|
Toubabs
krijgen grisgris van Marabout
Saskia Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en
zijn uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor
Sp!ts schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.
Na
het bezoeken van ons scholenproject Satang Jabang in Senegal,
is het een dag fietsen naar 'The Kairoh Garden'. Een rustiek campement
te midden van een prachtige mangoplantage in een klein vissersdorpje;
Tanjeh, aan de zuidkust van Gambia. Al voor ons vertrek vanuit
Nederland wisten we dat dit een rustpunt van zo'n twee weken in
onze reis zou worden en een plek waar onze sponser; Tromm Tweewielers
Amsterdam, resevebanden voor de Birdy's naar toe zou sturen. Een
rustpunt die we nodig zouden hebben na al die Afrikaanse aandacht
en toubab (= blanke) en kado-geroep door hordes krijsende kinderen
die achter je fiets aanrennen als je weer een van de vele rustieke
dorpjes passeert. Het was niets te vroeg. Onze energie en geduld
werd al aardig opgeslokt en we begonnen ons al zorgen te maken
ot West-Afrika voor ons nu wel het juiste plekje wereld is om
te bereizen. Vooral als de reisgids dan ook nog eens zegt dat
juist de mensen dit deel van Afrika het bezoeken waard maakt en
'deze mensen' voor ons juist het verstorende aspect zijn, wat
hebben wij hier dan nog te zoeken?!
Kawsu Sillah is een Gambiaan en getrouwd met Barbara, een Nederlandse.
Samen hebben ze 'The Kairoh Garden' gebouwd. De mooie veranda,
die uitzicht op de tuin en de vele tropische vogels die hier huishouden
biedt, is een prima inspiratieplek om onze aankomende deadlines
te halen. 's Avonds worden we verwend met Barbara's ongelofelijk
gevarieerde kookkunsten en vertellen we over onze reisbelevenissen
van Amsterdam tot hier. Barbara vindt onze continue-aandacht ervaringen
wel erg herkenbaar en ook Kawsu vertelt dat hij tijdens zijn huwelijk
met Barbara een andere kant van zijn volk heeft leren kennen.
"Als we samen naar de markt gaan, gaat de prijs automatish
omhoog en is het afdingen tot een normale prijs bijna onmogelijk",
zegt hij.
Als Kawsu twee dagen later terug komt van een bezoek aan zijn
grootvader in Banjul en hem heeft vertelt over ons, dat we met
een soort van kinderfietsen helemaal vanuit Nederland zijn komen
fietsen, wil hij ons graag ontmoeten. Zijn grootvader, Boubacar
Sillah, is 85 jaar en al 40 jaar een zeer gerespecteerde Marabout
in Senegal en Gambia en draagt sinds 8 jaar ook de functie van
Imam (gebedsvoorganger in de moskee). In West-Afrika ga je naar
een Marabout als je een probleem hebt, advies wilt, ziek bent
of als je denkt dat iemand zijn best doet om jou ziek te maken.
Via Kawsu stelt de Marabout voor een grisgris (amulet) voor ons
te maken die ons op reis moet beschermen tegen geweld, negatieve
invloeden van buitenaf en dat er een open communicatie tussen
ons beide blijft bestaan. Of wij hierover na willen denken.
De interesse van een man met zo'n hoog aanzien vleit ons en reizen
daarom de volgende dag samen met Kawsu en Barbara af naar Banjul.
We nemen de Birdy's mee voor een vouwdemonstratie. In de auto
nemen we de regels van zo'n bezoekje door, want hoe treedt je
eigenlijk op zo'n man toe? Veel respect tonen is belangrijk, maar
hoe doe je dat? In dit geval door lager te gaan zitten dan Kawsu's
grootvader. Groetend als man ga je op je knieen zitten, buigt
je hooft richting zijn voeten en wrijft zijn enkels. Vrouwen behoren
naar beneden te kijken en een klein kniebuiginkje te maken terwijl
ze de Marabout een hand geven. "Als we dit maar op de juiste
manier voor elkaar krijgen", denken we hardop. Ze stellen
ons gerust door te zeggen dat hij het wel zal begrijpen dat wij
niet alle regels kennen en dat Afrikanen mild omgaan met Europeanen
die niet bekent zijn met alle ins en outs. Bij de Marabout aangekomen
moeten we eerst even wachten. Op teken van binnenkomst lopen we
het kleine praktijkkamertje binnen. Boubacar Sillah zit in een
prachtige boubou op een bamboebed, zijn ogen met een blik vol
nieuwschierigheid naar de twee toubabs die helemaal vanuit Nederland
zijn komen fietsen. Kawsu knielt neer voor zijn grootvader. Hij
verandert daarmee op slag van persoon. Kennen wij hem als leidinggevend,
gerespecteerd en trots persoon, zien wij nu ineens een heel andere
soort Kawsu. Het mannelijke slaat om in jongensachtig, schuchter
en een beetje bedeesd. Zijn blik is op de grond gericht en zijn
ogen kruizen slechts af en toe die van zijn grootvader als teken
van respect. Na een heel begroetingsritueel, introduceert Kawsu
ons aan zijn grootvader. Kawsu vertaalt voor ons als we vertellen
over onze fiets en Afrika belevingen. Dan komt de vraag of we
nog over de grisgris nagedacht hebben. Dat hebben we. We stemmen
in met het aanvaarden de de grisgris. Nu zijn er verschillende
soorten grisgris. Je hebt ze die je aan je arm of om je nek kunt
dragen, maar ook in de vorm van water waar je je elke dag mee
in kunt smeren. Het water ruikt heerlijk, maar een liter extra
in onze bagage op de fiets is toch niet echt handig. De Marabout
stelt een watertje voor dat je in een keer opdrinkt. Het grappige
is dat wij daar beiden een ander gevoel bij hebben. Bij de een
wekt dit het gevoel op dat als het een slechte grisgris zou zijn,
je het nooit meer af kan doen omdat het in je lichaam opgenomen
is. De ander vindt een drankje juist veel vergankelijker dan een
tastbaar amulet dat je bij je draagt en af kan doen als je het
niet meer wilt. Het komt er uiteindelijk toch op neer dat het
tweemaal een koranvers op een stukje papier, dichtgenaaid in een
leertje aan een touwtje om je arm zal moeten worden. De grisgris
kunnen we niet meteen meenemen. De Marabout moet de juiste vers
eerst nog in zijn dromen voorbij zien komen. Dat geeft ons de
tijd om over de juiste betalingsvorm na te denken.
Dan komt het klapstuk voor de Marabout zelf. Het is wonderlijk
te zien dat zo'n groot man zo kinderlijk verast is bij de vouwdemonstratie
die wij hem geven. Hij kan niet geloven dat wij hiermee vanuit
Nederland zijn komen fietsen.
Twee dagen later komen we terug om de grisgris op te halen. Onafhankelijk
van elkaar hebben we bedacht dat de betaling een mooie sterke
witte haan moet worden, die we op de markt in Serekunda kopen.
De Marabout drukt ons nogmaals op het hart dat het een echte grisgris
is met een positieve boodschap en dat wij hem niet weg mogen gooien
of ergens laten liggen. Boubacar Sillah overhandigt ons een stukje
papier met korancitaat, dichtgeknoopt met een touwtje. Zo komt
het dat we even later op een bankje zitten te kijken hoe onze
grisgris door een oude leerbewerker zorgvuldig verpakt wordt.
Voor ons rest nu alleen nog een veilige reis.
Tekst door: Tristan R. Raggers en Saskia Henze
|