|
Mijnenvelden
in de woestijn
Na
1000 eenzame kilometers door de Western Sahara, die voornamelijk
uit steenwoestijn bestaat, komen we aan in Dakhla, de meest zuidelijk
gelegen stad in Marokko. Erg veel te beleven valt er hier niet
en dus ook alleen het bezoeken waard als je over land naar Mauritanië
gaat. Een spannend sfeertje hangt er echter wel over de stad,
daar er enkele jaren geleden nog onrusten met de Polisario, een
groepering die streeft naar onafhankelijkheid van de Western Sahara,
hebben plaatsgevonden. Dit is dan ook de reden dat er nog zo'n
30.000 militairen gestationeerd zijn, inclusief een onderdeel
van de United Nations. Het is ook hier waar de weg om veilig rond
te rijden ophoudt. Tienduizenden mijnen liggen verscholen onder
het zand daar waar de Sahara Marokko met Mauritanië verbindt.
Om deze reden zijn de laatste 327 km tot de grens dan ook alleen
onder begeleiding van een militair konvooi te rijden. Dakhla wordt
voor ons een jachtplek voor een lift daar het verboden is dit
deel te fietsen. De enige camping blijkt de beste plek. Het is
hier waar de meeste overlanders zich verzamelen en zich aan sterke
Afrika verhalen tegoed doen, en zich klaar maken voor nog veel
sterkere. Vele auto's zijn zo volgeladen met eten en andere spullen
dat we ons afvragen of we wel met het volgende konvooi, dat over
3 dagen vertrekt, meekunnen. De volgende dag zit het geluk ons
mee als er twee Italianen naast ons komen
staan. Opgevouwen passen onze vouwfietsen net achter in hun Landrover.
De dag voor vertrek begint de papieren rompslomp bij de politie,
gendarmerie en douane. Doordat de Italianen dit traject al twee
keer eerder hebben gereden en daardoor de hele procedure kennen,
gaat alles nogal vlotjes. De rest van de dag houden we ons bezig
met het inkopen van eten voor onderweg. Op de dag van vertrek
moeten alle voertuigen zich bij de politiepost melden. Hier krijgen
we een plekje in het konvooi aangewezen en worden onze paspoorten
ingenomen die we bij de grens gestempeld terug zullen krijgen.
Om half 2 is het zover. Zo'n 70 auto's staan opgelijnd en vertrekken
onder een luid getoeter. De eerste 327 km rijden we over een smalle
asfaltweg door een schitterend stukje woestijn. Tegen een uur
of 6 komen we aan bij een oud fort, gelegen aan de demilitaire
zone, waar iedereen de nacht doorbrengt. De volgende ochtend staan
we om 8.00 uur al weer in een rij voor de controle post. Het is
hier waar het levensgevaarlijk is om je van de piste af te begeven
maar het is ook hier waar het pas echt leuk begint te worden.
40 KM van slechte piste door niemandsland volgt, onderverdeeld
in 4 zones met 4 (steekpenning) controles. Na 2 km van piste zien
we hoe zo'n 20 Mauritaniërs, opvallend allemaal in dure mercedessen,
zich groeperen. Ze verlagen hun bandenspanning om meer grip in
het zand te krijgen. Mario, onze Italiaanse chauffeur vertelt
dat zij vanaf nu een andere piste rijden waarmee ze alle politie
en douane posten omzeilen. Waarom? De mercedessen zijn allemaal
vers gestolen in rijke Europese landen en Interpol zou dit in
Nouadhibou (de eerste stad over de grens in Mauritanië) controleren.....en
wij maar denken dat wij iets spannends aan het doen zijn! Niet
veel later stopt een lange zwarte militair in een enorme regenjas
de eerste auto van het konvooi. Na een kort praatje en wat gefriemel
in zijn zak mag deze doorrijden tot de eerste post, zo'n 500mtr
verderop. Hij werkt zo de hele rij af totdat ook wij aan de beurt
zijn."Bonjour, Ca va, ca va bien?" Hij lijkt een aardige
gozer die om een praatje verlegen zit. Dan komt al snel de vraag
om een "cadeau". Het was te verwachten, dit is tenslotte
Afrika. Mario is hier al op voorbereid en overhandigt de man een
pen uit zijn 100 pennenzak die hij ooit eens van een bank gekregen
heeft. Bij de controlepost krijgen we onze paspoorten terug en
staat de militaire begeleiding gereed om ons door een 'mijnrijk'
niemandsland te leiden. In het Frans wordt ons medegedeeld dat
we het traject zo snel mogelijk moeten rijden, niet mogen stoppen
en uitstappen, tenzij onder hun supervisie, dat er geen foto's
mogen worden gemaakt en vooral, vooral niet van de piste afwijken.....
levensgevaarlijk! Het is bij deze post waar al meteen de grootste
zandobstakel ligt en de meeste auto's vast komen te zitten. De
duin is niet veel hoger dan twee meter maar het zand is rul en
langgerekt. De jeeps hebben geen enkel probleem, net als de chauffeurs
van de gewone personenwagens die al eerder in dit soort terrein
hebben gereden. De enkele nieuweling bakt er minder van. Te hoge
of te lage aanloopsnelheid, verkeerde stuurcorrectie of remmen
doet een 15-tal wagens vastlopen. Omstanders beginnen de auto's
uit te graven en de Italianen halen hun sleepkabel te voorschijn.
