|
Op
zoek naar de Kalinga koppensnellers
Tristan
R. Raggers en Steven Spaink reizen voor drie maanden door de Filippijnen
en krijgen in het noorden een tip van een lokale over de Kalinga
koppensnellers die in het hart van de bergprovincie in Noord-Luzon
wonen. Dat de Filippijnen ooit koppensnellers gekend heeft en
zelf nog kent, klinkt ons verrassend in de oren. Ondanks men ons
waarschuwt dat de Kalinga's moeilijk te vinden zijn, wordt onze
nieuwsgierigheid opgewekt en gaan we op zoek naar de overgebleven
Koppensnellers.
Stammenoorlog
Het begon een paar dagen geleden. Vanuit Bontoc was het nog twee
uur rijden met de jeepney(1) naar Tinglayan. Tinglayan ligt in
het hart van de bergprovincie in het noordelijkste deel van de
Filippijnen en vormt samen met een aantal minuscuul kleine dorpjes
het gebied waar de Kalinga's wonen. Een stam met een geheel eigen
taal, cultuur, traditie en verleden. En wat voor verleden, ze
noemen dit het land van de headhunters, of te wel koppensnellers
zoals wij ze noemen. De reisgidsen waarschuwen nog steeds dat
dit gebied niet veilig is om te reizen. Aan de ene kant is dat
niet helemaal onterecht als je bedenkt dat er in 1995 nog een
stammenoorlog tussen Tugao en Dananao heerste waarbij twee doden
zijn gevallen. Aan de andere kant wordt het probleem opgeblazen
en lijkt alles veel erger dan het is. De overheid stuurde troepen
naar dit gebied om vrede tussen de twee stammen te bewerkstelligen.
De overheid had echter weinig invloed op de situatie, aangezien
alleen de stamhoofden volgens de traditie het beslissingsrecht
over zaken als oorlog en vrede hebben. Voor de schijn werd er
vrede gesloten totdat de soldaten weg waren. Daarna gingen de
gevechten gewoon weer door. Pas na acht maanden was het conflict
uitgevochten en de vrede hersteld tussen beide stammen. Een andere
reden waarom weinig toeristen dit gebied bezoeken is volgens verschillende
reisgidsen de conflicten tussen het regeringsleger en de Kalinga's.
Toen president Marcos in 1972 een aantal dammen in de Chico rivier
wilde bouwen om elektriciteit te winnen, was dit tegen de zin
van de Kalinga's omdat ze dit water voor hun rijstterrassen nodig
hebben. Jarenlang zijn er gevechten geleverd tussen de Kalinga's
en het regeringsleger. Uiteindelijk wisten de Kalinga's hun rijstterrassen
te behouden. Wat veel reisgidsen echter niet vermelden is dat
er in 1986 een einde aan de gevechten is gekomen en het sindsdien
veilig is dit gebied te bezoeken.
Met
een stok naar het toilet
De weg leidt ons langs groene rijstvelden en een schitterende
natuur. We passeren een paar kleine dorpjes. Hier zijn de golfplaten
huisjes nog niet doorgedrongen en leven de mensen nog steeds in
en rondom hun traditionele bamboe huisjes. In de jeepney zit een
oude vrouw tegenover mij. Aan haar tatoeages op haar armen blijkt
dat ze tot een van de Kalinga stammen behoord. Het aanbrengen
van tatoeages bij vrouwen is een ritueel dat vooral vroegen veel
werd gebruikt en alleen bij de mooiste vrouwen van het dorp mocht
worden toegepast. Het is echter een ritueel dat door de modernisering
steeds meer dreigt te verdwijnen. Twee kilometer voor Tinglayan
stopt de jeepney. Door een tyfoon die hier zes maanden geleden
heeft huisgehouden is de weg gedeeltelijk weggeblazen en kunnen
we niet meer verder. Buiten ons twee is er nog maar één
man die ook naar Tinglayan moet. Hij leidt ons via een smal en
modderig pad dat over de landverschuiving loopt, terug naar de
weg die in het dorp uitkomt. In een guesthouse in Bontoc hebben
we gehoord over een gids die in Tinglayan woont. Francis Pa-In
zou de enige gids in het dorp zijn. Hij behoort zelf ook tot de
Kalinga's en kent de omgeving en de mensen beter dan wie ook.
