VakantieTop50.nl - De beste vakantiesites van dit moment

'World Canoe Expedition' deel 3

Overstromingen in Downunder

Na de Filippijnen zijn Steven Spaink en Tristan Raggers in Australië aangekomen. Ze kopen een auto en rijden met hun kano, de Ally, naar de oostkust. Even ten zuiden van Brisbane, stroomt de Bellinger rivier. Door hevige regenval is de Bellinger buiten zijn oevers getreden. Het team maakt een kanotocht over de wildstromende rivier waar de ravage nog duidelijk zichtbaar is. Ze raken uit het spoor van de rivier en komen terecht op een ondergelopen stuk grasland. Het snelstromende water brengt ze regelrecht op een prikkeldraadhek af ... als dit maar goed gaat.


Op zoek naar de bron van de Bellinger

Een opwaaiende wolk van modder en zand is voor de komende veertig seconden het enige bewijs dat onze terreinwagen hier net heeft gereden. De modderpoel is nog zo vers, dat de bandensporen zich meteen achter ons sluiten. Acht dagen terug stond de gehele weg nog onder water. Hevige regenval en een slechte afwatering van de Bellingerrivier naar de zee heeft de rivier drie meter laten stijgen. Een rivier, die normaal graad 1 tot 2 is, was veranderd in een gevaarlijke kolkende watermassa. Bruggen stonden onder water of waren zelfs weggespoeld, waardoor de dorpjes Brinerville en Darkwood van de buitenwereld af werden gesloten en per helikopter moesten worden bevoorraad. Bomen die al honderden jaren hadden overleefd waren niet tegen de kracht van het water opgewassen. Hele boerderijen stonden onder water. Een ramp voor veel boeren en een ramp voor de natuur. Hoe meer we de bergen in rijden, des te moeilijker de weg begaanbaar wordt. Vanaf Bellingen tot Brinerville passeren we dertien bruggen die vaak niet meer dan uit een paar losse planken bestaan. Doordat het waterpeil nog steeds hoger dan normaal staat, staat het water tot vlak onder de bruggen. Bij een aantal zal de kano er echter niet onderdoor kunnen en zullen we hem moeten overdragen. Onderweg stoppen we een aantal keer om de rivier met al zijn stroomversnellingen te bekijken. Verschillende delen zijn nog steeds behoorlijk wild, maar daarom zijn we juist hierheen gekomen. Niet veel later passeren we Brinerville, het laatste dorpje op de weg. We rijden door tot waar de weg voor de auto onbegaanbaar wordt. Vanaf hier moeten we verder lopen. We laden onze spullen uit en spreken met Geoff af dat we hem bellen als we in Bellingen aan zijn gekomen, waar hij ons op zal komen halen. Vanaf nu zijn we op onszelf aangewezen. Mijn bloed begint al op te warmen en ik kan niet wachten om met de kanotocht te beginnen; maar eerst moeten we nog een stuk over het modderige pad lopen om verder stroomopwaarts te komen. De kano en de rest van de uitrusting gaat op onze rug. Onze schoenen hebben we uitgetrokken en de broekspijpen opgerold. Dit maakt het gemakkelijker om in de modder vooruit te komen. De zes kilometer nemen zo'n twee uur in beslag. Namaten we verder komen krijgt de rivier steeds meer vertakkingen waardoor deze zo smal wordt dat kanoën meer stroomopwaarts niet meer mogelijk is. We zijn bijna bij de bron van de rivier. We besluiten de kano hier in elkaar te zetten. Een lastig karweitje omdat nergens een geschikte plek te bekennen is. Rechts van het pad begint het dichtbegroeide bos meteen en links stroomt de rivier. Er zit niets anders op dan de kano op het blubberpad in elkaar te zetten. We zien er niet uit als de kano eenmaal in elkaar zit. Na een bad laden we de kano in het water en binden onze waterdicht verpakte spullen goed vast. Als laatste spannen we het spatdek over de kano. We zijn er klaar voor om onze eerste kanotocht Downunder te maken.