Teamspirit groeit ter plaatse en iedereen heeft er ook zichtbaar
lol in. Als een auto het haalt wordt er geklapt, zit hij vast,
snelt de uitgraafploeg toe! Iedereen is er tenslotte bij gebaat
dat we er allemaal doorkomen. Pas dan kunnen we verder tot de
volgende zone. Meer zand op de piste volgt. In het begin zitten
er nog een aantal auto's vast maar al snel worden de beginnende
zandcoureurs al ervaren genoeg om hun, in europa allang afgeschreven
maar in West Afrika nog best te verkopen auto's, het zand uit
te sturen. Dan is de weg geblokkeerd door een enorme zandberg.
Pistes veranderen hier regelmatig vanwege het zogenaamde 'lopende
zand'. Daar waar een maand geleden geen duin stond, staat er nu
wel een, en of dat nou net is waar de piste loopt, maakt dat het
Saharazand wat uit?! We zullen er omheen moeten. De militairen
gaan voorop maar komen vast te zitten. Voorzichtigheid is geboden
omdat hier volgens hun mijnen liggen. Zonder Boem of Bam komen
we allemaal het zand door totdat we bij de volgende post komen;
de grens deel 1: Gendarmerie. Meer formulieren moeten ingevuld
worden, incl.. de precieze hoeveelheid buitenlandse valuta en
moeten we ons paspoort weer afgeven. Achter de slagboom staat
een menigte Maurentaniërs het konvooi al op te
wachten. De ene helft bestaande uit geïnteresseerde om je
auto te kopen, de andere om je op hun camping in Nouadhibou binnen
te lokken. Na twee uur mogen we weer 3 km verder rijden tot grenspost
deel 2: de politie. Chaotisch als het hier is, heeft iemand daar
gehaaid op weten in te spelen en al het geld van een toerist ontnomen.
De politie stelt een 'onderzoek' in en doorzoekt de auto's van
de Mauretanische vliegen die allen hier zijn omdat wij als stroop
fungeren. Het levert niet veel op. Haar reis zal hier aanzienlijk
vertraagt worden en misschien wel beëindigen. De inmiddels
voor de 2e keer ingenomen paspoorten worden hier teruggegeven.
Na 40 km, 4 langdurige controleposten en 14 uur later, kunnen
we ons eindelijk even rust gunnen op de camping.
Voor morgen zullen we nieuwe energie nodig hebben om onze paspoorten
bij de douane te laten stempelen dat ons toelaat Mauritanië
voor een maand door te reizen.
Oostwaarts
in de woestijn
In de woestijn geldt de algemene regel dat iedereen elkaar moet
helpen. Maar hoe werkt dit nou eigenlijk in de praktijk? Al snel
blijkt deze regel niet voor iedereen hetzelfde te gelden. Vanuit
Nouâdhibou zijn we met drie jeeps vertrokken richting Atar,
zo'n 600 km dieper de Sahara in, over een schaars bereden piste
dat door een mijnrijk gebied leidt. Onze fietsen liggen nog steeds
netjes opgevouwen achterin de landrover, niets of niemand in de
weg. Elkaar leren kennen doe je wel tijdens zo'n reis. Het is
dan ook interessant te leren zien hoe verschillend mensen zijn
en reizen! Mario en Alberto, twee Italiaanse vrienden die een
reisbureau hebben zijn allebei met hun eigen wagen. Mario met
een IVECO camper met vierwielaandrijving compleet met keuken,
douche en toilet. Net twee jaar geleden met zijn 43e gepensioneerd
door zijn reisbureau te verkopen. Alberto, 45 jaar en momenteel
hoofdpartner van dit reisbureau heeft besloten een paar weekjes
met Mario op te rijden. Veel belangrijke zakenbeslissingen en
de daarmee meebrengende stress moeten zaken voor hem een beetje
op een rij doen zetten tijdens deze reis en leeft zich dan ook
duidelijk uit in zijn landrover defender. Mario daarentegen is
een stuk degelijker en verantwoordelijker, neemt min of meer de
leiding en leest de coördinaten op de G.P.S. (satelliet navigatie
systeem) af. Wolfgang, een Duitse gepensioneerde vijftiger, heeft
per contact advertentie bij de Sahara club zijn reispartner (Ulla)
gevonden. Hij heeft geld genoeg om de duurst uitgevoerde jeep
te kopen (en heeft deze dan ook) inclusief een super navigatie
systeem en al het andere om in de woestijn te overleven, maar
weet zelfs na 3 woestijn reizen nog niet hoe deze te gebruiken
en volgt als een kameel de karavaan. Ook moeilijk om te zien is
het feit hoe weinig hij voor anderen doet, tenzij hij er persoonlijk
bij gebaat is. Dit tot absolute tegenstelling met Mario die iedereen
helpt. Dat Wolfgang vroeger officier in het leger is geweest en
jarenlang een eigen groot bedrijf heeft gehad is duidelijk zichtbaar
in zijn gehele omgang met mensen. Hij is gewend om mensen te vertellen
wat te doen en op een zeer dominerende manier, zelfs nu deelt
hij zonder schaamte bevelen aan een ieder uit, met Ülla in
het bijzonder. Voor vertrek hebben ze elkaar maar even kort ontmoet
en komt hij als een sympathiek persoon over. Maar het bleek al
snel dat de auto te klein is voor hun tweeën. Ülla is
niet het brave volgzame vrouwtje die meteen in de houding springt
als hij commandeert, zoals hij had verwacht. Het is een vrouw
met een rijp verleden en weet wat ze wil. Aangezien Wolfgang geen
tegenspraak duld en zij van hem afhankelijk is om in zijn auto
mee te reizen, maakt hij haar dit dan ook vaak genoeg duidelijk.