We vragen aan de man of hij ons naar het huis van Francis kan
brengen. Het blijkt het eerste huis van het dorp te zijn. Francis
is elders in het dorp, maar we worden erg gastvrij door de rest
van de familie ontvangen. Pa Pa-In is net koffiebonen aan het
branden. Terwijl Francis wordt gehaald zien we hoe de bonen op
traditionele wijze worden fijn gestampt. Alhoewel ik een volbloed
Hollander ben, ben ik geen koffie drinker. Toch smaakt deze koffie
zo goed dat alleen dit al bijna de moeite waard zou zijn om dit
pittoreske dorpje te bezoeken. "Native koffie", deze
woorden worden uitgesproken terwijl de hete mok in onze handen
wordt gedrukt. Als Francis is gearriveerd laat hij ons eerst het
dorp en zijn huis zien. Francis toont veel belangstelling waar
we vandaan komen en hoe we de Filippijnen vinden. Pas aan het
eind van de middag komen de diverse tochten, die we kunnen maken,
ter spraken. Francis vertelt dat je op de weg naar het dorpje
Ngibat een adembenemend uitzicht over de rijstterrassen in de
omgeving hebt. In Butbut, Luplupa, Tunglay en Ambato zijn verschillende
traditionele huizen te bezichtigen. In Turgao is er een hotspring
en kan je zien hoe men manden weeft en in Turgao en/of Ambato
leven nog een aantal koppensnellers waarmee je in contact kunt
komen. Het is mogelijk om dagtochten of meerdaagse tochten met
overnachting in een ander dorp te maken. Voor de volgende dag
spreken we af naar Butbut te lopen. De dag daarna gaan we op zoek
naar de overgebleven koppensnellers in Ambato, want daar zijn
we tenslotte voor gekomen. Helaas kunnen we de koppensneller van
Turgao niet ontmoeten omdat hij momenteel in een ander dorp is.
We worden bijna verlegen van de gastvrijheid van Francis. Hij
biedt ons zijn kamer aan en slaapt zelf op de grond. Luxe moet
je in Tinglayan zeker niet verwachten. Je leeft samen met een
Kalinga familie en deelt al het goede en slechte samen (als er
iets slechts over te zeggen valt). Er is geen onderscheidt en
dat is nou juist zo speciaal in deze spectaculaire omgeving. Er
is geen bad of douche in het huis aanwezig, maar er stroomt wel
een rivier langs het huis waar je de hele dag door een verfrissende
duik in kunt nemen en anders stroomt er achter het huis doorlopend
water uit een bamboe stengel, afkomstig van de bergen, waar je
jezelf kunt wassen. Dit water gebruiken ze tevens als drinkwater
en is schoon genoeg om geen last van je darmen te krijgen. Een
w.c. vindt je nergens, maar de achtertuin is groot genoeg om een
rustig plekje te vinden. Neem echter wel een stok mee om de varkens
weg te houden, aangezien deze staan te dringen om jouw lekkere
hapje. Als het regent lekt het dak, nou en ... de druppels vallen
precies naast het bed. Een matras?, een rieten matje met een deken
lijkt hier net zo zacht te slapen. Het eten is simpel, rijst met
bonen, rijst met kool of rijst met sardines uit blik. Het hangt
er net van af wat het gewas die week brengt of wat er vanuit Bontoc
of Tabuk wordt ingevoerd. Een enkele keer wordt er een kip van
het huis geslacht. Een café vindt je niet in Tinglayan,
net zo min als elektriciteit. Hierdoor ga je meestal vroeg naar
bed al krijg je genoeg geïmproviseerde olielampjes als je
om acht uur nog wat wilt lezen of kaarten. Daarentegen is het
vroeg licht en begint het huis om vijf uur al te leven. De avond
mis je niet eens. Omdat Tinglayan in de bergen ligt, koelt het
's nachts wat af.
