Deel 2: Folding Bikes Goes Walkabout Expedition

Na vijf maanden met de vouwfiets onderweg te zijn, hebben we een aardig idee over de gebruiksvriendelijkheid van de fiets. De test om met een vouwfiets; De Birdy Blue, een tocht te maken die eerder door mountainbikes en randoneurs werd ondernomen, bevalt tot nu toe zeer goed. De vouwbaarheid van de fiets is al een aantal malen erg nuttig gebleken. Onder andere in treinen waar de normale fiets niet mee mag of bij het verkrijgen van een lift. De schanierpunten, daar waar de fiets zich vouwt, vormen nog steeds geen teken van zwakte. Dit in tegenstelling tot menig uitgesproken twijfel hieromtrent van fanatieke fietsvrienden. Voor de rest is de fiets door Tromm Tweewielers Amsterdam met zeer goede Shimano
onderdelen uitgerust en vormen deze na zo'n 6000 kilometer ook nog geen probleem. Het enige nadeel is dat er nog geen goede 18 inch band op de markt is, waardoor je bij langere tochten altijd met veel reserve banden rondfietst. In
menig Afrikaans oog kom je daarmee nog 'rijker' over dan je al lijkt. Fietsbanden worden in Afrika namelijk tot de draad toe afgereden. De dagafstanden liggen tussen de 80 en de 110 km. en verschillen daarmee niet van eerder gemaakte tochten op 'gewone' fietsen. Het lichaamsconfort met onze
lichaamslengte (1.60 en 1.75 m.) is optimaal. Als je langer bent dan 1.85 m. begint de fiets echter wel wat klein te worden. Ook in de bergen doet de vouwbare Birdy niet onder voor zijn niet vouwbare broeders. De snelheid waarmee je een berg op sjeest blijft toch afhankelijk van je eigen fietsconditie. Een groot (56) tandwiel voor en kleine (11, 13, 15, 18, 21, 24 en 28) tandwielen achter, zorgt ervoor dat je omwentelingssnelheid gelijk blijft en je niet als
een idioot zit te trappen.

