VakantieTop50.nl - De beste vakantiesites van dit moment

Hoe het voelt om een soepballetje te zijn

De Filippijnen staat bekend om twee veel voorkomende natuur verschijnselen, typhonen en vulkanen. Niet iets om trots op te zijn en niet iets dat de meeste reizigers aantrekt. Een typhoon kunnen wij kanoers nu juist niet gebruiken. Helaas luistert de natuur niet altijd naar ons, waardoor de kano vaak netjes opgeborgen moet blijven of we tochten eerder af moesten breken. Vulkanen zijn zeker fascinerend en helemaal als een beklimming van deze samen gaat met een schitterende kanotocht. De Taal vulkaan leent zich hier uitstekend voor aangezien deze te midden van een groot meer ligt. Steven Spaink en Raymond Raggers versjouwen hun Ally naar de rand van de Taal meer en gaan extreem op ontdekkingsreis.

Een kleine gevaarlijke uitdaging
Na een 5 uur durende busrit vanuit Manila bereiken we Takatay aan het eind van de middag. Takatay ligt 600 meter hoger dan de Taal vulkaan. Met helder weer heb je een schitterend uitzicht over de vulkaan en het meer. Doordat er vandaag geen jeepneys meer naar Talisay rijden, moeten we vannacht in dit klein dorpje blijven. Terwijl Steven bij de spullen blijft, ga ik op zoek naar een hotelletje. Volgens een aantal mensen blijken hier geen accommodatie mogelijkheden te zijn. Aangezien ik dat wel vaker gehoord heb terwijl het tegendeel blijkt, blijf ik hoopvol door zoeken. Niet veel later loop ik langs een gebouwtje dat er zeer uitgebloeid uitziet. Het woord 'Pension' valt nog net van de verfloze muur af te lezen. Als ik naar binnen loop moet ik roepen voordat er iemand komt. " You want to rent a room, for how many hours?", hoeveel uur, gewoon voor een nacht. " you are no sextourist?" Nee we zijn kanotoeristen " oh, what unusual". Hij laat de kamer zien 350 peso (= fl.24,-) " I give you 150 peso (fl.10,-) and even that is to much for a room like this. O.K.
Ik haal Steven en de spullen. Ondanks dat de kamer niet veel voorstelt is het uitzicht op de Taal vulkaan geweldig. De volgende ochtend informeren we in Buco bij de Vulkanologisch en Seismologisch instituten naar de veiligheids conditie om de vulkaan te beklimmen. Als we over onze kanoexpedities vertellen blijken ze erg enthousiast en gewillig ons te helpen. De Taal vulkaan bestaat uit twee kraters die door de vele uitbarstingen in het verleden zijn ontstaan. De laatste uitbarsting in de oude krater was in 1911 waar momenteel een groot meer in staat. In 1965 was de laatste uitbarsting in de nieuwe krater. Deze laatste twee uitbarstingen waren zo heftig dat ze deze kleine vulkaan hierdoor bekroond hebben met één van de gevaarlijkste vulkaan in de Filippijnen. Sommige beweren zelfs dat hij niet alleen de kleinste maar ook de gevaarlijkste in de wereld is. In tegenstelling met de oude krater waar een pad naar toe loopt is het niet mogelijk om de nieuwe krater te bezichtigen. Het is momenteel wel veilig om naar de krater te lopen. We rijden door naar Talisay en zetten de kano aan de rand van het meer in elkaar. Een aantal jongelui die er rondlopen komen bij ons staan. Langzamerhand zijn we een hele bezienswaardigheid geworden. Dit is namelijk iets wat ze nog nooit eerder hebben gezien. Als de kano in elkaar zit moeten ze hem allemaal even optillen om werkelijk te geloven hoe licht hij is. Nieuwsgierig vragen ze waar we vandaan komen en of we naar de Taal vulkaan gaan. Ondanks we alle coördinaten al in de G.P.S. hebben ingevoerd en de koers is berekend hoe we moeten varen, vragen we geïnteresseerd aan een van de jongens waar we precies moeten varen om bij het pad te komen dat naar de oude krater leidt. Hij wijst globaal ergens naar het eiland maar dat geeft ons totaal geen beeld van waar dat punt nou precies is. Doordat de afstand