|
Fietsen door een mierenhoop
Tristan
Raggers had op jonge leeftijd al zijn hart aan het fietsen verloren.
Zeven lange fietszomers brachten hem bijna door geheel Europa
en deels door Zuidoost Azië. Drie jaar geleden is hij vertrokken
voor een grote reis. Tristan begon per fiets maar stuurde deze
al snel naar huis. Hij wilde eens iets anders en ging per bus
en trein verder.
Na zes maanden kwam hij terug in Nederland om zijn gesponsorde
'World Canoe Expedition' op te zetten. Deze sloot hij na 15 maanden
met succes af waarna hij weer als backpacker door Azië verder
reisde. Nu, na drie jaar, gaat zijn hart toch weer uit naar het
fietsen en koopt een 'Magnet Indian made' bike in Dhaka. Alhoewel
hij toen gewend was om met het beste van het beste van huis te
gaan is zijn tocht nu met het minste van het minste. Een tocht
door een land wat de meeste alleen van het nieuws kennen. Een
land geteisterd door overbevolking, armoede, overstromingen, aardverschuivingen
en cyclonen.
Toch heeft het meer te bieden dan alleen de jaarlijks terugkerende
natuurrampen. Een fietsavontuur door Bangladesh, op Flipflops
en zonder versnellingen.
Dat
Biman Airlines maar één keer per week vanuit Bangkok
naar Dhaka vliegt maakt geen verschil dat het vliegtuig nog niet
eens half gevuld is, laat staan het aantal westerlingen dat mee
reist. Deze zijn maar op twee handen te tellen. Ik verbaas me
nog meer als blijkt dat het merendeel in Dhaka direct ergens anders
heen vliegt en ik samen met twee Japanners als enige toeristen
overblijf. Eenmaal buiten het vliegveld worden we bekogeld met
taxi, rickshaw(1)-en babytaxi bestuurders. We besluiten de bus
het centrum in te nemen. Het is drukker dan druk, gewoonweg niet
te omschrijven. Als je denkt dat India druk is, ik zou zeggen...
"neem eens een kijkje in Bangladesh".
Duizenden rickshaws, honderden tot de naad toe verroeste bussen
en mensen en fietsers die elk leeg plekje van de brede straten
opvullen. Maar alléé... het is dan ook niet voor
niets het meest dichtbevolkte land ter wereld. Als je op basis
van het aantal inwoners per vierkante kilometer kijkt is Bangladesh
met zijn 120 miljoen inwoners drie keer zo dichtbevolkt dan India
en zeven keer als China. Pas bij het zesde hotel waar we vragen
laten ze westerlingen toe. Waarom?... men schrikt hier gewoon
bijna bij het zien van een blanke. Hoe denk je dat de meeste hotels
in Nederland zullen reageren als een marsmannetje om een kamer
komt vragen.
Niet
voorbereid
Ik blijf een week in Dhaka. Niet omdat er zoveel te zien valt
maar de aanvraag van een speciale vergunning om over land naar
India te reizen neemt een aantal dagen in beslag. De Japanners
vertrekken al eerder. Zij bezoeken slechts Dhaka en Chittagong,
de twee grootste steden in Bangladesh, waarna ze het land weer
uitvliegen. Het idee om ergens anders heen te gaan klinkt voor
hun te eng.
Omdat ik de planning heb om in Bangladesh te gaan fietsen moet
ik echter nog wel op zoek naar een geschikte kilometervreter.
De beste plek blijkt Bangsal road, ook wel 'bicycle street' in
de volksmond genoemd. Ondanks het sterft van de fietsenwinkels
is het aanbod zeer beperkt. Fietsen met versnellingen zijn niet
te krijgen of van een dermate (Chinese) kwaliteit: drie keer schakelen
-> stuk!
De eerlijke verkoper zegt zelf dat zijn mountainbikes een puur
statussymbool zijn en niet geschikt voor intensief gebruik. De
enige degelijke fiets is een 'Magnet Indian Made' zonder versnellingen.
Een ouderwetse opoefiets met een dubbele ballenstang, een gigantisch
zadel (zo comfortabel als mijn grootvaders stoel), een bel die
een kolere herrie maakt en een koplamp zo fel als de veldlichten
in het nieuwe Ajax stadion in Amsterdam.