Afgang op het water
Onze tocht begint al meteen met een mooie stroom-versnelling. Deze trip wordt een goede test voor de kano. Nog nooit eerder hebben we met de Ally 16.5 DR op een wildwater rivier gevaren. We hebben nu mooi de gelegenheid om zijn vaargedrag en reacties in deze situatie uit te proberen. In het begin is de rivier nog vrij smal en bestaan sommige stukken uit een grote verzameling van rotsen, waar het water met een wir-war omheen en overheen stroomt en geen deel breed genoeg is om de kano doorheen te varen. Gelukkig dat de kano zo licht is en we niet te veel bagage mee hebben zodat we alles er niet steeds uit hoeven te halen om de kano bij dit soort passages over te dragen. Naarmate we verder afzakken, komen er steeds meer kleine bergstroompjes bij. De rivier begint steeds meer te groeien en het water wordt wilder. Als een nietig wezentje varen we tussen twee muren van groen die pas hoog boven ons hoofd een klein strookje van de helblauwe hemel blootgeeft. De enorme bomen zijn hier nog heer en meester. Zij moeten het woud beschermen tegen de vreselijke boskapingen zoals dat met het landschap verder stroomafwaarts is gebeurd en heeft omgetoverd in saaie weilanden. Sommige delen van de rivier zijn vrij rustig waardoor we kunnen genieten van de omgeving. De enige geluiden die we horen zijn van vogels die hoog in de bomen hun liederen zingen, vissen die nieuwsgierig uit het water opspringen of kleine beekjes die vanuit de bergen de rivier in stromen. Opeens wordt de vredige stilte verstoord door een licht, donderend geraas. Naarmate we verder peddelen wordt het geluid alsmaar volumineuzer. Het kan niet missen, we naderen weer een stroomversnelling. We kunnen hem echter nog niet zien omdat de rivier vol bochten zit. Het water begint met een steeds hogere snelheid onder de kano door te stromen en zonder meer extra peddelslagen te geven zorgt de zuigende werking van de stroming ervoor dat de kano in snelheid toeneemt. Als we de bocht voorbij zijn is het alsof twee 150 watt speakers vlak voor ons worden geplaatst. De stroomversnelling blijkt veel groter en dichterbij dan verwacht en het gedonder van de rivier overstemt onze communicatie met elkaar. We hebben geen kans meer om naar de kant te varen, we worden door de kracht van de zuigende 'V' meegezogen. Het spiegelende wateroppervlak is nu voorgoed verdwenen en we verdwijnen in de wilde witte watermassa. Op zo'n tien meter voor ons ligt links van ons een grote partij rotsblokken die zich vanaf de kant tot driekwart in de rivier uitstrekt. Met een snelle reactie verplaatsen we de kano met trek-en duwslagen in evenwijdige positie naar rechts, waardoor we nog net op tijd voor de smalle doorstroom komen te liggen. Eenmaal tussen de rotsen heb ik een paar seconden de tijd om een overzicht op de rest van de stroomversnelling te krijgen en om te realiseren wat er zal gaan gebeuren. Meteen na de rots denderen we in een twee meter lager gelegen diepte waarbij we landen op een grote, rond afgesleten, steen. Een geluk dat de kano zo flexibel is. Waar een polyester boot een behoorlijke opdonder van zou krijgen, buigt de Ally als een raftboot mee en glijden we verder zonder enige vorm van schade. Direct voor ons liggen andere rotspartijen die we weten te ontwijken door de hele kont naar rechts te draaien. De stroming doet de rest en brengt ons automatisch naar de goede doorgang. Weer vallen we in een diepte van zo'n twee meter maar deze keer hebben we minder geluk. Nadat we neerkomen hebben we drie meter de ruimte om de kano negentig graden naar rechts en vervolgens twee meter verder 140 graden naar links te draaien. Een bijna onmogelijke prestatie als je de situatie van te voren niet bestudeerd hebt, wij nog nooit eerder met deze kano op wild water hebben gevaren en dus nog niet het exacte bijbehorende vaargedrag kennen. We weten de kano de eerste bocht te draaien maar komen daardoor dwars op een rots te liggen. Het snelstromende water perst de kano tegen de rotsen en het is alsof we gevangen zitten tussen de krachten der natuur. Vanuit een zittende positie kunnen we niet genoeg kracht geven om ons vrij te maken. Ik sta op, houd met beide handen de zijkanten van de boot vast, zet een voet in het midden van de kano en zet met de andere voet af op de rots. Steven zit voorin en zet tegelijkertijd met zijn peddel af. Met een schok komen we vrij. De kano wordt direct met de stroming meegezogen en terwijl ik nog steeds sta, stuiten we op een andere rots. De kano komt schuin te liggen, ik raak uit balans en met de voorwaartse kracht van het water kapseist de boot. We vallen allebei in het ijskoude bergwater. Door de ballast verlichtende werking komt ook de kano vrij en wordt deze, volgelopen met water, met de stroming naar een rustiger deel van de rivier meegevoerd. Gelukkig blijft de kano door middel van een schuimrubberen ondermat drijven. Onze zwemvesten komen nu goed van pas, dit drijfvermogen maakt het voor ons een stuk makkelijker om met de kano naar de kant te zwemmen. "Wat zijn wij een stelletje groentjes !", zeg ik. "Dat wij zo'n stomme fout kunnen maken na onze jarenlange kano-ervaringen, wat een afgang !". We hadden moeten weten dat je stroomversnellingen eerst moet observeren voordat je aan een eventueel onwetend risico begint, zeker na de vele regenval van de afgelopen weken en de staat van de rivier op dit moment. We hadden ook moeten weten dat het geluid van een stroomversnelling/waterval veelvoudig gedempt wordt als je op een bochtige rivier in een dichtbeboste omgeving zit. Daarbij gaf de snelheid van het stromende water voor de bocht al genoeg teken dat er een enorme hoogte/waterverplaatsing moest plaatsvinden. In ieder geval zijn we weer een, goed afgelopen, ervaring rijker en hebben we veel nieuwe positieve punten van de kano leren kennen. Er blijft ons eigenlijk niets anders over dan om de situatie te lachen.

