|
Gebarentaal
met de nomaden
Saskia Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en
zijn uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor
Sp!ts schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.
Bij
het schijnen van de eerste zonnestralen ritsen wij onze tent open.
Wij zijn hier gisteravond aangekomen en hebben hier tijdens het
vallen van de duister ons tentje aan de rand van de ravijn opgezet.
Vanuit ons bed kijken we uit over de Amagor Pas. Een schitterend
plateau dat iets weg heeft van de Grand Canyon, althans, zo stel
ik mij dat voor want ik ben er zelf nog nooit geweest. Zonder
uitzondering is dit absoluut de mooiste kampeerplek ooit. We laten
de tent staan en dalen met onze Birdy's af naar het plateau. In
het midden staat een ford dat niet veel meer dan een ruïne
is. In de begin jaren 1980 is het hier neergezet voor de opnamen
van 'Fort Saganne' , een Franse film met Gerard Depardieu, dat
gaat over een buitenlands legioen in Algerije.Als we verder fietsen
over het plateau, bestaande uit granietachtig gesteente, komen
we uit bij een steile afgrond met een oase rijk vallei. Via een
karig bereden weg dalen we af naar de vallei. Volgens onze kaart
leidt deze weg met een enorme omweg naar Oudane en vervolgens
naar de oostgrens met Mali. Gevaarlijk gebied met recente overvallen
op toeristen om hun dure landrovers en bezittingen afhandig te
maken. De weg, afwisselend met grote stenen, mul zand en goed
te berijden stukken kronkelt door mooie canyon landschappen naar
beneden richting de vallei. Eenmaal ingesloten door steile kliffen
en tajine-vormige rotspartijen volgen we een pad dat grotendeels
door palmbomen in de schaduw wordt gezet. Het gevoel van volmaakt
geluk geeft mij de energie mij eens flink op de fiets uit te sloven
en mijn Birdy vouwfiets off-road eens goed te testen. Saskia geniet
liever even alleen van de omgeving en ik stuif daarom even in
mijn eentje weg. De weg, bestaande uit grind en zand, slingert
en hobbelt op en neer. Diepe kuilen doen mij acrobatische sprongen
met de fiets maken en bij stukken mul zand drijf ik mijn snelheid
flink op om zonder afstappen de weerstand van het zand te doorstaan.
Een herder staart me verbaasd aan als zo'n rare blanke, geheel
uit het niets en in de middle of nowhere op zo'n rare fiets voorbij
raast. Met zijn hand maakt hij een draaibeweging, vingers open
en omhoog wijzend, zo van...... wat doe jij hier in Allah's naam
en waar ga je heen.
Een conformerend gebaar van de richting die ik op ga, doet hem
mij al zwaaiend uit het oog verliezen. Ik stuif verder, afdalend
met een enorme snelheid om een droge zanderige rivierbedding door
te komen. Zandstof stijgt op, snel terugschakelen tot een kleiner
verzet stelt mij in staat mijn wielen aan te blijven drijven.
De rivierbedding is echter sterker dan mij en twee meter voor
het einde blijf ik steken. Zweet gutst van mijn voorhoofd, afstappen
is onvermijdelijk. De Birdy is ongelofelijk wendbaar. Het lage
frame doet je makkelijk op en afstappen, hetgeen op zwaar terrein
handig is. Niks geen gevaar dat je met je kruis op je fietsstang
knalt.
Sas ben ik inmiddels allang uit het oog verloren. Elkaar hier
mislopen kan niet, daar dit het enige pad is dat hier loopt en
besluit nog een paar kilometer verder te racen. Als mijn zweet
een beetje op begint te raken, mijn ademhalingsritme verdubbeld
is, het zweetzout jeukt in mijn ogen en het einde van de canyon
in zicht is besluit ik om te keren en eens een praatje met de
nomadeherder te maken. Saskia zal hier inmiddels ongeveer ook
wel zijn. Dit blijkt echter nog niet. De herder zit inmiddels
met zijn vrouw en twee zoons aan de thee. Zij nodigen mij uit
om erbij te zitten. "Salam-a-leikum, a-leikum-a-salam, labass?
labass! Begaïr? Begaïr! Alhamdoedila". Dit ritueel
van de Arabische groet ken ik nog net maar dan ben ik ook wel
zo'n beetje aan het einde van mijn Arabische woordenschat. Een
kom geitenmelk word me aangeboden. Mintthee volgt. Woestijnbrood
wordt gebakken met kooltjes in het zand. Een tweede glas mintthee
volgt. Het brood is inmiddels klaar. Ik mis Sas hier naast mij,
waar blijft ze toch? Ik probeer ze uit te leggen dat we met z'n
tweeën zijn. Helaas, ik spreek geen Frans en zij nog minder.
