|
Harmattan,
vriend of vijand?
Saskia Henze en Tristan R. Raggers hebben hun koffers gepakt en
zijn uit Amsterdam per vouwfiets onderweg naar Zimbabwe. Voor
Sp!ts schrijven zij eens per 14 dagen hun ervaringen op.
De
Harmattan is een stevige woestijnwind die in West-Afrika van december
tot maart vanuit het noord-oosten waait. Op slechte dagen neemt
deze zoveel Saharazand met zich mee dat het de hele lucht geelbruin
kleurt en het zicht soms niet verder reikt dan een kilometer.
Hoewel deze maanden climatologisch als de beste periode wordt
gezien om in dit deel van Afrika te reizen, wil de Harmattan nog
wel eens wat zand in het eten strooien door de mooie vergezichten
te versluimeren. Voor ons, als fietser, heeft de Harmattan twee
kanten. Zo hadden we in Mauretanie op onze fietstocht vanuit Chinguetti
naar Nouakchott de Harmattan 570 kilometers in de rug. Hier waren
we aardig bevriend met hem. De weg oostwaards van Bamako (Mali)
naar Mopti hebben we door harde wind per bus afgelegd. 640 kilometer
van Sahel-landschap waarbij bijna elke kilometer identiek is,
nodigde ons met deze zandwind in het gezicht toch niet echt uit.
Voor die anderhalve gulden dat het voor onze vouwfietsen kost
om mee te nemen hoefden we het ook niet te laten.
Tijdens een zevendaagse tocht in het westen van Burkina Faso had
de Harmattan twee gezichten. Vanuit Bobo-Dioulasso, richting het
westen, naar Banfora was hij meer dan welkom, al ontnam hij ons
wel het spectaculaire uitzicht en blies bergen zand in ons haar.
De dagen daarna bleef de Harmattan complete zandbergen de lucht
in blazen, waardoor het uitzicht tot een minimum werd gebracht.
Tijdens ons verblijf van twee dagen naast de top van een paradijselijke
waterval hebben we amper geslapen doordat de harde wind de tent
steeds deed flapperen. Op de piste die de daarop volgende twee
dagen volgde, waaide het zand in grote stofwolken over de weg
en worden we min of meer gezandstraald. De fietskettingen kraken
door al het zand en onze weg vervolgt traag. De mensen uit Burkina
zelf dragen speciale mondkapjes tegen het stof. De Harmattan laat
zich echter niet elke dag van zijn slechtste kant zien. Na vier
dagen van flink waaien dut hij weer voor een tijdje in. De lucht
verandert in blauw. Door de afname van de wind hebben we een minder
zware terugtocht naar Bobo-Dioulasso dan waar we ons aanvankelijk
op hadden voorbereid. Op deze tocht zat de Harmattan ons niet
echt mee maar al bij al kunnen we wel zeggen dat we aardig bevriend
met hem zijn geweest op onze tocht door West-Afrika. Na een paar
dagen van relaxen op de mooie compound van de christelijke missiepost
in Bobo-Dioulasso, fietsen we naar het busstation. Fietsen in
bussen meenemen is over het algemeen geen probleem, zolang er
maar plaats is. Sommige busmaatschappijen handhaven vaste tarieven,
maar meestal hangt het toch af van je eigen onderhandelingskunst.
Uit eigen ervaring blijkt dat wanneer we de fietsen opgevouwen
en onherkenbaar in de fietstassen hebben verpakt, we de prijs
het makkelijkste tot het normale tarief terug kunnen brengen.
De kans om onopvallend het station binnen rijden, de fietsen afladen,
opvouwen en in de tas doen is er in Afrika echter niet vaak bij.
Als we onze Birdy's inklappen staan er dertig mensen geamusseerd
om ons heen te kijken. De bagageticketman heeft ons inmiddels
ook al gezien en geniet mee van het schouwspel. "De fiets
meenemen? Dat kost 5000 CFA (+/- 15 gulden)!". "Dat
is dezelfde prijs als dat we voor ons zelf betalen, u maakt een
grapje? We zijn helemaal vanuit Nederland komen fietsen omdat
we geen geld voor het vliegtuig hebben. Als we 5000 CFA voor onze
fietsen moeten betalen, hebben we geeneens meer genoeg geld om
naar huis te gaan en moeten we voor altijd in Burkina Faso blijven
wonen". Hij begint te lachen, wetend dat we een spel spelen.
"En ziet u een fiets, ik zie geen fiets !", al wijzend
naar de tassen, grappen we verder. "We hebben ze nog wel
speciaal voor u, om het u gemakkelijk te maken, opgevouwen en
in de hoesen gedaan. Nu heeft u meer plaats over om meer bagage
mee te nemen". Weer moet hij lachen en ziet ook wel in dat
we een korting behoren te krijgen. Het gaat er in Afrika om dat
het met een grap en een lach gebracht wordt. Zo bereik je veel
meer dan met opstandigheid, al is het soms wel moeilijk je geduld
niet te verliezen. Vooral voor ons westerlingen omdat alles zo
anders is en we gewend zijn zaken snel af te handelen. We betalen
uiteindelijk 3000 CFA voor beide fietsen en de rugzakken. Dit
in tegenstelling met onze Burkina buurman die gewoon 5000 CFA
voor zijn niet vouwbare fiets moet betalen.
Tekst door: Tristan R. Raggers en Saskia Henze.
|