Prikkeldraad op de rivier
Doordat we alle bagage waterdicht hebben verpakt en aan de kano hebben gezekerd is alles nog kurkdroog en zijn we niets kwijt. Nadat we al het water uit de kano hebben laten lopen en droge kleding aan hebben getrokken, kunnen we weer verder. Onderweg komen we nog een aantal van dit soort passages tegen. Soms twijfelen we over de staat van de stroomversnellingen en volgen we nu wel de procedure zoals het hoort: vroegtijdig aanmeren, inspecteren, overleggen, beslissen, plannen, actie. Een aantal keer hebben we de kano over moeten dragen omdat passages onmogelijk waren en voorgaande ervaringen hier dus mee wilde uitbannen. Na zo'n 25 kilometer peddelen komen we 's avonds in Darkwood aan, een superklein dorpje met niet meer dan twintig huizen. Aan een boer vragen we of we op zijn land mogen staan. Hij verteld ons dat zijn land een week geleden nog onder water stond. Ze waren van de buitenwereld afgesloten en moesten door helikopters worden bevoorraad. Het water kwam tot drie meter voor zijn huis, hij hield zijn hart vast dat het waterpeil niet nog meer zou stijgen. De volgende dag is het nog zo'n twintig kilometer naar Bellingen. Omdat de grote wildwater passages nu voorbij zijn, is dit deel het meest relaxt om te varen. Mooie wilde afwateringsstukken, zonder al te veel moeilijkheidsgraden, brengen ons zonder veel inspanning snel vooruit. De enige onverwachte hindernissen zijn het ontwijken van de vele omgespoelde bomen en de soms scherpe afgebroken takken die zich net onder het wateroppervlak begeven. Doordat in het lager gelegen land nog steeds veel stukken ondergelopen zijn is er her en der een splitsing in de rivier ontstaan doordat overtollig water zich naar elders een weg moet banen. Uiteindelijk komen deze delen wel weer in de Bellinger uit maar soms is het moeilijk te zien wat nu de oorspronkelijke rivier is en wat ondergelopen land. Meestal maken we wel de juiste keuze omdat de rivier in de loop der stromende jaren toch een herkenning van vorm en uitslijting heeft gecreëerd. Het ondergelopen land wordt meestal gekenmerkt met omgespoelde bomen die in het water liggen of takken die her en der uit het water steken. Bij deze splitsing is het echter moeilijk in te schatten, want beide stukken lijken ondergelopen land. We kiezen voor het rechter. Door het aflopende land wordt het water weer een stuk wilder. Het blijkt al gauw, aan een half uit het water stekend weilandpaaltje te zien, dat we een verkeerde keuze hebben gemaakt. De kano loopt vast op een aantal onderwater verscholen takken. Met onze pogingen om los te komen wordt de kano door de stroming gedraaid en varen we achterstevoren verder. Dit moet een komisch gezicht geweest zijn. Deze manier van varen vinden we zelf eigenlijk ook wel leuk en proberen met ingewikkelde peddelslagen de juiste stroming te blijven volgen. Ik, ineens als voorman, zie in de verte een aantal takken uit het water opsteken. Het valt me op omdat ze zo keurig in een rijtje over de gehele breedte van de rivier staan en allemaal een gelijke tussenruimte hebben. Langzaam begin ik te beseffen dat dit wel eens geen omgevallen bomen kunnen zijn, maar ... inderdaad, nu zie ik het duidelijk: "HET IS EEN HEK !". Namaten we dichterbij komen, merken we op dat nergens een doorgang te bekennen is. Dan zie ik opeens een reliëf in het draad verschijnen ... "Shit, dat is prikkeldraad ... naar de kant ... snel naar de kant !". Met de kano nog steeds in achterstevoren varende positie steek ik mijn peddel met volle kracht schuin in het water en draai daarmee de boot met een scherpe 180 graden om. Zodra we koers naar de wal willen zetten blijkt deze verhinderd door een grote omgevallen boom. We hebben nog zo'n twintig meter te gaan voordat we bij het hek zijn. Ik zie het beeld van een 'aan prikkeldraad vastgeketende kano' in gedachte al voorbij komen. Dan valt mijn oog op een stevige boomstronk die we links van ons passeren. Als laatste wanhoop reactie grijp ik de noodlijn, spring uit de kano en met een snelle beweging weet ik deze met een paalsteek aan de stronk vast te maken. Het touw komt met een ruk vast te staan en als een wonder stopt de kano zo'n vijf meter voor het hek. Ik loop naar de voorkant waar Steven mij de meerlijn aanreikt. Vervolgens loop ik naar de kant waar ik het touw aan één van de palen van het hek vastmaak. Steven heeft ondertussen een derde lijn vanaf de achterkant naar de kant gespannen. Terwijl ik de noodlijn laat vieren haalt Steven de derde lijn binnen. Het moet heel geleidelijk gebeuren voordat de sterke stroming de kano laat kantelen. Als de kano eenmaal dicht bij de kant ligt, laten we hem langzaam voorbij de omgevallen boom, tot vlakbij het hek vieren vanwaar we hem de kant op kunnen dragen. Als we op de situatie terugkijken, beseffen we pas de ernst, de zeer ongewone en daardoor komische situatie in.