Het is verdomd moeilijk om te zien hoe twee volwassen mensen zo
kinderachtig kunnen zijn. Zijn gedrag doet dan ook de gehele groep
tijdens het verloop van de reis steeds meer irriteren. Maar wat
te doen, je bent samen in de woestijn en mocht elkaar nog eens
echt nodig hebben. Na de lunch vervolgd de tocht verder over een
gravel piste. Volgens de GPS wijkt deze te veel af van de richting
die we op moeten en Mario besluit af te slaan richting 90 graden
op het kompas; het oosten. Een pannenkoekachtig landschap , bezaaid
met 'lopende zandduinen' af en toe een op een, uit de kluiten
gewassen lijkende bonsaiboom en enorme keien om overheen te rijden.
Geen pad, geen piste, geen spoor om te volgen, alleen die 90 graden
naar het oosten. Het landschap is uitermate mooi en ik ben blij
dat ik de bijrijder ben en meer tijd vrij kan maken om om mij
heen te kijken. Dat Mario weet hoe hij met een GPS om moet gaan
wordt duidelijk als we na 4 uur flink hobbelen in Boûlanouâr,
een plaatsje bestaande uit een paar bouwvallige keten, aankomen.
Het plaatsje ligt langs het spoor. Het zand is hier zo rul dat
zowel de wagen van Mario als Wolfgang vast komen te zitten. Terwijl
we de bandenspanning nog meer verlagen om meer grip te krijgen
in het zand, het zand rondom de wielen weggraven, rijgeulen graven
en zandplaten voor de achterwielen neerleggen, komt de ijzererts
trein net voorbij. 2,5 km (en daarmee de langste ter wereld) van
goederenwagons met op het einde dat ene kleine lullige personenwagonnetje
waar een aantal toeristen, die ook in ons konvooi zaten, uit het
raam hangen en naar ons zwaaien. Het doet ons goed te weten dat
wij toch iets meer avontuur beleven dan zij. Wolfgang heeft niet
zo'n zin zijn handen in het zand te steken. Hij commandeert een
tiental Maurentaniërs hem te helpen met uitgraven en betaald
daar grove Ouguiya,(de geld eenheid van Maurentanië) voor.
Ja, zo heeft een ieder zijn methode. Het graafwerk is echter voor
niets, hij geeft veel te veel gas waardoor zijn banden het zand
op doen stuiven en zijn wagen nog dieper in doet graven. Omstanders
schudden onbegrijpelijk het hoofd. Met zo'n wagen als hij heeft
zou je hier nooit vast hoeven komen te zitten. Ook hier bewijst
weer dat stuurmankunst het halve werk is. Zelfs ik zou het beter
kunnen! Al bij al neemt het nogal wat tijd in beslag en slaan
we ons kamp zo'n 15 km buiten het dorpje op. Het isolement in
deze onmetelijke zandbak doet goed. Het fijne stuifzand dat overal
in waait en de bittere kou die de woestijnnacht met zich meebrengt
stelt ons echter niet in staat uitgeslapen wakker te worden. Een
hete bak koffie doet weer goed de volgende ochtend net als de
mooie kleuren die de hemel doet betreken terwijl de zon opkomt.
We vertrekken vroeg, aangezien we nog een lange weg te gaan hebben.
Voor mij verandert het woestijnlandschap verbazend snel. Van steppeachtige
gebieden tot zandduinvelden en van steen plateaus tot pannenkoekachtige
zandvlakten. De eerste 200 km vlotten snel. De stevige ondergrond
stelt de auto's in staat met zo'n 80 km per uur door te rijden.
We passeren sporadisch neergeplante Nomadenkampen of een Tuareg
in galop op zijn dromedaris. Zwarte granietblokken decoreren de
vlakte. Bij een naamloos dorp van 5 huisjes stoppen we even. Mario
deelt wat kleding uit en pennen voor de kids. Twee Tuaregs liften
mee tot het volgende nomadenkamp. In de middag doemen grote zandduinen
voor ons op. Hier begint het rulle zand waar men ons voor waarschuwde.
