|
Tapijtje
kopen in de Soukh
Saskia
Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en zijn
uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor Sp!ts
schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.
We
zijn twee behoorlijk bereisde mensen, maar zijn we ook klaar voor
een onderhandeling over de prijs van een tapijtje in de soukh?
Ik ben verbaasd over mezelf en over Tristan. Hoe vreemd we te
werk zijn gegaan bij het kopen van twee tapijtjes (geen vliegende).
Ik voel me geen dochter van mijn vader en ik wilde dat hij hier
was om mij het onderhandelen bij te brengen. Brutalen hebben de
halve wereld, maar wij zijn zo netjes en lief dat zo'n winkeleigenaar
op honderd meter afstand onze naïviteit aanvoelt.
Midden in onze sightseeingtour - aangereikt door de Lonely Planet
gids - bevinden wij ons opeens in een tapijtenwinkel. We krijgen
thee aangeboden. "Ja", zegt Tristan, ik wil wel graag
zo'n kleedje kopen, zoiets als mijn ouders hebben vind ik wel
erg mooi". Zelf ben ik niet zo'n tapijtenmens en ik heb er
helemaal niet over nagedacht of ik wel een kleed wil kopen. Maar
met het oog op onze toekomstige gemeenschappelijke woning, wil
ik wel meekijken. Zo'n veertig gulden voor een tapijtje wil ik
best nog uitgeven, bovendien we gaan alleen maar kijken.
De winkeleigenaar, ik zal hem Ali noemen, begint al zijn kleden
overhoop te trekken, maar er zit niets moois bij. Geen probleem,
zijn broer Mohammed zal thuis nog wat meer kleden gaan halen.
Waar houden we van: oud, nieuw, groot, klein? Nog meer kleden
worden aangerukt. Natuurlijk zit er weer niets bij. Na een paar
keer heen en weer geloop, gaan we achter Ali's broer aan naar
hun huis. Het blijkt een nog grotere tapijtenshop te zijn. Het
is de eerste aanwijzing dat mensen verhalen bedenken om maar wat
te verkopen. Ze spelen een spel waar ik best op in kan haken,
maar zo beleefd en afschuwelijk netjes als ik ben, doe ik dat
niet. Nog meer muntthee volgt. Kleden vliegen over elkaar heen
en er ontstaat een berg van bezichtigde tapijten in het midden
van de winkel. Mohammed lijkt een vriendelijke man, heeft er alle
begrip voor dat wat ik mooi vind, Tristan niet mooi vindt en visa
versa.
Langzaam maar zeker begint Mohammed met agressievere verkooptechnieken.
Hij wordt gehaaster, praat drukker en zijn ogen verliezen hun
zachtheid. Eigenlijk begint bij mij een waarschuwingslampje te
knipperen, maar ik zet het gewoon uit. Ik heb niet het gevoel
dat ik nog makkelijk weg ga komen, maar die gevoelens sluimeren
vooral op de achtergrond.
Ik ben helemaal weg van één kleed met de kleuren
oker, groen, roestbruin, blauw en prachtig geweven. 2400 dirham
moet het kosten, zo'n 480 gulden. Ik word erg bezitterig, ik wil
gewoon dat kleed, alsof mijn leven zonder dat kleed niet meer
hetzelfde zou zijn. "Sas, wat heb jij over voor dat kleed?",
vraagt Tristan. 200 gulden, meer kan echt niet. En dan te bedenken
dat ik eerst 40 gulden in mijn hoofd had. Ook Tristan heeft een
tapijt op het oog. Mohammed vraagt voor de twee kleden samen 4200
dirham. Waanzinnig, dan kunnen we gewoon een maand eerder naar
huis. Met schaamrood op de kaken schrijven wij onze prijs, 2000
dirham. Dat is natuurlijk niet slim om meteen je eigenlijke eindbod
op te schrijven. Mohammed is zwaar gepikeerd. Hij had een leuke
deal gemaakt, van 4200 dirham voor 4000 dirham en wij zeggen 2000
dirham.
Wij besluiten er nog 200 dirham bovenop te doen, twijfelend of
dit wel kan. Opeens is de koop rond. Er wordt druk heen en weer
gepraat in het Arabisch. Kleden worden opgerold en ingepakt en
wij weten nu dat onze prijs nog veel te hoog is. We voelen ons
bedonderd en stom. Bedrukt lopen we terug naar onze kamer. Ik
heb het gevoel dat de hele soukh weet dat wij degene zijn die
zoveel geld uitgegeven hebben aan twee kleden. Op onze kamer beginnen
we ervaringen omtrent het koopgebeuren uit te wisselen. Na een
uur pakken we onze tapijten uit om ze nog een keer te bekijken.
Ik ben erg blij met de mijne en Tristan met die van hem. De koop
zal voor altijd in mijn geheugen gegrift blijven. De prijs zal
ik maar gewoon vergeten.
Tekst:
Tristan R.Raggers en Saskia Henze
|