Fietstocht van Atar naar Nouakchott
Na ruim een week van meeliften in een landrover door woestijnstreken die voor de fiets onbegaanbaar zijn, staat er weer eens een echte fietstocht in de planning.
451 kilometers van Atar naar Nouakchott door een heuze woestijnstreek. Een flinke afstand. Al leidt deze over een zeer mooie asfaltweg, net neergelegd en geschonken door de Chinezen. Met een beetje geluk hebben wij de woestijnwind vanuit het oosten recht in de rug en blaast deze ons over een vlakke weg in zo'n 4 a 5 dagen naar Nouakchott. Het lukt ons vandaag niet echt om op tijd te
vertrekken. Het inkopen van eten voor een aantal dagen, het inpakken van de tassen en de gezelligheid op de camping, doet alles nogal vertragen. De route plannen is echter wel belangrijk daar er maar een dorp onderweg is waar we eten en drinken kunnen kopen, zo'n 195 km. vanaf Atar. Veel verder dan 70 km. komen we de eerste dag niet meer. Twee politieposten waar we ons moeten melden en onze gegevens worden genoteerd, nemen aardig wat tijd in beslag. De wind zit nog niet erg mee, zelfs meer tegen en er zijn nog twee passen, alhoewel niet te hoog, waar we overheen moeten. Kampeertereinen zullen we onderweg niet tegenkomen, maar genoeg leegte en rust om onze tent op te zetten. Wel oplettend dat we een beetje uit het zicht vanaf de weg staan. Tegen de schemer aan nodigt een
nomadefamilie ons uit bij hun te slapen. De manier van hoe ze ons benaderen gaf ons echter geen fijn en veilig gevoel en we slaan het aanbod af. We rollen onze slaapzakken een kilometer of tien verder achter een struik uit. Het is nog
vroeg, pas half acht maar wat te doen. We zijn moe en vertrekken morgen liever iets vroeger zodat het nog niet zo warm is. Dat vroege vertrek was wel een goed idee maar de locatie van onze overnachtingsplek iets minder. Zo schoon en vlak als de weg is, zoveel doorns liggen er naast. Terug op het asfalt steken er 3 doorns, zo scherp als een naald uit mijn voorband. Verloren tijd, maar een les voor de volgende keer … althans dat dachten we maar dat moet nog blijken. De wind zit vandaag niet echt mee of tegen. Het is alleen aangenaam voor een beetje verkoeling. We besluiten tot een uur of één door te rijden, dan ergens onder een boom in de schaduw neer te ploffen en 's middags te koken i.p.v. 's avonds om de middaghitte een beetje te ontwijken. Voordat we de juiste schaduwboom gevonden hebben -want er zijn er in dit namelijk niet zo veel- is het half twee en zijn we 75 km. opgeschoten. Vandaag staat er pasta op de menukaart en thee, veel thee want drinken is bij deze hitte met deze inspanning van essentieel belang. We hebben in totaal zo'n 30 liter water bij ons, onderverdeeld over twee fietsen.
Er past precies een 5 liter waterzak in onze Birdy frametassen. Dan hebben we nog twee waterzakken van elk tien liter die de rugzak, achterop de bagagedrager past en hebben we ook nog eens onze bidons. Stilzittend valt de hitte als een deken over je heen. Drie uur lang komen we niet uit de schaduw vandaan. De hitte heeft ons zo vermoeid dat de kilometerteller uiteindelijk op 95 km. blijft
steken als we besluiten dat het genoeg is geweest voor vandaag. We vinden een plek zonder doorns dus kunnen 's morgens gewoon op tijd vertrekken. Het is nog zo'n 35 km. tot Akjoujt, het enige dorp onderweg om voedsel en water aan te vullen. Het zandlandschap verandert van zanderige steppe tot zanderige steppe met hier en daar een berg langs de weg. De weg blijft zo vlak als hij was.
Huisjes doemen steeds vaker op namate we dichter bij Akjoujt komen. Soms bewoond soms niet. Akjoujt heeft niet veel attracties. Zover wij het leren kennen -en dat is niet goed- een ingedut dorp dat een paar duizend mensen behuist en de enkele passant, die het de moeite waard vindt om hier te stoppen, bevoorraad met wat te eten en te drinken. Vers brood, groente, snoepgoed en 30 liter water doen onze tassen weer vullen. Veel meer tijd dan twee uur gunnen we Akjoujt niet. Spectaculair is het landschap niet maar het heeft wel een zekere schoonheid. Dit in tegen- stelling tot verschillende mensen ons hebben voorgelicht. Het eerste deel bij Atar zou nog wel gaan, daarna zou het saai en eentonig worden. Wij hebben hier een andere mening over. Op de fiets zie je alles veel langzamer en hebt dan ook meer tijd voor de details van het landschap en zijn bewoners.
Kuddes dromedarissen staren ons verbaasd aan. Hun lange nek draait flexibel mee in de richting die wij langskomen. Hun koe-achtige kaakeetbeweging stopt. Slome ogen staan wijd opengesperd. Als we net iets te dichtbij komen, lopen ze
verwaand enkele meters in tegengestelde richting. Ons inmiddels nog steeds nauwlettend in de gaten houdend. Bij stilstand draait hun kop weer geheel onze kant op totdat we uit het zicht zijn verdwenen. Een zeer komisch gezicht. Het zeer droge landschap tussen Atar en Akjoujt verandert in iets minder droog en groen. Meer bomen en struiken steken uit het zand, wat duidt op de aanwezigheid van water. Nomade kampen worden steeds minder schaars. Grote kuddes met gezond uitziende geiten en koeien, grazen de groene blaadjes van de lage doornstruiken.