De camper zou te zwaar kunnen zijn en continue vast komen te zitten.
Zou dit het geval zijn, dan kunnen we altijd nog over het spoor
rijden. Dit zou alleen een noodoptie zijn daar het spoor vol ijzertroep
ligt en dit de banden kapot kan doen rijden. Het blijkt allemaal
nogal mee te vallen, we komen wel een aantal keren vast te zitten.
Maar na een uurtje graven en slepen kunnen we weer gewoon verder.
Op dag 3 biedt Alberto mij aan een stuk te rijden. Helemaal te
wauw natuurlijk. Ik heb wel mijn rijbewijs maar nog nooit in een
jeep in rul zand gereden. Alberto is een goede leraar, ik een
goede leerling en eindelijk leer ik het geweldige gevoel kennen
hoe het is om in zo'n zandbak te scheuren. Ik word helemaal verliefd
op zijn auto, biedt aan om werelds beste vouwfiets te ruilen voor
zijn landrover, maar daar trapt hij helaas niet in. Ik had nooit
eerder geweten dat een jeep zoveel kon. Ik leer nu opeens meer
over verschillende auto's vraag rond over gewicht, bandenspanning
vermogen, vierwielaandrijving en benzineverbruik. Kortom, alles
wat mij voor een volgende woestijntrip (in een jeep) handig lijkt
om te weten. Op dag 3 komen we aan in Choem. Na zo'n 500 km van
woestijn, het eerste echte teken van leven na Nouâdhibou.
Choem zou ik meer omschrijven als een shock. Als je vanuit de
woestijn met niets dan leegte ineens in een dorp aankomt en omringt
wordt door 60 kinderen, 20 volwassenen en een stel corrupte politieagenten
die om kado's vragen, dan komt dat voor mij over als een shock.
Tijd om te acclimatiseren is er niet en het enige wat iedereen
wilde was dan ook weer zo snel mogelijk verder. Het is nog zon
120 km tot Atar, ook wel de dadelhoofdstad genoemd. Halverwege
ging de zon onder en zouden wij het liefst in de woestijn overnachten.
Het is echter dat Alberto voor zijn bedrijf snel weer terug moet
en ook Wolfgang zich geen tijd gunde om de resterende 60 schitterende
kilometers met daglicht te zien, dat we doorrijden. Helaas, dit
is het probleem als je meelift en hier geen inspraak in hebt.
De piste is hier nog te slecht om te fietsen. Optie uitstappen
was dus ook niet echt haalbaar. Zelfs nadat de bedrading van al
het camperluxe was gesmolten en vlam had gevat onder de motorkap
moesten we doorrijden tot Atar. Alles bij elkaar een zeer mooie
tocht die op de enige camping in Atar , gerund door een Nederlander,
af wordt gesloten met een grote pan couscous.
Gebarentaal met de nomaden
Bij het schijnen van de eerste zonnestralen ritsen wij onze tent
open. Wij zijn hier gisteravond aangekomen en hebben hier tijdens
het vallen van de duister ons tentje aan de rand van de ravijn
opgezet. Vanuit ons bed kijken we uit over de Amagor Pas. Een
schitterend plateau dat iets weg heeft van de Grand Canyon, althans,
zo stel ik mij dat voor want ik ben er zelf nog nooit geweest.
Zonder uitzondering is dit absoluut de mooiste kampeerplek ooit.
We laten de tent staan en dalen met onze Birdy's af naar het plateau.
In het midden staat een ford dat niet veel meer dan een ruïne
is. In de begin jaren 1980 is het hier neergezet voor de opnamen
van 'Fort Saganne' , een Franse film met Gerard Depardieu, dat
gaat over een buitenlands legioen in Algerije. Als we verder fietsen
over het plateau, bestaande uit granietachtig gesteente, komen
we uit bij een steile afgrond met een oase rijk vallei. Via een
karig bereden weg dalen we af naar de vallei. Volgens onze kaart
leidt deze weg met een enorme omweg naar Oudane en vervolgens
naar de oostgrens met Mali. Gevaarlijk gebied met recente overvallen
op toeristen om hun dure landrovers en bezittingen afhandig te
maken. De weg, afwisselend met grote stenen, mul zand en goed
te berijden stukken kronkelt door mooie canyon landschappen naar
beneden richting de vallei. Eenmaal ingesloten door steile kliffen
en tajinevormige rotspartijen volgen we een pad dat grotendeels
door palmbomen in de schaduw wordt gezet. Het gevoel van volmaakt
geluk geeft mij de energie mij eens flink op de fiets uit te sloven
en mijn Birdy vouwfiets offroad eens goed te testen. Saskia geniet
liever even alleen van de omgeving en ik stuif daarom even in
mijn eentje weg. De weg, bestaande uit grind en zand, slingert
en hobbelt op en neer. Diepe kuilen doen mij acrobatische sprongen
met de fiets maken en bij stukken mul zand drijf ik mijn snelheid
flink op om zonder afstappen de weerstand van het zand te doorstaan.