We tillen de kano over het hek en peddelen, in afwachting tot nieuwe verrassingen, verder. De rivier wordt vanaf nu alsmaar breder en het landschap bestaat voornamelijk nog maar uit weilanden. We komen langs steeds grotere ondergelopen stukken land. De inmiddels nog maar zeer lichte stroming bezorgt onze spieren op het laatste stuk nog de nodige inspanning. Vooral hier is de schade aan de natuur heel duidelijk te zien. Vele bomen liggen met wortel en al op hun kant en grote stukken van de waterkant zijn afgebrokkeld en weggespoeld. Eenmaal in Bellingen bellen we Geoff op. Tegen de tijd dat hij bij ons is hebben we de kano laten drogen en uit elkaar gehaald.

Voor de avond hebben ze een gezellige barbecue georganiseerd. Er wordt flink over onze belevenissen op hun Bellinger gelachen. Wat is er mooier dan de dag af te sluiten met een lekkere grote T-bone steak!? Aussie op z'n best.

Tekst en foto's: Tristan R. Raggers

 

© copyright by www.onwalkabout.nl



Vergroot de omslag / bekijk het artikel

Gepubliceerd in KanoSport in
april 1997
 
print dit artikel    

Gesponsord door:
Tiekano, Nomad, Kajak centrum Arend Bloem, Teva en Cheasapeake Trading (Tilly Hats).

----------------------------------------
Lees ook de andere reisverhalen van onze expeditie in KanoSport:

- introductie artikel
- de voorbereidingen
- deel 1: Filippijnen 1
- deel 2: Filippijnen 2
- deel 3: Overstromingen in
   Downunder

- deel 4: Mangrove en Sahara
- deel 5: Lake Tinaroo
- deel 6: de laatste tocht
----------------------------------------
Wil je meer reisverhalen van het Onwalkabout team lezen, klik dan hier voor het overzicht.
----------------------------------------
Lees het testverslag van de Ally 16,5 Down River
Meer weten over de kano waarmee Tristan R. Raggers en Steven Spaink op reis zijn geweest, lees het testverslag van de Ally 16,5 DR.