Modchitas
veroorzaakt problemen
Na een bord witte rijst met bonen vertrekken we al vroeg zodat
we niet in het heetst van de dag hoeven te lopen. We lopen over
de weg terug naar de landverschuiving, passeren deze weer over
het smalle pad dat er overheen loopt, totdat we bij de weg uitkomen
en deze verder volgen. Onderweg laat Francis zien waar president
Marcos de dam wilden bouwen. Op deze plek zijn heel wat soldaten
gesneuveld, vertelt Francis en laat ons ondertussen zien waar
de Kalinga's in hinderlaag het leger opwachtte. We volgen de weg
nog een paar honderd meter voordat Francis een smal stijl pad
inslaat dat de bergen inleidt. Via rijstterrassen klimmen we hogerop
totdat we een adembenemend uitzicht over de groene rijstterrassen,
de Chico rivier en de Sleeping Beauty hebben. De Sleeping Beauty
is een vrouwenlichaam dat wordt gevormd door de toppen van de
berg ten noorden van Tinglayan. Nog nooit eerder heb ik zo'n gelijkenis
in een berg gezien. Een fascinerend beeld. Na anderhalf uur lopen
zijn we op de top van de berg en is het nog maar een kwartiertje
tot Ngibat. De zon schijnt zo fel, dat we blij zijn als we ons
even bij de waterpomp van dit dorpje op kunnen frissen. We nemen
foto's van de vele kindertjes die dit dorp telt en delen snoep
uit. Aan de volwassenen geven we lucifers en sigaretten als dank
voor een bezoek aan hun dorp. Dit is overigens een traditioneel
gebruik bij de Kalinga stammen als men op bezoek gaat of iemand
om een gunst vraagt. Het gaat dan maar om kleine geschenken zoals
lucifers, sigaretten, aspirine, suiker, zeep enz.
Over de smalle randen van de rijstterrassen is het nog anderhalf
uur lopen voordat we in Butbut aankomen. Het lopen over de rijstvelden
vergt een goed evenwichtsgevoel. Je moet oppassen dat je niet
op de 25 centimeter brede paadjes uitglijdt en in het drie meter
lager gelegen rijstveld terecht komt. Hoewel het nu heel erg warm
is, is de grond door de regen van een paar dagen geleden op sommigen
plaatsen erg glad. In Butbut aangekomen, brengt Francis ons naar
een vriend van hem waar we voor de derde keer achter elkaar Modchitas
eten (rijst met bonen). Voor onze westerse magen hebben de bonenmaaltijden
een onaangename bijwerking. De gassen beginnen al aardig in onze
darmen te ontstaan en zoeken zich onder een luid geknetter een
weg naar buiten. Francis introduceert ons aan een aantal dorpsbewoners,
zodat we kennis kunnen nemen van hun alledaagse gewoontes en bezigheden.
Jongens slijpen hun vijftig centimeter lange kapmessen die altijd
trouw hun gordel sieren. Een bejaarde vrouw stampt haar rijst,
zodat deze van het vlies gescheiden wordt en een blinde jongen
bespeelt een neusfluit. We bekijken één van de Kalinga
huizen. De eigenares laat trots haar getatoeëerde armen zien.
Francis is een geweldige gids, als we iets willen zien of ergens
een foto van willen maken, regelt hij alles en kunnen we voor
een klein geschenk meestal dat gene doen wat we vragen. Een man
vraagt of we een medicijn tegen malaria hebben dat hij tijdens
zijn werk in de rijstvelden in Tabuk heeft opgelopen. Tabuk ligt
vijf uur rijden ten noorden van Tinglayan. Omdat Tabuk een stuk
lager ligt, zijn daar veel malariamuggen. De man zijn ogen zijn
met bloed doorlopen en zijn huid is lijkbleek. In Bantoc verkopen
ze medicijnen, maar hij heeft niet genoeg geld. Omdat we onze
medicijnen zelf nodig en we niet zeker weten of ons middel deze
man wel zal genezen, geven we hem wat geld zodat hij het juiste
medicijn kan kopen. We schudden bijna het hele dorp de hand voordat
we weer terug lopen naar Tinglayan. Na vijf Modchitas maaltijden
ontploffen onze darmen bijna. Gelukkig is de bonenvoorraad voor
deze week op en maakt deze plaats voor een wat smakeloze koolsoort.
