VakantieTop50.nl - De beste vakantiesites van dit moment
© copyright by www.onwalkabout.nl


Oostwaarts in de woestijn

Saskia Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en zijn uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor Sp!ts schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.

In de woestijn geldt de algemene regel dat iedereen elkaar moet helpen. Maar hoe werkt dit nou eigenlijk in de praktijk? Al snel blijkt deze regel niet voor iedereen hetzelfde te gelden. Vanuit Nouâdhibou zijn we met drie jeeps vertrokken richting Atar, zo'n 600 km dieper de Sahara in, over een schaars bereden piste dat door een mijnrijk gebied leidt. Onze fietsen liggen nog steeds netjes opgevouwen achterin de landrover, niets of niemand in de weg. Elkaar leren kennen doe je wel tijdens zo'n reis. Het is dan ook interessant te leren zien hoe verschillend mensen zijn en reizen! Mario en Alberto, twee Italiaanse vrienden die een reisbureau hebben zijn allebei met hun eigen wagen. Mario met een IVECO camper met vierwielaandrijving compleet met keuken, douche en toilet. Net twee jaar geleden met zijn 43e gepensioneerd door zijn reisbureau te verkopen. Alberto, 45 jaar en momenteel hoofdpartner van dit reisbureau heeft besloten een paar weekjes met Mario op te rijden. Veel belangrijke zakenbeslissingen en de daarmee meebrengende stress moeten zaken voor hem een beetje op een rij doen zetten tijdens deze reis en leeft zich dan ook duidelijk uit in zijn landrover defender. Mario daarentegen is een stuk degelijker en verantwoordelijker, neemt min of meer de leiding en leest de coördinaten op de G.P.S. (satelliet navigatie systeem) af. Wolfgang, een Duitse gepensioneerde vijftiger, heeft per contact advertentie bij de Sahara club zijn reispartner (Ulla) gevonden. Hij heeft geld genoeg om de duurst uitgevoerde jeep te kopen (en heeft deze dan ook) inclusief een super navigatie systeem en al het andere om in de woestijn te overleven, maar weet zelfs na 3 woestijn reizen nog niet hoe deze te gebruiken en volgt als een kameel de karavaan. Ook moeilijk om te zien is het feit hoe weinig hij voor anderen doet, tenzij hij er persoonlijk bij gebaat is. Dit tot absolute tegenstelling met Mario die iedereen helpt.Dat Wolfgang vroeger officier in het leger is geweest en jarenlang een eigen groot bedrijf heeft gehad is duidelijk zichtbaar in zijn gehele omgang met mensen. Hij is gewend om mensen te vertellen wat te doen en op een zeer dominerende manier, zelfs nu deelt hij zonder schaamte bevelen aan een ieder uit, met Ülla in het bijzonder. Voor vertrek hebben ze elkaar maar even kort ontmoet en komt hij als een sympathiek persoon over. Maar het bleek al snel dat de auto te klein is voor hun tweeën. Ülla is niet het brave volgzame vrouwtje die meteen in de houding springt als hij commandeert, zoals hij had verwacht. Het is een vrouw met een rijp verleden en weet wat ze wil. Aangezien Wolfgang geen tegenspraak duld en zij van hem afhankelijk is om in zijn auto mee te reizen, maakt hij haar dit dan ook vaak genoeg duidelijk. Het is verdomd moeilijk om te zien hoe twee volwassen mensen zo kinderachtig kunnen zijn. Zijn gedrag doet dan ook de gehele groep tijdens het verloop van de reis steeds meer irriteren. Maar wat te doen, je bent samen in de woestijn en mocht elkaar nog eens echt nodig hebben. Na de lunch vervolgd de tocht verder over een gravel piste. Volgens de GPS wijkt deze te veel af van de richting die we op moeten en Mario besluit af te slaan richting 90 graden op het kompas; het oosten. Een pannekoekachtig landschap , bezaaid met 'lopende zandduinen' af en toe een op een, uit de kluiten gewassen lijkende bonsai-boom en enorme keien om overheen te rijden. Geen pad, geen piste, geen spoor om te volgen, alleen die 90 graden naar het oosten. Het landschap is uitermate mooi en ik ben blij dat ik de bijrijder ben en meer tijd vrij kan maken om om mij heen te kijken. Dat Mario weet hoe hij met een GPS om moet gaan wordt duidelijk als we na 4 uur flink hobbelen in Boûlanouâr, een plaatsje bestaande uit een paar bouwvallige keten, aankomen. Het plaatsje ligt langs het spoor. Het zand is hier zo rul dat zowel de wagen van Mario als Wolfgang vast komen te zitten. Terwijl we de bandenspanning nog meer verlagen om meer grip te krijgen in het zand, het zand rondom de wielen weggraven, rijgeulen graven en zandplaten voor de achterwielen neerleggen, komt de ijzererts trein net voorbij. 