|
'World
Canoe Expedition' deel 4
Mangrove
en Sahara
Cooloola
nationaal park ligt ten noorden van de Sunshine Coast op
één van 's werelds oudste continenten: Australië.
Krokodillen komen hier niet voor, daarvoor moet je meer
naar het noorden, maar door de vele mangrove bossen lijkt
het geheel wel een beetje op het wereldberoemde nationale
park in Florida. Ze noemen het dan ook niet voor niets:
'De Australische Averglades'.
Op
deze tocht worden Steven en ik gezelschap gehouden door
een Zwitserse. Een maand geleden hebben we haar een lift
aangeboden en is sindsdien met ons in de Volkswagen-Kombie
mee blijven reizen.
Na een paar dagen relaxen aan het strand van Noosa Heads,
besluiten we dat het weer eens tijd wordt voor wat actie.
In reisgidsen hadden we al eerder over het Cooloola nationaal
park gelezen en hier in Noosa adverteren ze voor georganiseerde
boottochten naar deze wateren als 'het uitje'.
Bij het Australische VVV-kantoor informeren we hoe we er
het beste kunnen komen en hoe de wegcondities zijn. Er zijn
een aantal mogelijkheden waarvandaan we met de kano kunnen
vertrekken. Als we op de Noosa rivier zelf willen beginnen
hebben we echter een terreinwagen nodig om ons naar de oever
te brengen. Omdat onze Kombie alleen voor het glade asfalt
geschikt is, zijn we genoodzaakt om de auto bij het hoofdkwartier
van de Rangers aan Lake Cootharaba achter te laten en hier
van start te gaan.
Die middag zetten we de kano in elkaar en maken alles gereed
voor ons vroege vertrek van morgen.
Geheime
doorgang
Tijdens zonsopkomst dragen we de kano naar het kleine strandje
en laden al het eten en de kampeeruitrusting voor de komende
dagen in. De eerste vier kilometer peddelen we over Lake
Cootharaba naar het 'Sir Thomas Hiley Visitors Centre'.
Hier vragen we onze kampeervergunning aan en maken een praatje
met een van de park-rangers die ons uitleg en een aantal
tips over het gebied geeft. Ook zijn er een aantal foldertjes
en displays die informatie geven over alles wat er in het
nationale park leeft en groeit, tezamen met de geologische
ontwikkelingen die ver voor onze jaartelling is begonnen.
De smalle sloot die tussen het bezoekerscentrum en Kanaba
eiland ligt is de enige doorgang tot de Noosa rivier die
diep genoeg is voor de gemotoriseerde toerboten. Na 150
meter komen we uit bij een splitsing. Links leidt naar de
Kinkin Creek. Dit is een smal riviertje dat zijn bestaan
heeft te danken aan een hogerop gelegen regenwoud. Het water
wordt hier brak door de toevoer van het zoute water van
Lake Cootharaba.
Wij slaan rechtsaf en komen uit bij Tig Tree Lake. Het is
hier zo ondiep dat we de bodem kunnen zien. De bodem van
het meer bestaat voornamelijk uit waterplanten waardoor
het een geweldig woongebied voor watervogels is. Het is
dit meer dat de geheime ingang tot de Noosa rivier verbergt.
Zonder kaart zou het een eeuwigheid duren voordat we de
doorgang zouden vinden.
De ingang is ten noorden van het meer, niet ver van Tig
Tree point. De park-ranger bij het Sir Thomas Hiley Visitors
Centre vertelde dat hier vroeger een corroboree -ontmoetingsplaats
voor religieuze doeleinden- van de Kabi Kabi was. Deze Aboriginal
stam, voedde zich met vis, kangoeroes, wilde vruchten en
wortels.
Eenmaal na de doorgang worden er steeds meer mangroven tussen
de begroeiing zichtbaar. De komende zes kilometer tot Harry's
hut, is het ter bescherming van de vegetatie niet toegestaan
om aan te meren.
Goanna
toupet
Het water in dit gebied is door het wegspoelen van rottende
planten stroomafwaarts, bruin gekleurd. Dit donkere water
zet het wateroppervlak om in een geweldige spiegel en zorgt
voor een fantastische reflectie van de omringende plantenwereld.
Vooral bij 'The Narrows' is dit adembenemend. Door de vele
bomen en wortels onder water is dit punt ook een geweldig
leefgebied voor de Australische zoetwater baars.
Langs de rivieroevers groeien veel grasachtige planten wat
men ook wel 'zegge' of 'moerasgras' noemt. De stengels bevatten
sponsachtige luchtgevulde holten waardoor ze rechtop blijven
staan. Massa's moerasgras verrijzen en vervallen om de oevers
van motorboten, wegspoeling en overstromingen te beschermen.