Ontmoeting
met een Kalinga Koppensneller
Na het ontbijt kopen we nog wat snoep en lucifers voordat we naar
Ambato, Tunglay en Lulupa lopen. Via een wankele houten hangbrug
steken we de Chico rivier over. Tussen de gaten in de planken
door zien we ver beneden ons de rivier bulderend onder de brug
voorbij stromen. Als we de brug over zijn en het eerste dorp naderen,
worden we het eerst door de kinderen opgemerkt. Doordat de eerste
blanken die hier kwamen Amerikanen waren, gaan ze er blijkbaar
nog steeds vanuit dat elke blanke een Amerikaan is. We worden
dan ook verwelkomd met: "Amerikano ... Amerikano ... give
me candy !". Gezien elk gezin uit acht tot vijftien kinderen
bestaat en wij niet zo'n onuitputtelijke snoepzak als onze grote
kindervriend van vijf december hebben, is het niet mogelijk om
elk kind een snoepje te geven. We wachten met uitdelen totdat
we bovenaan in het dorp zijn. Een veertigtal kinderen verdringt
zich om ons heen en steekt in afwachting van een snoepje de hand
uit. Een aantal zijn zo gehaaid dat ze het snoepje snel wegstoppen
en nog eens een hand uitsteken. Al snel raken we het overzicht
kwijt wie we wel en wie we niet hebben gegeven. We laten de kinderen
in een lange rij opstellen en beginnen opnieuw met uitdelen. Nu
weten we zeker dat we niemand overslaan.
Na het uitdelen kunnen we eindelijk op zoek gaan naar waar we
voor gekomen zijn: koppensnellers. We weten dat er nog een koppensneller
in het dorp woont en vragen Francis of hij ons bij zijn huis kan
brengen. Een oude grijze man zit voor zijn deur een pijpje te
roken. Via Francis stellen we de man een aantal vragen:
|
Tristan:
|
Wat
is je naam en in welk dorp woon je? |
| Puyao: |
Mijn
naam in Puyao en ik woon in Ambato Dalag. |
| Tristan: |
Hoe
oud ben je? |
| Puyao: |
Dat
weet ik niet, we hadden toen nog geen kalender in het dorp. |
| Tristan: |
Ben
je een Kalinga krijger? |
| Puyao: |
Jazeker,
ik heb 40 koppen gesneld. |
| Tristan: |
Waar
heb je deze gesneld?
Was het in de Kalinga dorpen?
Heb je tegen Ifugao stammen gevochten? |
| Puyao: |
Nee,
ik snelde in Kalinga dorpen, zoals Tabula, Lubuangan en Basao. |
| Tristan: |
Je
liet me een menselijk bot zien die je als slagstok voor je
gong gebruikt. Was dit een bot van een van je slachtoffers? |
| Puyao: |
Natuurlijk. |
| Tristan: |
Welke
menselijke bot behoud je als trofee? |
| Puyao: |
Het
kaakbeen. |
| Tristan: |
Beoefen
je nog steeds de oude rituelen? |
| Puyao: |
Ja,
we dansen de Lao-Rao, de dans die we doen vlak voordat we
een Carabao of varken slachten voordat we gaan koppensnellen. |
| Tristan: |
Wanneer
heb je het laatste hoofd gesneld? |
| Puyao: |
Dat
is lang geleden... 1943... tijdens de tweede wereldoorlog
hielp ik de Amerikanen met bevoorraden. Toen de Japanners
kwamen heb ik van velen hun hoofd gesneld om mijn volk te
helpen winnen. |
| Tristan: |
Wanneer
is er hier voor het laatst door een koppensneller een hoofd
gesneld? |
| Puyao: |
Dat
is twee jaar geleden.
Toen een jongen verliefd werd op een meisje uit een ander
dorp en zij door de broer van het meisje gesnapt werden, heeft
de broer de jongen vermoord.