Een herder staart me verbaasd aan als zo'n rare blanke, geheel
uit het niets en in de middle of nowhere op zo'n rare fiets voorbij
raast. Met zijn hand maakt hij een draaibeweging, vingers open
en omhoog wijzend, zo van... wat doe jij hier in Allah's naam
en waar ga je heen.
Een conformerend gebaar van de richting die ik op ga, doet hem
mij al zwaaiend uit het oog verliezen. Ik stuif verder, afdalend
met een enorme snelheid om een droge zanderige rivierbedding door
te komen. Zandstof stijgt op, snel terugschakelen tot een kleiner
verzet stelt mij in staat mijn wielen aan te blijven drijven.
De rivierbedding is echter sterker dan mij en twee meter voor
het einde blijf ik steken. Zweet gutst van mijn voorhoofd, afstappen
is onvermijdelijk. De Birdy is ongelofelijk wendbaar. Het lage
frame doet je makkelijk op en afstappen, hetgeen op zwaar terrein
handig is. Niks geen gevaar dat je met je kruis op je fietsstang
knalt.
Sas ben ik inmiddels allang uit het oog verloren. Elkaar hier
mislopen kan niet, daar dit het enige pad is dat hier loopt en
besluit nog een paar kilometer verder te racen. Als mijn zweet
een beetje op begint te raken, mijn ademhalingsritme verdubbeld
is, het zweetzout jeukt in mijn ogen en het einde van de canyon
in zicht is besluit ik om te keren en eens een praatje met de
nomadenherder te maken. Saskia zal hier inmiddels ongeveer ook
wel zijn. Dit blijkt echter nog niet. De herder zit inmiddels
met zijn vrouw en twee zoons aan de thee. Zij nodigen mij uit
om erbij te zitten. "Salam-a-leikum, a-leikum-a-salam, labass?
labass! Begaïr? Begaïr! Alhamdoedila". Dit ritueel
van de Arabische groet ken ik nog net maar dan ben ik ook wel
zo'n beetje aan het einde van mijn Arabische woordenschat. Een
kom geitenmelk word me aangeboden. Muntthee volgt. Woestijnbrood
wordt gebakken met kooltjes in het zand. Een tweede glas muntthee
volgt. Het brood is inmiddels klaar. Ik mis Sas hier naast mij,
waar blijft ze toch? Ik probeer ze uit te leggen dat we met z'n
tweeën zijn. Helaas, ik spreek geen Frans en zij nog minder.
Ik teken in het zand, gebaar met handen en voeten, roep haar naam.
Ik blijk toch niet vindingrijk genoeg in mijn gebaren of zij in
het begrijpen daarvan. Een stuk brood wordt afgescheurd......Manger!
Manger! en er wordt op mijn brood gewezen. Ach, ze komt zo wel,
denk ik. De rest van het brood wordt in stukken gescheurd en in
een kom gemengd met geitenmelk. Dan is het maal klaar en begint
de familie mee te eten. Met de rechterhand en alles uit dezelfde
kom. Manger! Manger! en er wordt weer op de kom gewezen. Dan komt
Saskia tevoorschijn gefietst en begrijpen ze ineens mijn gebaren.
Er wordt flink gelachen. "Salam-a-leikum, a-leikum-a-salam,
labass? labass! begaïr? begaïr! Alhamdoedila".
Handjes schudden volgt met het aanraken van eigen borst na de
laatste persoon. Traditioneel is het voor een man niet toegestaan
een vreemde vrouw aan te raken, zelfs niet het schudden van de
hand. Saskia mag dit wel! Geitenmelk voor Sas volgt, daarna een
derde en tevens laatste (=traditioneel) glas muntthee. Manger!
Manger! .... er wordt weer naar de kom met brood, gedrenkt in
geitenmelk gewezen. Na veel malen 'Manger' en gebaren naar de
kom, komen we aardig gevuld te zitten. We willen iets teruggeven
daar wij zoveel hebben en zij zo weinig. Alhoewel, dat veel is
nu ook maar relatief omdat we alleen het meest noodzakelijke op
deze reis mee hebben genomen, en daarvan het meeste in de tent
ligt. We geven de resterende dadels uit onze tas, gekocht op de
markt in Atar en Sas schenkt de vrouw haar enige haarspelt die
ze zelf een paar weken geleden van een Nederlander cadeau heeft
gekregen. "Wat is ze toch een schatje", denk ik nog.
Wij blijken er vandaag nogal hongerig uit te zien denk ik. Op
de terugweg naar de tent, momenteel terugkronkelend en bergopwaarts,
via dezelfde weg als we gekomen zijn, picknicken een Franse en
Spaanse familie die in Nouakchott de hoofdstad van Mauritanië
wonen en werken. Ze zijn hier voor het weekend. Koude blikjes
Fanta en eiersalade met brood en vis wordt ons voorgeschoteld.