naar het eiland vrij groot is en details daardoor onduidelijk te zien zijn, overhandigen wij de jongen onze verrekijker en stellen we nogmaals dezelfde vraag.Gefascineerd staart hij er doorheen maar de verrekijker blijkt interessanter voor hem. Hier worden we niet veel wijzer van. We stellen de vraag aan een aantal andere jongens. Eén van hen blijkt een oom te hebben die regelmatig naar de Taal vulkaan vaart om de vissers daar met goederen te bevoorraden. Hij gaat hem wel even halen. Niet veel later komt hij samen met zijn oom terug. Hij stelt zich voor met de naam Alexander. Weer zo'n westerse naam dat voor ons blanke niet bij deze cultuur lijkt te horen. "You want to go with this boat to the Taal vulcano?". Oh, very hard, big waves, big wind on lake, you are bravemen. Dank u, dank u. Weet u ook hoe we moeten varen om bij het pad te komen dat naar de oude krater leidt? "yes, of course! But hard to see from here". Steven geeft hem de verrekijker. Als oriëntatie punt laat hij ons een rij bomen zien dat net iets anders is gekleurd dan de rest van het eiland. Het is amper met het blote oog te zien en helemaal als we straks in de kano op en neer deinen. We bedanken Alexander en stappen in de kano. Ondanks dat het mooie weer is en het meer er van de kant rustig uitziet, blijkt er al snel een stevige wind tegen te staan.We peddelen tussen golven van 1 a 1 1/2 meter hoog. De te overbruggen afstand is slechts 7.36 km maar het neemt bijna 2 uur in beslag om aan de overkant te komen. Om vooruit te blijven gaan moeten we dan ook een aardig slagtempo aanhouden. De waterslangen die we regelmatig langs zien zwemmen en de scholen vis die in de verte uit het water opspringen maken de kanotocht helemaal compleet. De G.P.S. geleidt ons naar de juist plek. Naarmate we dichterbij het eiland komen wordt onze eindbestemming al zichtbaar. We kunnen zelfs het pad naar de krater al zien lopen. Tussen de visnetten door landen we bij een kiezelstrandje. Meteen komen er een aantal vissers nieuwsgierig op ons af. Vol ooh en aah bekijken ze de Ally en moeten ze hem (natuurlijk) weer even optillen. We proberen uit te leggen dat we naar de krater willen lopen en ze wijzen hoe we bij het pad moeten komen. We vragen of het mogelijk is op het meer in de krater te kanoën. Ze beginnen te lachen. No possible, no possible. Nadat we de kano stallen en ons klaar maken voor de wandeltocht worden we bij een gezin voor de lunch uitgenodigd. We vertellen dat we op de top willen blijven slapen. Ze blijken er een schuurtje te hebben dat we kunnen gebruiken. We pakken onze rugzakken en gaan op pad. De weg tot de krater neemt niet meer dan 40 minuten in beslag. Het pad bestaat net als de rest voornamelijk uit as. Het landschap is verbazend genoeg heel afwisselend. We lopen tussen hoge lava muren door en langs kleurige heide velden.Naarmate we dichter bij de krater komen, passeren we rookgaten waar een hele hete en sterke zwavellucht uitkomt. Daaromheen zijn grote stukken heide tot zwarte kool afgebrand. Eenmaal op de top hebben we een schitterend uitzicht over de krater en het meer. We lopen over de krater rand op zoek naar een weg dat naar het kratermeer leidt. Via een smal steil pad dalen we af. Naarmate we dichter bij het meer komen zijn er steeds meer rookgaten en bij sommige plaatsen spuit er kokend water uit. We bekijken de situatie of het mogelijk is om de kano naar het meer te dragen. Tot de top van de vulkaan zou het pad het toelaten, maar de afdaling naar het meer zou veel problemen opleveren. Bij het meer blijkt kanoën echter niet mogelijk. Gassen ontsnappen van alle kanten uit het meer. Het water kookt bijna, het is net een grote stoofpot. De kano zou of smelten of door de zwavel aangetast worden. Ondanks onze teleurstelling genieten