Voor $60 ben ik in het bezit van zo'n legendarische prachtfiets.
Het soort waar ook de gehele bevolking van India en Bangladesh
mee rondfietst. Qua uitrusting ben ik absoluut niet voorbereid
op een fietstocht. Daar ik vroeger uitgerust was met het meest
lichtgewicht materiaal, de comfortabelste kleding en een Giant
mountainbike met 21 versnellingen, bind ik nu mijn canvas legertas
achterop mijn versnellingloze 'Magnet' met een snelbinder vast.
Op mijn stuur hangt een boodschappenmandje waar mijn camera, fles
water en zeer ongedetailleerde kaart in ligt. Na drie jaar van
reizen zijn mijn Teva sandalen na hun dagelijks gebruik aardig
versleten en ga ik verder op mijn flipflops die normaal alleen
als badslippers werden gebruikt.
Applaus
Als ik Dhaka verlaat begin ik zo vroeg mogelijk zodat het nog
niet zo druk op de weg is... alhoewel, niet druk? Er is ongelooflijk
veel bekijks onderweg. Dat men hier weinig westerlingen ziet blijkt.
Zonder uitzondering kijkt elke Bengaal die me ziet om en volgen
ze me met een nieuwsgierige blik totdat ik uit hun zicht verdwenen
ben. Dat er veel bewondering is blijkt wel uit de velen duimen
die omhoog worden gestoken, vooral bij de rickshaw bestuurders.
Dit is een driewielige bakfiets die als taxi fungeert en alleen
met een absolute 'tong op je tenen kracht' in beweging is te krijgen.
Velen dorpjes die langs de weg staan en vaak niet meer dan uit
zes theestalletjes bestaan, die als verzamelplaats voor de nabij
'her en der' verspreide huisjes fungeert, produceren een daverend
applaus en gejoel als ik langzaam voorbij kachel. Tientallen malen
word ik uitgenodigd voor de thee en honderden malen word me gevraagd:
"Your country? ... what is your name? ... why you come to
Bangladesh? ... you speak Bangla?".
Te
veel aandacht
Fietsen zonder versnellingen is in Bangladesh geen probleem. Het
land is zo vlak als een Indische chapati(2) met alleen aan de
rechterrandjes af en toe een luchtbel. Ondanks het momenteel winter
is schijnt de zon feller dan dat hij ooit in onze zomer doet.
Voor Bangladesh is dit echter de beste tijd voor een bezoek omdat
het nu niet zo belachelijk heet is en je niet steeds tot je knieën
in het water staat als je afstapt. In het regenseizoen wordt Bangladesh
namelijk geteisterd door grote overstromingen van de Padma (Ganges)
en Jamuna rivier, 70% van het land staat dan onder water. Om de
hitte voor te blijven begin ik vroeg met fietsen. Het landschap
nog gehuld in een dichte nevel en de zon rood en laag aan de hemel.
Er is al heel wat leven op straat. De theestalletjes zitten vol
mannen die hun kleine kopjes cá(3) leegslurpen en het nan-brood
in de Dal(4) dopen. Boeren begeleiden hun ossen over de weg. De
rijstoogst is net voorbij en men is druk bezig met het omploegen
en zaaien van het land. Vrouwen balanceren grote zware manden
met handelswaar voor de markt op hun hoofd en ik ... ik laat mijn
bel luid klinken (zoals iedereen dat hier doet) en zigzag overal
met een groot bekijks tussendoor.
Als ik een rickshaw passeer begroet ik hem met 'salam-a-lekum'
wat in het Arabisch letterlijk 'vrede zij met u' betekent. Zijn
zwetende en zwoegende blik klaart helemaal op. Hij verhoogt zijn
tempo en probeert me bij te blijven. We fietsen een tijdje samen
op. Zijn Engels is net zo slecht als mijn Bengaals en een gesprek
zit er dus niet in. Hij is zeer verrukt met me op te fietsen en
pronkt tegenover al zijn vrienden en kennissen die we onderweg
ontmoeten. Bij het eerstvolgende theestalletje klinkt het cá...cá...
en maakt hij een drinkgebaar. Al snel staan er zo'n dertig man
om ons heen. De rickshawbestuurder is de koning te rijk met al
deze aandacht. Iedereen stelt vragen over mij aan hem en hij vertelt
honderduit alsof hij alles over mij weet. Ik blijk nu opeens uit
Korea te komen.