Veel te volgevreten stappen we weer op onze fietsen. Het lijkt
wel of alles in mijn benen is gaan zitten. Ik heb het gevoel dat
ik amper vooruit kom. Terug bij de tent pakken we alles in en
laden het op de fiets. We willen vandaag nog terugfietsen naar
Atar. Vlakbij de hoofdpiste zijn voor 200 ougya per persoon rotstekeningen
te zien. Saskia heeft niet zo'n zin maar ik ben toch wel erg nieuwsgierig.
De schattige Mauritaniër van middelbare leeftijd was meer
het bezoeken waard dan de tekeningen zelf. Deze waren min of meer
weggevaagd in de loop van duizenden jaren. Het is dat hij het
aanwees en zei wat het was dat je de vorm herkende anders zou
ik er overheen gekeken hebben. Hij sprak wel goed Frans maar dit
was voor mij nou niet echt een grote hulp. Onze improvisatie met
tekeningen in het zand waren wel erg interessant en voor mij een
verduidelijking dat ik hier toch nog niet zo heel slecht in ben.
Fietstocht
van Atar naar Nouakchott
Na ruim een week van meeliften in een landrover door woestijnstreken
die voor de fiets onbegaanbaar zijn, staat er weer eens een echte
fietstocht in de planning. 451 kilometers van Atar naar Nouakchott
door een heuse woestijnstreek. Een flinke afstand. Al leidt deze
over een zeer mooie asfaltweg, net neergelegd en geschonken door
de Chinezen. Met een beetje geluk hebben wij de woestijnwind vanuit
het oosten recht in de rug en blaast deze ons over een vlakke
weg in zo'n 4 a 5 dagen naar Nouakchott. Het lukt ons vandaag
niet echt om op tijd te vertrekken. Het inkopen van eten voor
een aantal dagen, het inpakken van de tassen en de gezelligheid
op de camping, doet alles nogal vertragen. De route plannen is
echter wel belangrijk daar er maar een dorp onderweg is waar we
eten en drinken kunnen kopen, zo'n 195 km. vanaf Atar. Veel verder
dan 70 km. komen we de eerste dag niet meer. Twee politieposten
waar we ons moeten melden en onze gegevens worden genoteerd, nemen
aardig wat tijd in beslag. De wind zit nog niet erg mee, zelfs
meer tegen en er zijn nog twee passen, alhoewel niet te hoog,
waar we overheen moeten. Kampeerterreinen zullen we onderweg niet
tegenkomen, maar genoeg leegte en rust om onze tent op te zetten.
Wel oplettend dat we een beetje uit het zicht vanaf de weg staan.
Tegen de schemer aan nodigt een nomadenfamilie ons uit bij hun
te slapen. De manier van hoe ze ons benaderen gaf ons echter geen
fijn en veilig gevoel en we slaan het aanbod af. We rollen onze
slaapzakken een kilometer of tien verder achter een struik uit.
Het is nog vroeg, pas half acht maar wat te doen. We zijn moe
en vertrekken morgen liever iets vroeger zodat het nog niet zo
warm is. Dat vroege vertrek was wel een goed idee maar de locatie
van onze overnachtingsplek iets minder. Zo schoon en vlak als
de weg is, zoveel doorns liggen er naast. Terug op het asfalt
steken er 3 doorns, zo scherp als een naald uit mijn voorband.
Verloren tijd, maar een les voor de volgende keer
althans
dat dachten we maar dat moet nog blijken. De wind zit vandaag
niet echt mee of tegen. Het is alleen aangenaam voor een beetje
verkoeling. We besluiten tot een uur of één door
te rijden, dan ergens onder een boom in de schaduw neer te ploffen
en 's middags te koken i.p.v. 's avonds om de middaghitte een
beetje te ontwijken. Voordat we de juiste schaduwboom gevonden
hebben -want er zijn er in dit namelijk niet zo veel- is het half
twee en zijn we 75 km. opgeschoten. Vandaag staat er pasta op
de menukaart en thee, veel thee want drinken is bij deze hitte
met deze inspanning van essentieel belang. We hebben in totaal
zo'n 30 liter water bij ons, onderverdeeld over twee fietsen.
Er past precies een 5 liter waterzak in onze Birdy frametassen.
Dan hebben we nog twee waterzakken van elk tien liter die de rugzak,
achterop de bagagedrager past en hebben we ook nog eens onze bidons.
Stilzittend valt de hitte als een deken over je heen. Drie uur
lang komen we niet uit de schaduw vandaan. De hitte heeft ons
zo vermoeid dat de kilometerteller uiteindelijk op 95 km. blijft
steken als we besluiten dat het genoeg is geweest voor vandaag.
We vinden een plek zonder doorns dus kunnen 's morgens gewoon
op tijd vertrekken. Het is nog zo'n 35 km. tot Akjoujt, het enige
dorp onderweg om voedsel en water aan te vullen. Het zandlandschap
verandert van zanderige steppe tot zanderige steppe met hier en
daar een berg langs de weg. De weg blijft zo vlak als hij was.