Er is twee jaar lang ruzie geweest. Pas toen het hoofd van
de broer gesneld was, was de ruzie over. |
| Tristan: |
Kan
je een van de oude koppensnellers liederen voor me zingen? |
| Puyao: |
Ja,
ik ken een lied van de krijger. Dat lied zingen we altijd
voordat we op jacht gaan. |
Tenslotte
vragen we Puyao of we zijn 'fatoc' mogen zien. Dit is een decoratieve
lichaamstatoeage die de status van koppensneller aangeeft. Puyao
trekt zijn shirt uit. Met trots sieren twee bundels van strepen
zijn borst. Vanaf beide kanten buigen ze om tot halverwege zijn
bovenarm. Met een soort van prikkeldraadtafereel worden de bundels
temidden van zijn borst aan elkaar verbonden. Ondanks zijn gerimpelde
huid is zijn fatoc nog duidelijk zichtbaar. Het lijkt net of er
een spirituele kracht vanuit straalt, een kracht van moed, kracht
en ontzag. Een kracht die me vertelt deze man te eren, ongeacht
of zijn daden in onze ogen goed of slecht zouden zijn geweest.
Dankbaar geven we Puyao wat geschenken en schudden hem de hand.
Gelukkig behouden we deze en ons hoofd en verlaten we samen met
Francis Ambato.
Koppensneller
en betelnoot
Op onze weg naar Tunglay lopen we langs een rijstveld waar een
oude man aan het werk is. Francis vertelt dat ook hij een koppensneller
is. We lopen naar de man toe. Francis stelt ons voor en vraagt
of we hem wat vragen mogen stellen. Francis vertaalt weer voor
ons. Zijn naam blijkt Wanor en ook hij weet niet hoe oud hij is.
Hij heeft drie koppen gesneld, waarvan de laatste zo'n twintig
jaar geleden. Trots laat ook hij zijn fatoc zien en wil graag
voor een foto poseren. Zijn tanden en lippen zijn rood gekleurd.
Francis vertelt dat dit komt door het kauwen van betelnoot, een
vrucht dat hier veel groeit. Hij legt uit dat je drie verschillende
dingen nodig hebt om betelnoot te kauwen. De vrucht, de bladeren
en kalksteenpoeder. Voor consumptie breek je allereerst de vrucht
open, haal je de noot er uit en wikkel je ongeveer een kwart van
de vrucht in een blad. Dit kauw je eerst een beetje fijn totdat
de bittere smaak verdwenen is, vervolgens voeg je een vingertip
van het witte poeder toe. De poeder kleurt het geheel tot een
rode pasta. Belangrijk is om het speeksel niet in te slikken maar
uit te spugen, anders maakt het goedje je binnen de kortste keren
hartstikke stoned of kan je er ziek van worden. Dit verklaart
ook al die rode plekken die je in deze hele streek overal op de
grond tegenkomt. Wanor biedt mij aan om het betelrecept uit te
proberen. Zoals ons is uitgelegd wikkel ik een deel van de vrucht
in een blad en stop het geheel in mijn mond. Het smaakt zo ongelofelijk
bitter en zuur tegelijk dat al mijn smaakpapillen samentrekken.
Het is net als die beroemde zure appel waar je even doorheen moet.
Naarmate ik blijf kauwen verdwijnt de sterke smaak totdat het
naar niets meer smaakt. Gelukkig ... ik kan weer normaal kijken.
Nu is het tijd voor het magische witte poeder dat mijn onsmakelijke
groene substantie rood moet kleuren. Wanor haalt een bamboekokertje
te voorschijn waar hij zijn voorraad in bewaard ... en verdomd
... het werkt. "Ik begin me al een echte Kalinga krijger
te voelen", grap ik. "Wat is de volgende proef?",
vraag ik aan Francis ... "koppensnellen", zegt hij met
een lach ... "Nee laat maar, ik blijf wel Amsterdammer!".
We nemen afscheid van Wanor en lopen via Tunglay en Luplupa terug
naar Tinglayan. Onderweg spuug ik een spoor van rode plekken uit.
Het doet me terugdenken aan mijn sprookjes kinderjaren, alleen
laat ik een minder smakelijk spoor dan Hans en Grietje achter.