we van deze fascinerende omgeving, maar wat zou het geweldig geweest zijn om in deze gigantische krater rond te peddelen. Als we weer terug op de krater rand zijn, plaatsen we ons pannetje boven een rookgat om zo ons eten te koken. Vlak voor de zon weer opkomt staan we op en keren we terug naar het dorp aan de voet van de vulkaan. Hier blijven we de hele dag tussen onze inmiddels geworden Filipijns vrienden. Om beurten nemen we iemand mee voor een kort kano tochtje in onze Ally. We informeren of we ook naar de nieuwe krater kunnen klimmen. Er gaat geen pad naar toe en de klim zou zwaar of onmogelijk zijn. "waarom willen jullie er heen, er is geen meer, er valt niets te zien. Niemand gaat er heen!". "Precies, daarom willen we ook". De volgende morgen vertrekken we vroeg zodat we niet op het heetst van de dag hoeven te klimmen. Er is weinig wind omdat het nog zo vroeg is en we langs de kant varen. Een boer laat net zijn koe baden als we langs varen. Vissers zijn met hun netten bezig en de krater dreigt nog steeds recht voor ons uit. We varen langs het laagste deel van de vulkaan. Hier stallen we onze kano op de rotsen en nemen alleen het hoogst noodzakelijke mee. De glooiingen van de lavastromingen zijn nog duidelijk te zien. Doordat hier nooit iemand komt is de grond helemaal dichtgegroeid, voornamelijk met doornstruiken. Moeizaam banen we ons een weg tot de krater. Door de zwarte as als onderlaag is over de hele krater een plant doorgedrongen die het geheel een mooie groene kleur geeft. Dit is wat ons misleidde toen we in Takatay over de krater keken. Hiervandaan leek het net een meer en dachten eigenlijk dat dit de oude krater was. Via de kraterrand lopen we naar het hoogste punt. Het is uitkijken waar we lopen omdat de bovenlaag uit een losse as substantie bestaat en we op moeten passen voor het landslide effect. De steile stukken beklimmen we door ons aan boomwortels en stronken vast te houden en omhoog te trekken. Op de top hebben we een schitterend uitzicht over de andere kant van het eiland. Hiervandaan zien we ook nog een ander vissersdorpje liggen waar we besluiten heen te varen. Zodra we de hoek van het eiland omvaren, weg uit de beschutting van de vulkaan, stopt de wind de kano abrupt. We blijven zo dicht mogelijk aan de kant zodat de weerstand minimaal is. Er moet hard gewerkt worden om vooruit te komen. Voordat we bij het dorpje kunnen komen moeten we eerst door een doolhof van visnetten zien te komen. Ze kweken hier zoetwater-vissen. Iets dat moeilijk is te krijgen op al die 7107 eilanden die ingesloten zijn tussen de zoute Zuid Chinese zee, de Sulu zee, de Celebes zee en de Filipijns zee. Het enige waar het dorpje uit bestaat is een lange rij bouwvallige vissershuisjes die aan smerige strandjes staan dat uitkijkt op hun visnetten. Als we aan de wal gaan komt er meteen een visser nieuwsgierig op ons af om te kijken waarom wij op zijn strandje zijn geland. We vertellen dat we erg geïnteresseerd zijn hoe de mensen hier leven aan de voet van zo'n gevaarlijke vulkaan. "Zijn jullie niet bang voor nieuwe uitbarstingen?" "oh ja, zeker hebben we veel angst, maar we moeten hier wel wonen om te vissen. We hebben geen keus, op het vaste land is geen werk, er is veel werkloosheid". "Was je erbij toen de vulkaan in 1965 uitbarstte?". "Ja, op dat moment was ik nog klein, ik was toen in Takatay. Ik was heel bang, mijn moeder en zusters huilde. Mijn vader was hier toen aan het vissen. Ik heb hem daarna nooit meer gezien"....