De herders zwaaien vriendelijk terug. Voor de nacht vinden we een mooie plek tussen een groep bomen in een rivierbedding, zo'n 400 meter naast de weg.
Terwijl Saskia het plastic zeil waar wij op slapen huiselijk inricht, ga ik op zoek naar sprokkelhout voor een kampvuur. Ik graaf een kuiltje in het zand en plaats drie stenen om een pannetje op te zetten. Het hout is zo droog dat het meteen brand. Als de dikkere stronken roodgloeiende kooltjes zijn geworden en het vuur is gedooft, zet ik een pannetje met water op om thee te zetten. Dit is ook de manier zoals de nomade het doen en niet met een benzinebrander. Ik voel
me in mijn element. Sas iets minder, ze voelt zich toch niet helemaal veilig zo in haar eentje.
Een vroege slaap doet ons vroeg ontwaken. De zon is nog niet op en de woestijnmuisjes zijn nog druk bezig met het zoeken van voedsel rond ons kamp en het graven van het juiste holletje voor de hitte van de dag. In het donker duwen wij onze fietsen door het zand naar de weg. Veel geleerd van onze eerste overnachtingsplek hebben we echter niet. De doorns hebben het lucht uit mijn achterband doen ontsnappen. We plakken totaal vier gaten, waardoor mijn binnenband al een aardig bandenplakkertjespatroon krijgt. We tellen er negen in totaal. Als dit zo door gaat, kunnen we Tromm Tweewielers wel om meer plakkers
vragen, dan zijn die 100 niet genoeg, grappen we naar elkaar. Terwijl de fiets nog op zijn kop in de reparatiestand staat, stopt een vrachtwagen, of we problemen hebben en een lift willen. Erg vriendelijk en overigens niet de eerste
keer. We slaan het aanbod af. Deze tocht is veel te mooi om over te slaan en snel per auto te doorkruizen. Met de fiets reizen in Mauretanie verdient veel respect. Dit blijkt ook wel als later vandaag een waterzak is lekgeraakt en wij
genoodzaakt zijn om auto's te stoppen om onze bidons bij te vullen. Het 'Donne moi une cadeau' is nu eens visa versa. Stoppen doen ze allemaal voor jou als fietser. Het verkrijgen van water is geen probleem en vaak worden we nog eens
extra verwend met een sinasappel of vers brood. Aan aanmoediging is ook geen gebrek. Donkere gezichten, gehuld in een blauwe tulband, laten een witte rij tanden blootleggen en er wordt aanmoedigend geclaxoneerd als ze ons zien. De wind zit ons vandaag erg mee. De eerste twee uur leggen we zo'n 60 km. af. We rekenen uit dat als we zo door gaan een dag eerder in Nouakchott aan zullen komen dan gepland. Dit is gunstig i.v.m. de aanvraag van ons Malinees visum daar we anders op vrijdag aan zullen komen en deze, voor op hun heilige dag, gesloten zal zijn. Het landschap nog steeds mooi groen, lijkend op de Keniaanse steppe. Als ik niet beter zou weten, zouden we elk moment een kudde zebra's of een giraf tegen kunnen komen. Helaas, de woestijn heeft deze enkele honderden jaren geleden uit doen laten sterven.
Zandduinen doemen op in de verte. De wind blaast ons steeds dichterbij. Bij een eenzaam stalletje kopen we melk en vullen de waterzakken. Het is enorm warm en drinken meer dan we aanvankelijk dachten. Na het komen van de zandduinen, verdwijnen ze weer net zo snel. Het landschap blijft veranderen. Schelpachtig zand met vetplanten waar het witte melk giftig van is, is voor de komende 20 km.
ons decor. Die enen eenzame boom is onze lunchstop. Wat zal het worden, nog maar eens pasta? Deze keer met uien, knoflook, chilipeper en tonijn. Net als de vorige keer en de keer daarvoor. Al 95 km. afgelegd en het is pas lunchtijd. Het schiet op vandaag. Meer zandduinen volgen, links en rechts direct naast de weg. Het zand heeft verschillende kleuren. De voorste duinen wit, dat langzaam overvloeit in geel en uiteindelijk geelrood. Een politiepost onderbreekt het
rustieke van het zand. Paspoorten moeten weer tevoorschijn komen. Deze posten vormen voor ons geen probleem. De bewondering om dit stuk te fietsen doen alle
problemen en kadovragen vergeten. De zandduinen verdwijnen weer en maken plaats voor een schelpwoestijn. Alle puur wit, zover als je kijkt. Met 135 km. op de teller en een zon die al aardig dicht tot onder dreigt te gaan, zien we nog geen geschikte overnachtingsplek. 15 km. verderop ligt een groep duinen waar wij ons mooi aan het zicht van de weg kunnen onttrekken. De hemel bewolkt boven
Nouakchott en open boven de woestijn. 's Morgens hebben we spijt dat we de tent niet op hebben gezet. Morgendauw heeft ons en de slaapzakken drijfnat en koud gemaakt. Van een lekkere nacht slapen was geen spraken. Ongelofelijk dat het nu ineens zo vochtig was en dat wij daar andere nachten helemaal geen last van hebben gehad. Het is ijskoud als we op de fiets stappen. Vier graden meet de
thermometer. Het lijkt wel een eeuwigheid voordat de zon ons een beetje opwarmt. Nog zo'n 50 km. voordat wij in Nouakchott zijn. De wind weer in de rug dus dat vlot wel, dat mag ook wel want Nouakchott betekent vrij vertaalt niet voor niets 'plaats van de wind'. Het is weer duidelijk dat we in de buurt van een stad zijn, douanepost na gendarmeriepost na politiepost volgt een aantal keer.
Na vier dagen sahara isolement zijn we weer terug in de hectiek van de stad. Dat blijft altijd weer even wennen.

