|
Een
dagje naar de stad
Saskia Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en
zijn uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor
Sp!ts schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.
Het
einde van de Ramadan begint in zicht te komen en daarmee ook de
tijd voor nieuwe kleren. Hierbij is het in sommige gevallen gebruikelijk
dat de werkgever voorziet in de nieuwe kleding van de werknemers.
Zo ook bij The Kairoh Garden, een campement in het vissersdorpje
Tanjeh, aan de Zuidkust van Gambia. Voor de mannelijke werknemers
was de kledingkeuze zo gemaakt en gekocht. Allemaal een mooie,
wijde, modieuze afzakbroek met daarbij een flitsend shirt. Voor
Fanta, het 17-jarige zusje van de manager, was het minder duidelijk.
Wat is nu eigenlijk in de mode voor 17-jarige Afrikaanse vrouwelijke
pubers? Barbara, eigenaresse van The Kairoh Garden, besluit samen
met Fanta naar de stad te gaan en ik ga met ze mee. Mijn fiets
blijft netjes opgevouwen in de kamer staan, want dit keer ga ik
met het openbaar vervoer.
We hebben er alledrie veel zin in, omdat we zelden zonder mannen
op stap gaan. Om half tien zijn we goed gemutst op weg. Fanta
rent bijna vooruit, ze heeft er duidelijk zin.''Ik doe het vandaag
rustig aan'', zegt Barbara,''geen geren voor mij''. We wandelen
naar de 'bushalte' en gaan daar op een bankje van boomstammen
zitten. Een dienstregeling kent de bushtaxi niet en we zullen
daardoor rustig af moeten wachten tot een busje voorbij komt waar
we bij passen.
Onmiddellijk worden we omringd door kinderen. "Toubab, toubab!",
"Nietkunjoel!",zeg ik terug in het Mandinka, hetgeen
zwart mens in de lokale taal van daar betekent. Veel gelach en
gegein over en weer. Een jongetje klimt op mijn schoot. Hij blijft
zitten en zorgt ervoor dat hij het alleenrecht op mijn schoot
heeft. Rechts van mij zit Adja, een meisje van een jaar of vijf
met daarnaast haar vriendin. We hebben een discussie over harenvlechtwerken,
ik in het Nederlands, zij in het Mandinka. Ja, ik heb maar een
vlecht en heel glad haar. Zij heeft heel veel vlechtjes. Ik tel
er 29. Als ik dan een rood elastiekje in mijn hand gedrukt krijg
om alle vlechtjes tot een staart te binden, vertedert me dat.
Grappig zo'n gesprek. Later zegt Adja iets waar Fanta helemaal
dubbel om ligt. Hier wil ik wel graag even uitleg over. Fanta
vertaalt: Ze zegt dat Barbara mijn Toubab is, maar dat jij die
van haar bent! Dat lijkt me wel zo eerlijk verdeeld, hoewel, er
staan hier nog zo'n 20 'Nietkunjoelletjes' en ik ben echt alleen
van haar. Een ander spel is het tellen van vingers. Over en over
tel ik de vingers van elk kind in het engels. Bij elke tel druk
ik op een zwart/rose vingertje. Ze vinden het een geweldig spel.
Adja telt op haar beurt mijn vingers in het Mandinka.
Als we een uur hebben zitten wachten gaan de meest kids weer hun
eigen gang. Na anderhalf uur zitten we er nog steeds. Ik begin
naar mijn fiets te verlangen. Het is namelijk maar 15 kilometer
naar de stad en dan zouden we er allang geweest zijn ....
Naast ons zijn nog meer mensen komen zitten. Ook zij wachten.
Bushtaxi's passeren ons maar gaan de verkeerde kant op. Volgens
Fanta moeten ze ergens omdraaien en ons dan oppikken. We staan
samen op de uitkijk.Yes, er komt er een in onze richting. Wat?!
Net voordat hij ons bereikt heeft draait hij opeens af naar links.
"Zit zeker vol", zegt Fanta teleurgesteld. Inmiddels
heb ik lang genoeg gewacht en Barbara ook. Fanta stelt voor om
in de richting van de grote weg te lopen en ook bushtaxi's aan
te houden die eigenlijk de verkeerde kant op gaan.Zo gaan we eerst
een stukje de verkeerde kant op, maar als de bushtaxi vanaf zijn
eindpunt terug gaat rijden zitten wij er alvast in!
Al lopende ontdek ik meer 'lopende wachtende'. Er stopt een taxi.
Ik meen nog een plaatsje te zien, maar volgens de bestuurder is
de bushtaxi echter al vol. We lopen weer verder. Inmiddels ben
ik al helemaal niet meer kieskeurig. "Al moet ik op een vrachtwagen",
zegt Barbara. Ik knik instemmend, als we maar in de stad komen.
Twaalf uur en nog steeds in Taneh .... Gaat dit wel lukken? In
de volgende, ook volle bushitaxi, ontdek ik een meneer die eerst
samen met ons stond te wachten. Hij heeft dus al wel een plekje
weten te bemachtigen! Inmiddels begin ik honger en dorst te krijgen.We
hebben niets meegenomen en hadden ook verwacht dat we allang wat
te eten hadden gekocht in de stad. Ik kijk naar Fanta die vandaag
om 05:00 uur al gegeten heeft. In verband met de Ramadan mag ze
tussen zonsopkomst en zonsondergang niets meer eten of drinken.
Hoe vergaat het haar? "Geen probleem", zegt ze. Ik val
bijna om. Ik zal blij zijn als ik eindelijk wat te eten en te
drinken heb bemachtigd.
Eenmaal bij de weg gekomen zetten Barbara en ik ons op een bankje.
Het is bloedheet. Fanta staat op de uitkijk.Tien minuten later
is het raak. We lopen snel naar het busje waar fanta plaatsen
staat te regelen en proppen onszelf erbij. Barbara en ik zitten
acherin, Fanta ergens voorin tussen de andere vrouwen. Bij de
eerst volgende stop gaan er mensen uit en Barbara en ik verplaatsen
ons snel naar voren. Nu begint het op te schieten. We zijn al
bijna bij het punt waarop het busje zal keren, om vandaaruit RECHTSTREEKS
naar de stad te gaan. Rond half twee komen we in de stad aan.
Daar gaat Fanta eerst naar haar familie en maken Barbara en ik
een rondje markt. We kopen allemaal kleurige bakjes en potten.
Als we een beetje uitgeshopt zijn voor onszelf, gaan we Fanta
halen en op stofjesjacht. Deze dame heeft precies in haar hoofd
zitten wat ze wil. Het is totaal niet wat Barbara en ik verwacht
hadden. Wij hadden eigenlijk een helder, felgekleurde stof in
gedachten, maar Fanta kijkt alleen maar naar zachtgele, broderie-achtige
stofjes. De stof blijk duurder dan begroot. We lopen verschillende
zaken af en uiteindelijk lukt het Fanta met haar onderhandelingskunst
om de stof voor een redelijke prijs te kopen. Ze is dolgelukkig.
Ze zal er bij een naaister een ernorm wijde, afhangende jurk met
roesjes van laten maken met daaronder een omslagrok van dezelfde
stof.
Volgepakt en opgewonden gaan we op zoek naar een bushtaxi terug.
Dit gaat aanzienlijk sneller dan de heenweg. Slechts een kwartiertje
later zitten we in de bushtaxi en nog een kwartier later zit deze
zo vol dat we kunnen gaan rijden. Alles bij elkaar toch nog een
zeer geslaagde Afrikaanse dag.
Tekst door: Tristan R. Raggers en Saskia Henze
|