Als de menigte tot zo'n zestig man is uitgebreid wordt het me
een beetje te druk en stap ik weer op. Aandacht is wel leuk maar
120 starende ogen die op mij gericht staan hoe ik op een wiebelend
krukje aan mijn thee zit te slurpen, brengen mij op een gegeven
moment toch een beetje in verlegenheid.
Nog
nooit een blanke gezien
Bangladesh heeft niet zoveel te bieden qua cultuur en architectuur
zoals bijvoorbeeld India of Myanmar. De voornaamste attracties
zijn de velen Bengalen waaraan je nooit kunt ontsnappen en het
isolement als reiziger. In mijn vier weken ben ik namelijk maar
vier andere toeristen tegengekomen waaronder de twee Japanners.
Ik kan me maar twee keer herinneren dat ik voor een paar minuten
geen mensen om me heen heb gezien. Eén keer op een privé
weg naar een theeplantage en de andere keer tijdens een regenwoud
wandeling. Overal zijn mensen, waar je ook maar kijkt, het is
ongelooflijk. De enige privacy die je hebt is op je hotelkamer
en zelfs dan wordt er vaak op je deur geklopt:
"I like to talk to you ... What is your mothercountry ?"
Nog ongelooflijker is dat iedereen mij in de gaten heeft. Al zijn
ze druk bezig hun land om te ploegen, het is alsof ze me ruiken.
Het werk wordt meteen stilgelegd en gaat niet verder totdat ik
uit het zicht ben verdwenen. Vaak gaat dit gepaard met een luid
gejoel wat ook de aandacht van buurman boer aantrekt en het gejoel
vervolgens als een echo voortzet. Dit gaat soms wel een aantal
kilometers door totdat ik bij een huis uitkom en het gehele gezin
al rennend naar buiten komt stormen om een glimp van die blanke
op zijn fiets op te vangen.
Als ik voor de lunch stop is dit voor het dorpje 'de' gebeurtenis
van de dag en voor de restauranthouder waarschijnlijk 'dat' van
het jaar. Tussen de menigte is een man die redelijk engels spreekt.
Hij vertelt me dat iedereen zeer blij en geïnteresseerd is
mij te zien. Sommigen kijken met gigantische ogen alsof ze een
spook zien. Via de man vraag ik aan deze jongens of ze ooit wel
eens een blanke in levende lijven hebben gezien. Het antwoord:
"Nee ! ... alleen op TV". Ik vraag hem of deze jongens
mij misschien een vraag willen stellen, het maakt niet uit wat.
Ze beginnen verlegen te lachen, "Hoe vaak was jij jezelf?",
"Twee keer per dag... Oooh, daarom is zijn huid zo blank...
wij wassen ons maar één keer per dag". "Ben
jij een vriend van Hercules?", Ik begin te lachen. Vaak noemt
men mij Rambo, Alie Baba of Hercules, de enige westerse namen
die ze kennen van TV. Hercules is een Engelse serie wat hier momenteel
elke zaterdag op TV uit wordt gezonden. "Nou, eerlijk gezegd
ken ik hen vrij goed, we hebben samen op zwaardles gezeten".
"Ooh... wauw... geweldig!", hun hele gezicht klaart
op alsof ze tegenover een beroemdheid staan. Een jongen wil me
graag de hand schudden. Al snel wil de hele meute dat. Ik voel
me net hun grote held 'Hercules' die ze allemaal even aan willen
raken.
Lunch
met de districtgeneraal
Meestal, als het fietsen al niet genoeg plezier en verbazingen
veroorzaakt heeft, dan maakt het zoeken naar een verblijfplaats
mijn hele dag wel weer goed. Omdat hotels alleen in de grotere
steden aanwezig zijn vraag ik bij binnenkomst van het stadje aan
de eerste de beste Bengaal die er intellectueel genoeg uitziet
om Engels te spreken naar een resthouse. Dit is een verblijfplaats
voor beambten en er is altijd wel een kamer vrij voor het geval
een speciale gast uit Dhaka overkomt. Aangezien ik een 'foreigner'
ben en men in Bangladesh foreigners heel veel respecteert, heb
ik de macht die kamer te krijgen en leer ik al snel hoe deze te
benutten. Vaak voor nop of een prikkie, gratis maal en wordt er
een bediende bij geleverd. Het hoogtepunt was toch wel een lunchuitnodiging
met de districtgeneraal uit Dhaka waarna ik een lift kreeg naar
mijn kamer en een bediende er met mijn fiets achteraan reed.