Na Nouakchott is het reizen een tijdje taai totdat we in de Casamance (Zuid-Senegal) aankomen. In Nouakchott lig ik een aantal dagen met griep op bed. De laatste woestijnnacht was toch te heftig. Saskia is waarschijnlijk toch meer bikkel dan ik want die heeft nergens last van. Voor vijftien gulden p.p. hebben wij ons Malinees visum al dezelfde dag. De weg naar Rosso is niet bar interessant. We fietsen 80 km. en liften het laatste stuk. Vlak voor Rosso
kamperen we bij een nomade familie waarna we de volgende ochtend de grens met Senegal oversteken. De 110 km. tot St. Louis is heel mooi maar duurt te lang. We komen pas met donker aan op de camping. St. Louis is een scusses, ontmoeten een kennis uit Nijmegen die net een ontwikkelingsproject in Mauretanie heeft afgesloten. We bezoeken samen een vogelpark: Langue de Barbarie, maar het aantal en soorten vogels valt tegen. Onderweg naar Dakar hebben we het fietsen na 80 km. al wel bekeken. De weg is te saai en hebben eigenlijk geen zin in dit stuk.
We nemen de bus en komen 's avonds in Malika, zo'n 25 km. van Dakar aan op campement Tim Timol. We blijven hier een aantal dagen om van het strand te genieten en ons visum voor Burkina Faso in Dakar te regelen. Daarna vertrekken
we met de Joola, een boot die ons in 20 uur naar Ziguinchor vaart, gelegen in de Casamance. Van hieruit trappen we vervolgens 110 schitterende kilometers naar Kafountine waar Tine Veldkamp, een Nederlandse, een scholenproject voor vrouwen op heeft gericht en wij een sponsorloop voor doen.

Tekst en foto's: Tristan R. Raggers en Saskia Henze

© copyright by www.onwalkabout.nl


Vergroot de omslag / bekijk het artikel

De Wereldfietser
nummer 2 lente 2000
Coverplaat: Tristan in Mauretanië

Gesponsord door:
Tromm Tweewielers Amsterdam

 

Bekijk de Birdy Blue