De reflectie van het water, vogelfauna en vegetatie zorgen
ervoor dat we een schitterende tocht tot Harry's hut hebben.
Buiten het tijdelijke spoor dat onze kano nalaat wordt het
spiegelbeeld slechts één keer door een voorbijkomend
motorbootje gebroken. Als we vlak bij Harry's hut zijn zien
we aan de andere kant van de rivier een grote goanna lopen.
We meren aan en sluipen dichterbij om een plaatje van deze
immens grote hagedis te schieten. We moeten voorzichtig
zijn dat we hem niet op schrikken. Zodra goanna's zich bedreigd
voelen klimmen ze namelijk in de dichtstbijzijnde boom.
Dit herinnert mij aan een grappig verhaal dat een bushman
me ooit eens vertelde:
Met een maat was hij eens op een goanna aan het jagen omdat
deze een bedreiging voor zijn kippen vormde. Toen ze hem
hadden ingesloten, de goanna zich bedreigd voelde en de
eerste de beste boom op wilde zoeken, klom deze op het hoofd
van zijn maat in de veronderstelling dat dit een veilige
plek zou zijn. Of dit werkelijk gebeurd is weet ik niet,
maar als ik de scherpe klauwen van dit prachtige beest zie,
heb ik geen behoefte aan een goanna toupet.
Geërgerd bij Harry's hut.
Op dat moment komt een boot vol toeristen voorbij. Hun uitbundig
feestelijk geschreeuw en het daarmee tonende de-respect
voor de natuur schrikt de goanna af, waarna hij een boom
invlucht. Een aantal toeristen groet ons, maar ik kan nauwelijks
de moeite nemen om hier op te reageren. De toerboot stopt
bij Harry's hut waar ze gezamenlijk een barbecue houden.
Omdat we drinkwater nodig hebben moeten ook wij naar Harry's
hut. Eenmaal daar stijgt de woede naar mijn hoofd. Ik zie
het ware prototype van een aantal toeristen: luid irritant
accent, een camera die voor hun vette buik bungelt en een
veel te grote J.R. cowboyhoed. Ze zijn de goanna's met een
vegemite-sandwich aan het voeren. Ik heb echt het vermoeden
dat sommige mensen een ware schande en de schoonheid der
natuur niet waard zijn. Ik kan het niet laten een opmerking
te plaatsen: 'You don't have a lot of respect for the natural
habitat, do you ?!'. Het blijkt echter niet tot ze door
te dringen. Dit slag mensen begrijpt niet waar je het over
hebt. We hebben geen zin om nog langer bij deze mensen in
gezelschap te blijven en besluiten verder te varen en ergens
ander te lunchen.
Na Harry's hut zijn er totaal tien campings op de gehele
route. Geen van de campings heeft een watervoorziening,
je moet dus alles zelf meenemen. Het is nog ruim twintig
kilometer peddelen tot het laatste kamp, wat ons ruim drie
uur in beslag neemt. Dit is waar de Teewah Creek in de Noosa
rivier uitkomt en de rivier per boot begaanbaar maakt.
Terugtocht
en Sahara
De volgende ochtend varen we terug tot Kamp 3 waar we aan
een wandeling naar het Cooloola Sandpatch beginnen. Deze
tocht is zo'n twaalf kilometer lang en leidt door heide
en bossen. Een paar maanden geleden is hier een grote bosbrand
geweest, waarvan de verkoolde littekens nog duidelijk zichtbaar
zijn. Buiten een paar mooie lichtpaars gekleurde bloemen
die na zo'n ravage als een raadsel tot leven komen is er
niet veel kleur te bekennen. Het heeft iets weg van een
dracula-tuin. Het spookachtige sfeertje zal mij hier 's
avonds niet echt op mijn gemak stellen. Uiteindelijk komen
we uit bij Cooloola Sandpatch, een zeer uitgestrekte zandmassa.
Zandduin na zandduin rijst voor ons op. De wind waait grote
zandwolken op die over de scherpe toppen van de duinen waaien.
Het zandoppervlak toont een rimpeling alsof een kano net
voorbij is komen varen. Er zijn, buiten onze voetafdrukken,
geen sporen van mensen te bekennen.
We lopen de zandvlakte over en laten diepe sporen in het
rulle zand achter. Ik heb het gevoel alsof ik in de Sahara
loop, een plaats waar ik al jaren van droom eens heen te
gaan.
Het is wonderbaarlijk hoe zo'n enorme kale vlakte midden
tussen een dicht beboste omgeving kan liggen. Het doet me
denken aan Nederland. De tijd dat ik als kleine jongen met
mijn ouders naar de zandverstuivingen op de Hoge Veluwe
ging kijken of aan de tijd bij de Mariniers, toen we onze
bivaktrainingen op de Loonse en Drunense duinen hadden.
Tekst
en foto's: Tristan R. Raggers
|