Vier
lekke banden
Fietsen in Bangladesh zit vol verrassingen. Vanuit Dhaka ging
ik eerst richting het oosten waar één van de grootste
theeplantages ter wereld zijn. Toen ik mijn weg na Sylhet weer
richting het westen vervolgde was de weg na zo'n zestig kilometer
opeens kompleet van de kaart verdwenen. Als alternatief moest
ik vanaf Sunamganj per boot verder. Een tocht van zo'n zeven uur
op de Surma-rivier bracht mij in Mohanganj weer terug op de weg,
een leuke afwisseling. Van hieruit bestond de weg uit een in visgraat
gelegde bakstenen weg. In de loop der jaren was deze helemaal
stuk gereden. De weg zat vol gaten en bulten, was het merendeel
van de stenen gebroken en lagen deze verspreid in kleine scherpen
steentjes. Het was zo akelig hobbelig rijden dat ik na 22 kilometer
en vier lekke banden maar besloot de resterende veertien kilometer
te lopen. Dat ging een stuk vlotter. De resterende 55 kilometer
tot Mymensingh liepen weer over een goede asfalt weg.
Lonely
Planet?... nooit van gehoord!
Bangladesh is in zes provincies onderverdeeld waarvan elk zijn
eigen hoofdstad heeft. Rajshahi is de provincie in het noordwesten
van Bangladesh. Bij aankomst in de gelijknamige hoofdstad, Rajshahi,
slaap ik na lange tijd weer eens in een hotel. Zoals de meeste
reizigers wel zullen weten is de Lonely Planet reisgids verreweg
het populairst en is er van bijna elk land momenteel wel een editie
op de markt te verkrijgen, zo ook van Bangladesh en daarmee tevens
de enige Engelse reisgids over dit 'niet zo populaire vakantieland'.
Pas voor de derde keer kan ik mijn boek weer te voorschijn halen
en een keuze uit de korte lijst van hotels maken. In de hoop weer
eens andere westerlingen tegen te komen kies ik voor Hotel Al
Misfalah. Deze staat bovenaan de lijst en redelijk goed aangeschreven.
De eigenaar is super enthousiast om een westerling in zijn 'nederige
hotel' als gast te ontvangen. Regelmatig komt hij dan ook voor
een praatje op mijn kamer langs en laat ik hem foto's van Myanmar
en Bangladesh zien. De Lonely Planet vindt hij nog het meest interessant,
vooral als hij ziet dat zijn hotel er ook in wordt genoemd. "Hoezo,
is er dan nooit iemand van Lonely Planet langsgeweest?",
vraag ik. De laatste keer dat hij een blanke in zijn hotel heeft
gehad was zo'n tweeënhalf jaar geleden. Hij kan zijn naam
nog precies herinneren, Francois Fournier, een Fransman die met
een ontwikkelingsproject bezig was. Van Lonely Planet heeft hij
nog nooit gehoord.
Ongewone
grenspost
Het landschap in Bangladesh is overal min of meer hetzelfde. Ik
zou het het meest met Nederland vergelijken. Vlak, veel rivieren
en weilanden met hier en daar een overstroming en lichte aardschokken.
Het enige verschil is dat men hier in hoofdzaak rijst verbouwd,
het land niet zo verstedelijkt is en je overal bekeken en behandelt
wordt als een mega popster, inclusief het zetten van handtekeningen
en het nemen van je foto.
Als ik eenmaal de Jamuna Rivier over ben en richting het noorden
ga wordt het een stuk koeler. Ondanks het landschap nog steeds
even vlak is, is het duidelijk voelbaar dat ik steeds dichtbij
de Himalaya kom. Via Chilahati, in het uiterste noorden van Bangladesh,
is het nog vier kilometer tot de grens naar India. Het is op deze
weg dat ik de besneeuwde toppen van de Himalaya voor het eerst
kan zien. De laatste paar honderd meter gaan over een met gras
begroeide dijk. Hier is de laatste grenscontrole. Mijn officiële
exit stempels had ik in Chilahati op het station al gekregen.
