstrand beschikt. Dit eiland is niet echt geschikt om te bewonen omdat boten hier niet aan kunnen meren. De gehele kust bestaat uit tientallen meters koraal dat net een paar centimeter onder het wateroppervlakte staat. Omdat onze Ally maar acht centimeter diep steekt, is dit net voldoende om zonder scheuren aan land te komen. Toch moeten hier ooit mensen gewoond hebben omdat we midden in de nacht door ratten opgewekt worden die het op onze voedselvoorraad hebben voorzien.
Na de tiende dag slaat het weer opeens helemaal om. Het begint hard te waaien en de lucht kleurt zwart/geel: Het teken dat een typhoon op komst is. Als we niet voor een aantal dagen op zo'n klein eilandje gevangen willen zitten, moeten we de peddels flink in het water steken om zo dicht mogelijk bij Coron te komen. Onderweg begint het steeds harder te waaien en ontstaat er een hogere golfslag. We hebben het geluk dat de wind en de golven van achteren staat en we snel vorderen. Pas tegen de avond bereiken we Coron weer. Niets te vroeg want het begint nu pas echt te spoken en is het tijd om de ramen en deuren voor een aantal dagen te sluiten.

Het duurt een aantal dagen voordat de typhoon over is gewaaid en we Coron weer kunnen verlaten. Met een grootte outriggerboot verlaten we de Calamian Group en gaan naar El Nido, op het hoofdeiland van Palawan. Deze hele westelijke kuststreek staat bekend om zijn mooie snorkelwater en dat is dan ook wat we het meeste van de tijd doen als we niet verder, richting het zuiden, aan het peddelen zijn. We slapen vaak op kleine strandjes en leven van de vis die we met onze onderwaterharpoen vangen en de schelpen die we verzamelen.

Na acht dagen komen we aan in Sabang waar de kano uit elkaar wordt gehaald en we met een jeepney(2) naar Puerto Princesa worden gebracht om de boot naar Manilla te halen. We moeten nu wel terug naar de hoofdstad omdat onze vlucht naar Australië over een paar dagen vertrekt.
De Ally blijft nu, wat betreft de Filippijnen, in de kanozak en zal daar pas weer uitkomen voor een tocht over de zuidelijke wereldstomingen in Australië.

Tekst en foto's door: Tristan R. Raggers en Steven Spaink

 

© copyright by www.onwalkabout.nl



Vergroot de omslag / bekijk het artikel

Gepubliceerd in KanoSport in
oktober 1996
 
print dit artikel    

Gesponsord door:
Tiekano, Nomad, Kajak centrum Arend Bloem, Teva en Cheasapeake Trading (Tilly Hats).

----------------------------------------
Lees ook de andere reisverhalen van onze expeditie in KanoSport:

- introductie artikel
- de voorbereidingen
- deel 1: Filippijnen 1
- deel 2: Filippijnen 2
- deel 3: Overstromingen in
   Downunder
- deel 4: Mangrove en Sahara
- deel 5: Lake Tinaroo
- deel 6: de laatste tocht
----------------------------------------
Wil je meer reisverhalen van het Onwalkabout team lezen, klik dan hier voor het overzicht.
----------------------------------------
Lees het testverslag van de Ally 16,5 Down River
Meer weten over de kano waarmee Tristan R. Raggers en Steven Spaink op reis zijn geweest, lees het testverslag van de Ally 16,5 DR.
----------------------------------------
Begrippen:

(1) Outrigger: Boot met aan elke kant een bamboe zijspan om de boot in evenwicht te houden, zodat deze niet om kan slaan. Ook wel Banka genoemd.

(2) Jeepney: Kleine bus die helemaal met glimmend metaalwerk, felle kleurtjes en lampjes is versiert.