Huisjes doemen steeds vaker op naarmate we dichter bij Akjoujt
komen. Soms bewoond soms niet. Akjoujt heeft niet veel attracties.
Zover wij het leren kennen -en dat is niet goed- een ingedut dorp
dat een paar duizend mensen behuisd en de enkele passant, die
het de moeite waard vindt om hier te stoppen, bevoorraad met wat
te eten en te drinken. Vers brood, groente, snoepgoed en 30 liter
water doen onze tassen weer vullen. Veel meer tijd dan twee uur
gunnen we Akjoujt niet. Spectaculair is het landschap niet maar
het heeft wel een zekere schoonheid. Dit in tegenstelling tot
verschillende mensen ons hebben voorgelicht. Het eerste deel bij
Atar zou nog wel gaan, daarna zou het saai en eentonig worden.
Wij hebben hier een andere mening over. Op de fiets zie je alles
veel langzamer en hebt dan ook meer tijd voor de details van het
landschap en zijn bewoners. Kuddes dromedarissen staren ons verbaasd
aan. Hun lange nek draait flexibel mee in de richting die wij
langskomen. Hun koeachtige kaakeetbeweging stopt. Slome ogen staan
wijd opengesperd. Als we net iets te dichtbij komen, lopen ze
verwaand enkele meters in tegengestelde richting. Ons inmiddels
nog steeds nauwlettend in de gaten houdend. Bij stilstand draait
hun kop weer geheel onze kant op totdat we uit het zicht zijn
verdwenen. Een zeer komisch gezicht. Het zeer droge landschap
tussen Atar en Akjoujt verandert in iets minder droog en groen.
Meer bomen en struiken steken uit het zand, wat duidt op de aanwezigheid
van water. Nomade kampen worden steeds minder schaars. Grote kuddes
met gezond uitziende geiten en koeien, grazen de groene blaadjes
van de lage doornstruiken. De herders zwaaien vriendelijk terug.
Voor de nacht vinden we een mooie plek tussen een groep bomen
in een rivierbedding, zo'n 400 meter naast de weg. Terwijl Saskia
het plastic zeil waar wij op slapen huiselijk inricht, ga ik op
zoek naar sprokkelhout voor een kampvuur. Ik graaf een kuiltje
in het zand en plaats drie stenen om een pannetje op te zetten.
Het hout is zo droog dat het meteen brand. Als de dikkere stronken
roodgloeiende kooltjes zijn geworden en het vuur is gedoofd, zet
ik een pannetje met water op om thee te zetten. Dit is ook de
manier zoals de nomade het doen en niet met een benzinebrander.
Ik voel me in mijn element. Sas iets minder, ze voelt zich toch
niet helemaal veilig zo in haar eentje.
Een vroege slaap doet ons vroeg ontwaken. De zon is nog niet op
en de woestijnmuisjes zijn nog druk bezig met het zoeken van voedsel
rond ons kamp en het graven van het juiste holletje voor de hitte
van de dag. In het donker duwen wij onze fietsen door het zand
naar de weg. Veel geleerd van onze eerste overnachtingsplek hebben
we echter niet. De doorns hebben het lucht uit mijn achterband
doen ontsnappen. We plakken totaal vier gaten, waardoor mijn binnenband
al een aardig bandenplakkertjespatroon krijgt. We tellen er negen
in totaal. Als dit zo door gaat, kunnen we Tromm Tweewielers wel
om meer plakkers vragen, dan zijn die 100 niet genoeg, grappen
we naar elkaar. Terwijl de fiets nog op zijn kop in de reparatiestand
staat, stopt een vrachtwagen, of we problemen hebben en een lift
willen. Erg vriendelijk en overigens niet de eerste keer. We slaan
het aanbod af. Deze tocht is veel te mooi om over te slaan en
snel per auto te doorkruizen. Met de fiets reizen in Mauritanië
verdient veel respect. Dit blijkt ook wel als later vandaag een
waterzak is lekgeraakt en wij genoodzaakt zijn om auto's te stoppen
om onze bidons bij te vullen. Het 'Donne moi une cadeau' is nu
eens visa versa. Stoppen doen ze allemaal voor jou als fietser.
Het verkrijgen van water is geen probleem en vaak worden we nog
eens extra verwend met een sinasappel of vers brood. Aan aanmoediging
is ook geen gebrek. Donkere gezichten, gehuld in een blauwe tulband,
laten een witte rij tanden blootleggen en er wordt aanmoedigend
geclaxonneerd als ze ons zien. De wind zit ons vandaag erg mee.
De eerste twee uur leggen we zo'n 60 km. af. We rekenen uit dat
als we zo door gaan een dag eerder in Nouakchott aan zullen komen
dan gepland. Dit is gunstig i.v.m. de aanvraag van ons Malinees
visum daar we anders op vrijdag aan zullen komen en deze, voor
op hun heilige dag, gesloten zal zijn. Het landschap nog steeds
mooi groen, lijkend op de Keniaanse steppe. Als ik niet beter
zou weten, zouden we elk moment een kudde zebra's of een giraf
tegen kunnen komen. Helaas, de woestijn heeft deze enkele honderden
jaren geleden uit doen laten sterven.