Ik teken in het zand, gebaar met handen en voeten, roep haar naam.
Ik blijk toch niet vindingrijk genoeg in mijn gebaren of zij in
het begrijpen daarvan. Een stuk brood wordt afgescheurd......Manger!
Manger! en er wordt op mijn brood gewezen. Ach, ze komt zo wel,
denk ik. De rest van het brood wordt in stukken gescheurd en in
een kom gemengd met geitenmelk. Dan is het maal klaar en begint
de familie mee te eten. Met de rechterhand en alles uit dezelfde
kom. Manger! Manger! en er wordt weer op de kom gewezen. Dan komt
Saskia tevoorschijn gefietst en begrijpen ze ineens mijn gebaren.
Er wordt flink gelachen."Salam-a-leikum, a-leikum-a-salam,
labass? labass! begaïr? begaïr! Alhamdoedila".
Handjes schudden volgt met het aanraken van eigen borst na de
laatste persoon. Traditioneel is het voor een man niet toegestaan
een vreemde vrouw aan te raken, zelfs niet het schudden van de
hand. Saskia mag dit wel! Geitenmelk voor Sas volgt, daarna een
derde en tevens laatste (=traditioneel) glas mintthee. Manger!
Manger! .... er wordt weer naar de kom met brood, gedrenkt in
geitenmelk gewezen. Na veel malen 'Manger' en gebaren naar de
kom, komen we aardig gevuld te zitten. We willen iets teruggeven
daar wij zoveel hebben en zij zo weinig. Alhoewel, dat veel is
nu ook maar relatief omdat we alleen het meest noodzakelijke op
deze reis mee hebben genomen, en daarvan het meeste in de tent
ligt. We geven de resterende dadels uit onze tas, gekocht op de
markt in Atar en Sas schenkt de vrouw haar enige haarspelt die
ze zelf een paar weken geleden van een Nederlander cadeau heeft
gekregen. "Wat is ze toch een schatje", denk ik nog.
Wij blijken er vandaag nogal hongerig uit te zien denk ik. Op
de terugweg naar de tent, momenteel terugkronkelend en bergopwaards,
via dezelfde weg als we gekomen zijn, picknicken een Franse en
Spaanse familie die in Nouakchott de hoofdstad van Maurentanië
wonen en werken. Ze zijn hier voor het weekend. Koude blikjes
Fanta en eiersalade met brood en vis wordt ons voorgeschoteld.
Veel te volgevreten stappen we weer op onze fietsen. Het lijkt
wel of alles in mijn benen is gaan zitten. Ik heb het gevoel dat
ik amper vooruit kom. Terug bij de tent pakken we alles in en
laden het op de fiets. We willen vandaag nog terugfietsen naar
Atar. Vlakbij de hoofdpiste zijn voor 200 ougya per persoon rotstekeningen
te zien. Saskia heeft niet zo'n zin maar ik ben toch wel erg nieuwschierig.
De schattige Maurentaniër van middelbare leeftijd was meer
het bezoeken waard dan de tekeningen zelf. Deze waren min of meer
weggevaagd in de loop van duizenden jaren. Het is dat hij het
aanwees en zei wat het was dat je de vorm herkende anders zou
ik er overheen gekeken hebben. Hij sprak wel goed Frans maar dit
was voor mij nou niet echt een grote hulp. Onze improvisatie met
tekeningen in het zand waren wel erg interessant en voor mij een
verduidelijking dat ik hier toch nog niet zo heel slecht in ben.
Tekst: Tristan R.Raggers en Saskia Henze
|