Eén voordeel, zolang het niet regent zal niemand mijn spoor
uitwissen.
Reisinformatie*
Algemeen
De Filippijnen is een archipel, bestaande uit 7107 eilanden met
een landoppervlakte van ongeveer 300.000 vierkante kilometer.
Er zijn drie grote eilandengroepen: Luzon in het noorden, Visayas
in het midden en Mindanao in het zuiden. In totaal wonen er 65
miljoen mensen op de Filippijnen. Omdat er zoveel verschillende
stammen zijn is er niet een Filippijnse taal. Er zijn meer dan
87 verschillende talen en dialecten. Daarom heeft de Filippijnse
regering besloten het Engels als nationale taal te voeren.
Geld
Het wettige betaalmiddel op de Filippijnen is de peso. De huidige
koers schommelt tussen 25 en 30 peso voor een Amerikaanse dollar.
Klimaat
De Filippijnen worden gekenmerkt door een tropisch klimaat. Van
maart t/m mei is het erg warm. De periode van juni t/m oktober
wordt gekenmerkt door veel regenval. November t/m februari is
de beste periode om te reizen, de gemiddelde temperatuur ligt
dan rond de 25 graden.
Bereikbaarheid
Vanaf Amsterdam zijn er verschillende maatschappijen die op de
Filippijnen vliegen. Vanuit Manila is het een zes uur durende
busrit naar Baguio. De volgende dag gaat er een bus naar Bontoc,
deze duurt acht uur. Op de derde reisdag gaat er een jeepney naar
Tinglayan die er twee uur over doet. Alles is afhankelijk van
de wegen en klimaatcondities op dat moment.
Tinglayan is een goede start om een trektocht naar de omringende
Kalinga dorpen te maken. Een goede gids (en de enige op dat moment)
is Francis Pa-In. Het is om veiligheidsredenen nog steeds aan
te raden om met een gids op pad te gaan. Je kan op eigen gelegenheid
naar Tinglayan reizen en contact met Francis opnemen of via 'Masa'
in het 'Pines Hotel en Restaurant' in Bontoc. Kosten voor gidsen:
250 peso's per dag (ong. fl. 17,-) incl. accommodatie + een vrijwillige
bijdrage aan de familie voor je eten. Dit is ong. fl. 4,- p/d
p.p. voor drie maaltijden.
Inentingen
Er gelden geen verplichte inentingen voor de Filippijnen (alleen
mensen die uit een gebied komen waar gele koorts heerst, moeten
hiertegen zijn ingeënt). Wel wordt aangeraden een Dtp-prik
(difterie, tetanus en polio) te halen en malariaprofylaxe te slikken.
Ook een inenting tegen hepatitis A en buiktyfus wordt vanwege
de soms slechte hygiënische omstandigheden aanbevolen.
Overnachten
Op de Filippijnen is er accommodatie voor elk budget in ruime
hoeveelheid aanwezig. Gaat men echter naar de kleinere dorpjes
dan moet je met minimale voorzieningen rekening houden.
Papieren
Nederlanders hebben voor een reis naar de Filippijnen alleen maar
een geldig paspoort nodig. Bij de Ambassade in Den Haag is een
visum voor de eerste twee maanden kosteloos.
Post
en telefoon
Het is redelijk tot goed mogelijk om vanuit de Filippijnen naar
Nederland te bellen. De post naar Nederland doet er gemiddeld
vijf tot zeven werkdagen over.
Ambassade
Embassy of the Philippines
Laan van Copes van Cattenburgh 125
2585 EZ Den Haag
tel. 070-3604820
fax: 070-3560030
Tekst
en foto's: Tristan R. Raggers
|
|
|
| |
|

|
| Gepubliceerd
in Outdoor Magazine in januari 1997 |
| |
|
(1) Jeepney: Tierelantijn minibus waar men personen en
goederen in de Filippijnen mee vervoeren.
*
Wijzigingen voorbehouden.
Deze informatie is gedateerd van
1997.
Klik
hier
voor een 143 tellende fotoreportage over de Filippijnen.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|