Ik kan het hoge prikkeldraadhek dat Bangladesh van India afscheid
al zien. Via droge rijstvelden moet ik mijn opoefiets naar de
roestige poort voortduwen. Een weg is er hier niet. Het is een
grensovergang puur voor de boeren die hun land, familie of vrienden
aan de andere kant van het hek hebben wonen.
Bij het kleine bamboe afdakje liggen de twee Indische douanebeambten
op een bankje te luieren. Ze blijken er duidelijk niet aan gewend
te zijn om westerlingen door te laten. Het neemt ze 45 minuten
in beslag om mijn naam, geboortedatum, paspoort en visumnummer
in het lege 'Foreigner' boek op te schrijven. Mijn paspoort wordt
pas in Haldibari op het immigratie kantoor gestempeld, zo'n zeven
kilometer fietsen over een modderige landweg.
Algemene informatie*
Beste
reistijd
Bangladesh kan het hele jaar door bezocht worden. De beste reistijd
is echter van november tot februari, dan is het niet zo warm en
de regentijd is voorbij.
Visum
en vergunningen
Voor een bezoek aan Bangladesh heb je een geldig visum nodig.
Deze is bij de ambassade of op het vliegveld van Dhaka te krijgen.
Om over land naar India te reizen heb je een speciale vergunning
nodig die je in Dhaka bij het immigratie kantoor kosteloos kunt
halen. De enige uitzondering is via Benapol, de Dhaka-Calcutta
route waar men hier veel minder strikt in is. Ook indien je de
Sundarbans, het nationale park en de Chittagong Hill Tracts wilt
bezoeken heb je speciale vergunningen nodig. Ook deze zijn kosteloos
en bij hetzelfde kantoor te verkrijgen.
Bereikbaarheid
Biman Airlines vliegt Amsterdam-Dhaka met een tussenstop in het
midden oosten. Verder vliegen KLM, Britisch Airway, Gulf Air en
Emirates Air op Bangladesh.
Reiskosten
Bangladesh is een heel goedkoop land om te reizen, soms zelfs
goedkoper dan India. Als je gaat fietsen is het zelfs bijna voor
niets. Als je 'low budget' reist, besteedt je in de grote steden
tussen de fl 10,- en fl 15,- per dag. Daarbuiten niet meer dan
fl 8,-
Geld
Het wettige betaalmiddel in Bangladesh is de Taka. De huidige
koers ligt rond de 45 taka voor een Amerikaanse dollar. Bij de
meeste banken is het mogelijk US$ cash om te wisselen maar Travel
cheques en creditcards worden alleen in de grotere steden geaccepteerd.
Inentingen
Bangladesh is een van de armste landen ter wereld. Hygiëne
is in sommige delen dan ook ver te zoeken. Het is aan te raden
DTP (difterie, tetanus en polio), buiktyfus en hepatitis A prikken
te halen. Daarbij is Malaria hier nog een groot probleem en is
het verstandig malariaprofylaxe te slikken.
Handig
om te weten voor vrouwelijke reizigers
Bangladesh is een Islamitische land waar men vrij strikt is bij
het uitoefenen van hun geloof. Voor vrouwen wordt het reizen hierdoor
soms extra lastig gemaakt. In restaurants eet je vaak gescheiden
van de rest in een apart daarvoor gereserveerd hokje achter een
gordijn. In het openbaar is het verstandig je gepast te kleden
als je niet nog meer opdringerige ogen wilt.
Conclusie
Fietsen
in Bangladesh wordt zeer gewaardeerd door de bevolking en dit
is een van de weinige landen in Azië waar de mensen oprecht
goedhartig zijn en waar ze me nog nooit hebben proberen te belazeren.
Het
nemen van een fiets op bus of trein is geen probleem. Een kleine
vergoeding is vereist.
Tekst
en foto's: Tristan R. Raggers
|
|
|
| |
|

|
| Gepubliceerd
in Outdoor Magazine in juli/augustus 1998 |
| |
|
*
Wijzigingen voorbehouden.
Deze informatie is gedateerd van
1998.
(1)
rickshaw: fietstaxi
(2) chapati: broodsoort
(3) cá: thee
(4) Dal: linsensoep
|