Zandduinen doemen op in de verte. De wind blaast ons steeds dichterbij.
Bij een eenzaam stalletje kopen we melk en vullen de waterzakken.
Het is enorm warm en drinken meer dan we aanvankelijk dachten.
Na het komen van de zandduinen, verdwijnen ze weer net zo snel.
Het landschap blijft veranderen. Schelpachtig zand met vetplanten
waar het witte melk giftig van is, is voor de komende 20 km. ons
decor. Die enen eenzame boom is onze lunchstop. Wat zal het worden,
nog maar eens pasta? Deze keer met uien, knoflook, chilipeper
en tonijn. Net als de vorige keer en de keer daarvoor. Al 95 km.
afgelegd en het is pas lunchtijd. Het schiet op vandaag. Meer
zandduinen volgen, links en rechts direct naast de weg. Het zand
heeft verschillende kleuren. De voorste duinen wit, dat langzaam
overvloeit in geel en uiteindelijk geelrood. Een politiepost onderbreekt
het rustieke van het zand. Paspoorten moeten weer tevoorschijn
komen. Deze posten vormen voor ons geen probleem. De bewondering
om dit stuk te fietsen doen alle problemen en kadovragen vergeten.
De zandduinen verdwijnen weer en maken plaats voor een schelpwoestijn.
Alle puur wit, zover als je kijkt. Met 135 km. op de teller en
een zon die al aardig dicht tot onder dreigt te gaan, zien we
nog geen geschikte overnachtingsplek. 15 km. verderop ligt een
groep duinen waar wij ons mooi aan het zicht van de weg kunnen
onttrekken. De hemel bewolkt boven Nouakchott en open boven de
woestijn. 's Morgens hebben we spijt dat we de tent niet op hebben
gezet. Morgendauw heeft ons en de slaapzakken drijfnat en koud
gemaakt. Van een lekkere nacht slapen was geen spraken. Ongelofelijk
dat het nu ineens zo vochtig was en dat wij daar andere nachten
helemaal geen last van hebben gehad. Het is ijskoud als we op
de fiets stappen. Vier graden meet de thermometer. Het lijkt wel
een eeuwigheid voordat de zon ons een beetje opwarmt. Nog zo'n
50 km. voordat wij in Nouakchott zijn. De wind weer in de rug
dus dat vlot wel, dat mag ook wel want Nouakchott betekent vrij
vertaalt niet voor niets 'plaats van de wind'. Het is weer duidelijk
dat we in de buurt van een stad zijn, douanepost na gendarmeriepost
na politiepost volgt een aantal keer. Na vier dagen Sahara isolement
zijn we weer terug in de hectiek van de stad. Dat blijft altijd
weer even wennen.
Na
Nouakchott is het reizen een tijdje taai totdat we in de Casamance
(Zuid-Senegal) aankomen. In Nouakchott lig ik een aantal dagen
met griep op bed. De laatste woestijnnacht was toch te heftig.
Saskia is waarschijnlijk toch meer bikkel dan ik want die heeft
nergens last van. Voor vijftien gulden p.p. hebben wij ons Malinees
visum al dezelfde dag. De weg naar Rosso is niet bar interessant.
We fietsen 80 km. en liften het laatste stuk. Vlak voor Rosso
kamperen we bij een nomade familie waarna we de volgende ochtend
de grens met Senegal oversteken. De 110 km. tot St. Louis is heel
mooi maar duurt te lang. We komen pas met donker aan op de camping.
St. Louis is een succes, ontmoeten een kennis uit Nijmegen die
net een ontwikkelingsproject in Mauritanië heeft afgesloten.
We bezoeken samen een vogelpark: Langue de Barbarie, maar het
aantal en soorten vogels valt tegen. Onderweg naar Dakar hebben
we het fietsen na 80 km. al wel bekeken. De weg is te saai en
hebben eigenlijk geen zin in dit stuk. We nemen de bus en komen
's avonds in Malika, zo'n 25 km. van Dakar aan op kampement Tim
Timol. We blijven hier een aantal dagen om van het strand te genieten
en ons visum voor Burkina Faso in Dakar te regelen. Daarna vertrekken
we met de Joola, een boot die ons in 20 uur naar Ziguinchor vaart,
gelegen in de Casamance. Van hieruit trappen we vervolgens 110
schitterende kilometers naar Kafountine waar Tine Veldkamp, een
Nederlandse, een scholenproject voor vrouwen op heeft gericht
en wij een sponsorloop voor doen.
Tekst
en foto's: Tristan R. Raggers en Saskia Henze
|
|
|
| |
|

|
| Gepubliceerd
in Outdoor Magazine in december 2001 |
| |
|
Gesponsord
door:
Tromm
Tweewielers Amsterdam
|