(Heel even wisten we niets te zeggen)..... "Is het hier nu veilig?". "Nee het is niet veilig, je weet nooit wanneer er weer een uitbarsting komt. Het is net als de Pinatubo vulkaan die op 15 juni 1991 plotseling tot uitbarsting kwam. De mensen hadden geen tijd om weg te komen. We zijn altijd op onze hoede".We varen verder langs het eiland, maar er is echter niet veel bijzonders te zien. We besluiten terug te gaan. We steken het meer schuin over richting Leynes. We vliegen zowat over het water omdat we de golven en de wind achter ons hebben. We hoeven alleen bij te sturen en af en toe een peddelslag bij te geven als we op de golven liggen. Niet veel later komen we bij een riviertje uit dat het meer van regenwater uit de bergen voorziet. Het is vrij breed maar zo ondiep dat we uit moeten stappen en de kano moeten slepen. Zo lopen we 6.5 km voordat we bij een brug aankomen. Hier meren we de kano. De brug is het scheidingspunt tussen Bugaan East en Bugaan West. Aangezien de meeste Hollanders nog steeds rechts georiënteerd zijn en ook wij tot deze groep behoren, gaan we ook rechtsaf. Om beurten lopen we het dorp in aangezien er toch iemand bij de spullen moet blijven. Het duurt niet lang voor we in het kleine centrum zijn. Bij een voedsel stalletje informeer ik of we hier ergens kunnen overnachten. Er is geen hotel of guest house, maar Romeo Bathan, een jongen van een jaar of 18 die in het kraampje werkt zegt dat we wel bij hem en zijn familie kunnen blijven slapen. Samen met Romeo loop ik terug naar Steven en de kano. We pakken alle spullen in en halen de boot uit het riviertje. Deze keer slaan we linksaf de brug over naar Bugaan East. We dragen de kano over smalle paadjes die door de rijstvelden lopen, totdat we bij hem thuis zijn aangekomen.Romeo leeft samen met zijn moeder en zuster. Hoe arm ze ook zijn, de gastvrijheid is ongelooflijk. De familie Bathan is maar wat trots dat ze internationale gasten hebben. Nog nooit zijn ze in dit dorp eerder met toeristen in contact gekomen. Het duurt niet lang of het hele dorp weet dat we hier te gast zijn, ze komen dan ook allemaal even kijken. Het blijken allemaal neven en nichten van Romeo te zijn. Hij stelt ze allemaal voor, maar het zijn er zoveel dat ik na 15 namen de eerste alweer vergeten ben, na 30 namen wist ik allen de laatste 2 en na 60 luisterde ik niet eens meer. We blijven hier twee dagen en nemen Romeo mee voor een kanotocht naar het Taalmeer waar we wat vis vangen voor het avondmaal. De volgende ochtend nemen we afscheid van Romeo, zijn moeder en 10.000 neven en nichten. Via de rivier lopen we weer terug naar het meer en varen naar Leynes. Weer komt de wind uit het zuiden en blaas fors tegen de zijkant van de boot zodat we moeite hebben om hem koersvast te houden. In Leynes halen we de boot uit elkaar en maken we hem goed schoon. Het is een treurige schoonmaak omdat we weten dat hij de komende weken niet meer uit de kanozak komt. Hierna hebben we een bergtocht in Noord Luzon gepland om naar de overgebleven headhunters op zoek te gaan. We blijven de nacht in een guest house in Leynes waarvandaan we een schitterende afscheidsblik op de Taal vulkaan hebben. De Taal vulkaan is een kleine, maar zeker niet te onderschatte uitdaging en voor ons een herinnering om nooit te vergeten.

Tekst en foto's: Tristan R. Raggers en Saskia Henze

© copyright by www.onwalkabout.nl
 

Vergroot de omslag / bekijk het artikel

Gepubliceerd in Op Pad in juni/juli 1998
 
print dit artikel    
Gesponsord door:
Tiekano, Nomad, Kajak centrum Arend Bloem, Teva en Cheasapeake Trading (Tilly Hats).
----------------------------------------
Wil je meer reisverhalen van het Onwalkabout team lezen, klik dan hier voor het overzicht.
----------------------------------------
Lees het testverslag van de Ally 16,5 Down River
Meer weten over de kano waarmee Tristan R. Raggers en Steven Spaink op reis zijn geweest, lees het testverslag van de Ally 16,5 DR.
----------------------------------------
Klik hier voor een 143 tellende fotoreportage over de Filippijnen.