2,5 km (en daarmee de langste ter wereld) van goederenwagons met op het einde dat enige kleinige lullige personenwagonnetje waar een aantal toeristen, die ook in ons konvooi zaten, uit het raam hangen en naar ons zwaaien. Het doet ons goed te weten dat wij toch iets meer avontuur beleven dan zij. Wolfgang heeft niet zo'n zin zijn handen in het zand te steken. Hij commandeert een tiental Maurentaniers hem te helpen met uitgraven en betaald daar grove Ouguiya,(de geld eenheid van Maurentanië) voor. Ja, zo heeft een ieder zijn methode. Het graafwerk is echter voor niets, hij geeft veel te veel gas waardoor zijn banden het zand op doen stuiven en zijn wagen nog dieper in doet graven. Omstanders schudden onbegrijpelijk het hoofd. Met zo'n wagen als hij heeft zou je hier nooit vast hoeven komen te zitten. Ook hier bewijst weer dat stuurmankunst het halve werk is. Zelfs ik zou het beter kunnen! Al bij al neemt het nogal wat tijd in beslag en slaan we ons kamp zo'n 15 km buiten het dorpje op. Het isolement in deze onmetelijke zandbak doet goed. Het fijne stuifzand dat overal in waait en de bittere kou die de woestijnnacht met zich meebrengt stelt ons echter niet in staat uitgeslapen wakker te worden. Een hete bak koffie doet weer goed de volgende ochtend net als de mooie kleuren die de hemel doet betreken terwijl de zon opkomt. We vertrekken vroeg, aangezien we nog een lange weg tegaan hebben. Voor mij verandert het woestijnlandschap verbazend snel. Van steppe-achtige gebieden tot zandduin-velden en van steen plateaus tot pannekoekachtige zandvlakten.De eerste 200 km vlotten snel. De stevige ondergrond stelt de auto's in staat met zo'n 80 km per uur door te rijden. We passeren sporadisch neergeplante Nomadenkampen of een Tuareg in galop op zijn dromedaris. Zwarte granietblokken decoreren de vlakte.Bij een naamloos dorp van 5 huisjes stoppen we even. Mario deelt wat kleding uit en pennen voor de kids. Twee Tuaregs liften mee tot het volgende nomadenkamp. In de middag doemen grote zandduinen voor ons op. Hier begint het rulle zand waar men ons voor waarschuwde. De camper zou te zwaar kunnen zijn en continue vast komen te zitten. Zou dit het geval zijn, dan kunnen we altijd nog over het spoor rijden. Dit zou alleen een noodoptie zijn daar het spoor vol ijzertroep ligt en dit de banden kapot kan doen rijden. Het blijkt allemaal nogal mee te vallen, we komen wel een aantal keren vast te zitten. Maar na een uurtje graven en slepen kunnen we weer gewoon verder. Op dag 3 biedt Alberto mij aan een stuk te rijden. Helemaal te wauw natuurlijk. Ik heb wel mijn rijbewijs maar nog nooit in een jeep in rul zand gereden. Alberto is een goede leraar, ik een goede leerling en eindelijk leer ik het geweldige gevoel kennen hoe het is om in zo'n zandbak te scheuren. Ik word helemaal verliefd op zijn auto, biedt aan om werelds beste vouwfiets te ruilen voor zijn landrover, maar daar trapt hij helaas niet in. Ik had nooit eerder geweten dat een jeep zoveel kon. Ik leer nu opeens meer over verschillende auto's vraag rond over gewicht, bandenspanning vermogen, vierwielaandrijving en benzineverbruik. Kortom, alles wat mij voor een volgende woestijntrip (in een jeep) handig lijkt om te weten. Op dag 3 komen we aan in Choem. Na zo'n 500 km van woestijn, het eerste echte teken van leven na Nouâdhibou. Choem zou ik meer omschrijven als een shock. Als je vanuit de woestijn met niets dan leegte ineens in een dorp aankomt en omringt wordt door 60 kinderen, 20 volwassenen en een stel corrupte politieagenten die om kado's vragen, dan komt dat voor mij over als een shock. Tijd om te acclimatiseren is er niet en het enige wat iedereen wilde was dan ook weer zo snel mogelijk verder. Het is nog zon 120 km tot Atar, ook wel de dadelhoofdstad genoemd. Halverwege ging de zon onder en zouden wij het liefst in de woestijn overnachten. Het is echter dat Alberto voor zijn bedrijf snel weer terug moet en ook Wolfgang zich geen tijd gunde om de resterende 60 schitterende kilometers met daglicht te zien, dat we doorrijden. Helaas helaas dit is het probleem als je meelift en hier geen inspraak in hebt. De piste is hier nog te slecht om te fietsen. Optie uitstappen was dus ook niet echt haalbaar. Zelfs nadat de bedrading van al het camperluxe was gesmolten en vlam had gevat onder de motorkap moesten we doorrijden tot Atar. Alles bij elkaar een zeer mooie tocht die op de enige camping in Atar , gerund door een Nederlander, af wordt gesloten met een grote pan couscous.

Tekst door:Tristan R.Raggers en Saskia Henze.